anders kijken naar die finale

, Kees Sluys

Wie over doping in het voetbal begint, stuit op een muur van stilzwijgen. Andere tijden sport probeert de omerta te doorbreken. Waar haalde Juventus in de Champions League finale van 1996 tegen Ajax die onuitputtelijke energie vandaan?

Andere tijden sport: Ajax-Juventus: Bloedverraad in de Champions League-finale
Zondag, Nederland 1, 23.15-23.45 uur

Doping in het voetbal?
Neeeee… dat gebeurt niet. Echt niet, dat heeft geen enkele zin!
Nog steeds hoort men deze vrome boodschap verkondigen.
Verdenkingen zijn er wel, en soms dateren ze al van tientallen jaren geleden. Toen het Nederlands Elftal in 1979 aantrad tegen de DDR, schreef Ben de Graaf in de Volkskrant: ‘Bewijzen zijn er niet en zullen er ook nooit komen zolang de Europese Voetbal Unie geen dopingcontroles wenst te houden, maar het kan haast niet anders of de volgelingen van Buschner waren op een speciale manier “geprepareerd”. Het dertigjarige bestaan van de natie moest en zou worden opgeluisterd met een triomf in de meest populaire tak van sport. (…) Het werd een drama.’ De DDR-spelers waren zichzelf niet meer, schreef De Graaf, ‘blonken uit in ongecoördineerde acties en raakten volledig van slag af, nadat voorstopper Weise samen met Ling uit het veld was gestuurd.’ Het ‘spook der verdwazing’ kreeg de vrije hand en de DDR ‘speelde als een dronkeman’.
Zie je wel, betoogt de naïeveling gretig, doping werkt eerder averechts.
Dat is nog maar de vraag.
Zeventien jaar later maakte wederom een Nederlands team deel uit van een duel dat her en der argwaan opriep. Al kwamen er nu geen dronkenmansacties aan te pas, maar was het eerder de onvoorstelbare vastberadenheid en het even ongelooflijke alsmaar door kunnen gaan die de wenkbrauwen deden fronsen. Tijdens die wedstrijd, de finale in de Champions League van 1996 tussen Ajax en Juventus, zetten tal van mensen vraagtekens achter het onvoorstelbare ‘Laufpensum’ van de Italianen.
 

Didier Deschamps, Nwankwo Kanu en Alessandro del Piero tijdens de CL-finale, Rome 1996

Onuitputtelijk
In het jubileumboek Ajax 1900-2000 komt Edwin van der Sar aan het woord over die in Rome gespeelde finale, maar leest men geen woord over doping of andere verdachtmakingen. Wel was Ajax (met diverse geblesseerde spelers aan de kant) zelf niet fit genoeg. ‘Van Gaal nam de beslissing ons voor die finale een week vrijaf te geven. In Italië betichtten ze ons van hooghartigheid – vakantie vóór de finale – maar van hoogmoed was geen enkele sprake, want wij voelden dat de vorm er niet was, dat we vermoeid waren. Louis vond dat rust ons meer goed zou doen dan arbeid.’
Het mocht niet baten. Marc Overmars zou later verzuchten: ‘Telkens als je een Italiaan voorbij was, stond hij even later weer voor je neus.’
Torricelli, Vialli, Vierchowod c.s. bleken over onuitputtelijke energiebronnen te beschikken. ‘Ja, vooral Torricelli,’ zegt Thomas Blom, programmamaker voor Andere tijden sport. Hij had zich destijds met wat vrienden op de bank ook verbaasd over de rechtsback ‘met die lange haren’, die 120 minuten lang het hele veld bestreek.
Dit voorjaar besloot de redactie van Andere tijden sport om de kwestie definitief uit te zoeken: was het elftal van Juventus in de finale (die na strafschoppen werd gewonnen) wel of niet gedrogeerd?  Blom reisde daartoe driemaal af naar Turijn, om te spreken met mensen uit de voetbalwereld en uit kringen van justitie en de wetenschap. ‘Een van mijn eerste vragen was: helpt doping in het voetbal? Toen keken ze me daar heel vreemd aan: hoe kun je beweren dat het niet zou helpen!? Het moderne voetbal, waarbij uithoudingsvermogen en kracht essentieel zijn... het is bij uitstek een sport waar doping heel nuttig zou kunnen  zijn.’

Marc Overmars: ‘Telkens als je een Italiaan voorbij was, stond hij even later weer voor je neus.’

Zwijgcultuur
Blom sprak onder meer met Raffaele Guariniello. Deze befaamde aanklager (achter zijn bureau hangt een foto van de in 1992 vermoorde onderzoeksrechter Giovanni Falcone) had in 1998 een paar uitspraken van trainer Zeman van as Roma onder ogen gekregen, waarin deze vraagtekens had gezet bij de plotselinge spierbundels van Juve-spelers als Vialli en Del Piero. Guariniello, notabene zelf supporter van Juve, deed vervolgens een inval bij Juventus, waar talloze (verboden) medicijnen en prestatieverhogende middelen werden aangetroffen. Er volgde een slepende rechtszaak, maar een vonnis bleef uiteindelijk uit.
‘Nee,’ zegt Blom, ‘dat heeft niks met typisch Italiaanse doofpottoestanden te maken. In Italië heeft zo’n aanklager juist veel meer mogelijkheden dan in Nederland. Hij heeft de wettelijke bevoegdheden om invallen te doen en telefoons af te tappen. En dat is ook nodig, want, zegt hij: “Het is de enige manier om dopingzondaars te pakken. Als jullie in Nederland geloven dat je dopingzondaars met dopingcontroles aanpakt… vergeet het maar, dat gaat je nooit lukken.” Ook was hij heel stellig over de omerta, zwijgcultuur, in het voetbal: “Nog erger dan in het wielrennen. Het is makkelijker om iemand van de mafia aan het praten te krijgen dan iemand uit de voetbalwereld over doping”.’

Bloedwaarden
Niettemin leidde de zoektocht in Turijn tot diverse ontboezemingen. Zoals van Pietro Vierchowod, de beruchte keiharde mandekker van destijds. En van Sandro Donati, oud-atletiekcoach en voormalig lid van de anti-dopingcommissie van het Italiaans Olympisch Comité. Ook laat Blom de befaamde dopingexpert Giuseppe D’Onofrio aan het woord, die op basis van honderden documenten de bloedwaarden van Juventus-spelers tussen 1994 en 1998 heeft onderzocht en daaruit zekere conclusies trekt.
Gewapend met die nieuw verworven kennis, alsook voorzien van commentaar door Ronald de Boer en Finidi George, kijkt Andere tijden sport nog eens uitgebreid terug naar die opmerkelijke Champions League-finale.
Vooruitlopen op de resultaten van het spit- en graafwerk doet Blom, die deze aflevering maakte met Misha Wessel, niet. Maar, zegt hij: ‘Doordat we onderzoek hebben gedaan kunnen we anders naar die finale gaan kijken. Dat maakt het boeiend. Het zegt iets over de voetbalsport. En over de geloofwaardigheid van sport in het algemeen.’