de laatsten der venetianen

, ilse van der velden

de laatsten der venetianen

ilse van der velden ,

Venetië verandert langzaam maar zeker in een pretpark. Wat dat betekent voor de bewoners zien we in I Love Venice, een documentaire van Quirine Racké en Helena Muskens.

het knelpunt

Venetië trekt gemiddeld dertig miljoen bezoekers per jaar. Terwijl het aantal toeristen toeneemt, daalt het aantal bewoners sterk: na de Tweede Wereldoorlog had Venetië nog 175.000 inwoners, nu zijn dat er minder dan 60.000. Vastgoed wordt verkocht aan rijke buitenlanders, huren stijgen explosief, winkels verkopen alleen producten voor toeristen en in sommige buurten is het zo druk dat je er niet meer kunt leven. De documentaire I Love Venice laat de wereld van de bewoners zien, die zich hebben verenigd in actiegroepen en op theatrale wijze vechten voor het behoud van hun gemeenschap. Ze demonstreren tegen de sluiting van het laatste ziekenhuis en tegen de levensgrote cruiseschepen die de lagune binnenkomen.

I Love Venice is een visueel betoverend, maar ook doorwrocht en bij vlagen onthutsend portret van een stad die we allemaal denken te kennen, maar waar zich ongemerkt een tragedie voltrekt. De documentaire van Quirine Racké en Helena Muskens toont niet alleen de volle omvang daarvan, maar werpt en passant ook grotere vragen op over de (on)houdbaarheid van toerisme en de teloorgang van oude gebruiken. Toerisme is de plaag die deze stad, die een hoog moet-je-gezien-hebbengehalte heeft, teistert: gemiddeld zo’n 60.000 vakantiegangers vullen iedere dag de nauwe straatjes, bruggen en pleinen en maken het gewone leven zo goed als onmogelijk.

‘Ze verpatsen ons erfgoed,’ zegt een Venetiaan in de film. Het lot van deze stad, Werelderfgoed volgens Unesco, hangt aan een zijden draadje door toedoen van een onverschillig stadsbestuur dat dollartekens in de ogen heeft, het financiële belang van de toeristenindustrie laat prevaleren en dat zich tegenover de echte bewoners even arrogant als onverschillig opstelt. Winkels verdwijnen, plaatselijke voorzieningen zoals scholen staan onder druk. Melk kopen? Tuurlijk mevrouw, zegt een actievoerder in de film. Dat is linksaf bij Gucci, dan rechtsaf bij Yves Saint Laurent, en daarachter vindt u, misschien, een klein levensmiddelenwinkeltje. De bewoners protesteren wel. Maar hun ludieke acties gaan, net als Venetië zelf, ten onder aan hun eigen schoonheid: zo leuk zijn de kostuums van Commedia dell’Arte-figuren Pantalone of Arlecchino waarin de actievoerders zich uitdossen, dat toeristen ook hier niets anders in zien dan een fotokans.

Met een sterk gevoel voor sfeer en een neus voor het persoonlijke aspect vertellen Racké en Muskens in hun films verhalen over grote thema’s, zoals identiteit en gemeenschap. I Love Venice vormt eigenlijk een tweeluik met Celebration (2005), over een Amerikaanse stad die is gebouwd door tekenfilmproducent Disney – en nu hebben we dus een echte stad, die steeds meer gaat lijken op een pretpark.

citymarketing

‘Weinig mensen weten hoe erg het echt is in Venetië,’ zeggen Racké en Muskens per telefoon, die ze voortdurend aan elkaar doorgeven – wie wie is, zijn we binnen een minuut al kwijt. Ze leerden elkaar zo’n twintig jaar geleden kennen bij gezamenlijke vrienden, raakten in gesprek en bleven dat tot op de dag van vandaag. Reizen, researchen, regisseren: alles doen ze samen. Muskens: ‘Quirine, die is opgeleid tot fotograaf, bepaalt wat meer het beeld; de vragen voorbereiden doe ik.’

Het idee voor I Love Venice ontstond in Dubrovnik. ‘De marmeren straten in het centrum zijn glad gepolijst, zoveel mensen lopen daar. Dat beeld bleef hangen. Wat voor functie hebben Europese historische binnensteden zoals Venetië, Tallinn, Brugge en Amsterdam in deze tijd? In Tallinn lopen mensen ter vermaak van toeristen rond in historische kledij. Sinds de intrede van citymarketing wordt geschiedenis ingezet als iets dat je kunt verkopen, als product. Steden worden aangeboden als een soort themapark. Dat interesseert ons. Neem het Venetiaanse carnaval: dat is door Napoleon afgeschaft en in de jaren tachtig doelbewust weer tot leven gebracht uit puur commerciële overwegingen. Heel interessant: hoe iets dat authentiek was, getransformeerd wordt in iets commercieels en dan weer wordt gemarket als authentiek. Het fascineert ons dat een echte stad kan verworden tot een pretpark – als je het in
een roman zou lezen, zou je het niet geloven.’

Dat ze toegang wisten te krijgen tot het authentieke Venetië van de bewoners is misschien wel de grootste verdienste van Racké en Muskens. Hoe kregen ze dat voor elkaar? ‘Via de website van de actiegroep hebben we contact gelegd en gewoon gemaild of we langs mochten komen. De mensen bleken onverwacht gastvrij, terwijl we dachten dat het moeilijk zou zijn. Maar ken je de een, dan stelt die je weer voor aan de ander, en zo verder.’ Ze wisten een illuster stel bewoners voor hun lens te halen, waaronder een schilder – de beelden van diens atelier zou je zo inlijsten – een acteur en een man die luistert naar de naam Francesco Guarnieri. Prachtig, hoe het gebeier van de klokken van de San Marco zijn kamer binnenstroomt als hij zijn ramen opent, die uitzien over het beroemdste plein ter wereld. Behalve de intimiteit van de huiskamers en de vaak piepkleine winkeltjes – onbetaalbare beelden zijn dat – vangen de makers in hun film ook de bijzondere sfeer van de nachtelijke gemaskerde bals die plaatsvinden in de besloten grandeur van de Palazzo’s tijdens carnaval, waar vrijheid en verbeelding regeren.

geen oplossing

Het echte Venetië is een ‘bohémien, oud-Europese en erudiete wereld,’ aldus Racké en Muskens, ‘waar ze de moderne tijd met z’n auto’s en andere vernieuwingen goeddeels buiten de deur hebben weten te houden. Heel theatraal ook; een sfeer die je kent uit de films van Visconti en Fellini.’ Bij de cameravoering is gebruik gemaakt van veel slowmotion en enkele steadycamopnames. ‘Dat hebben we gedaan om de sfeer en de ervaring te verhevigen. De camera zweeft naar binnen in de huizen van de Venetianen, in een wereld waar je als toerist nooit komt.’

De bewoners die we zien in deze film zouden wel eens de laatsten kunnen zijn. ‘Veel jonge Venetianen verlaten de stad noodgedwongen; er is immers vrijwel alleen maar werk in de toeristenindustrie. Het ziekenhuis is er nog steeds, maar ze gaan het waarschijnlijk wel ontmantelen, hoe en wat is nog onduidelijk. Maar zoals over alles wordt ook hierover niet duidelijk gecommuniceerd door de gemeente. Zoals ze de bewoners eigenlijk overal buiten houden. We hebben gesproken met het gemeentebestuur; dat is zich er heel goed van bewust van wat hier aan de hand is, maar antwoordt in pr-foldertaal. Off the record gaf de woordvoerder toe dat zij het heel erg vond. Maar zij ziet geen oplossing.’

Zijn die er dan? Lidia Fersuoch, voorzitter van de erfgoedorganisatie Italia Nostra, komt met het idee om toeristen alleen op reservering toe te laten, om zo het bezoekersaantal te kunnen beheersen en het toerisme door het jaar heen te verspreiden. Maar gehoor heeft ze niet gevonden.