In 1974 maakte ook Nederland kennis met supportersgeweld. Tijdens de Uefacupfinale Feyenoord–Tottenham werd op de tribunes hevig gevochten. Andere tijden sport zocht uit hoe het zo uit de hand kon lopen.

Voor Nederlandse clubs die op het Europese en mondiale podium acteerden, waren het gouden jaren. Het begon in 1970 met Feyenoord, dat als eerste Nederlandse club de Europacup i won, waarna Ajax dit kunstje drie jaar achter elkaar herhaalde. Bovendien had Feyenoord in 1970 en Ajax in 1972 de wereldbeker gewonnen. In 1974 was het weer Feyenoord dat, na het behalen van het landskampioenschap, ook een grote internationale prijs kon pakken: de Uefacup ditmaal, waarvan de finale toen nog in een uit- en een thuiswedstrijd werd beslist. In Londen werd het op 22 mei tegen Tottenham Hotspur 2–2, een prima uitgangspositie om het karwei een week later in de Rotterdamse Kuip te kunnen afmaken. Feyenoord won, alweer als eerste Nederlandse club, inderdaad die wedstrijd (met 2–0, doelpunten van Wim Rijsbergen en Peter Ressel) en de beker, maar de vreugde werd getemperd toen na het eerste doelpunt van Feyenoord, vlak voor rust, op de tribunes een massale vechtpartij uitbrak, veroorzaakt door gefrustreerde en veelal dronken Britse supporters die over de hekken van de naastgelegen Feyenoordvakken waren geklommen. De politie, die volgens velen te lang wachtte met ingrijpen, veegde uiteindelijk het Engelse vak met veel geweld leeg. In het stadion vielen zo’n 150 gewonden, van wie twee ernstig.

Drank
Nederland werd die avond voor het eerst geconfronteerd met supportersgeweld van een omvang en intensiteit waarvan iedereen dacht of althans hoopte dat het tot Engeland beperkt zou blijven: hooliganism, geweldsuitbarstingen met geen ander doel dan vernielingen aanrichten en vechten met supporters van de tegenpartij, waarvoor de wedstrijd zelf hoogstens een aanleiding vormde; er werd vooral naar lekken in de genomen veiligheidsmaatregelen gezocht. In die jaren was in Nederlandse stadions van hekken of een gracht om het veld nog geen sprake. Tussen clubs en autoriteiten enerzijds en ‘supporters’ anderzijds ontstond een wedloop met als inzet rotzooi voorkomen dan wel te blijven trappen. Het geweld verplaatste zich uiteindelijk naar buiten de stadions, de maatschappelijke kosten om het te voorkomen zijn nog steeds enorm.
Terug naar 29 mei 1974. Hoe kon het die dag zo ernstig uit de hand lopen? De 4000 Britten die per boot en vliegtuig waren overgestoken, maakten de stad al ’s middags onveilig. ‘Opgezweept door volgens horeca-insiders onvoorstelbare hoeveelheden drank,’ schreef journalist Victor Deconinck, ‘zwalkten enkele duizenden Engelse supporters in de uren voor de wedstrijd door het Rotterdamse centrum en in de omgeving van het stadion. Hoofdinspecteur R. Gerrand van de Rotterdamse politie, die met enkele van zijn mannen de zaak wilde sussen, werd neergeslagen. De politie stond daarna voor een dilemma. Moest de tribune al voor de wedstrijd worden schoongeveegd? Of kon men het erop wagen nog niet rigoureus in te grijpen?’

Schedelbasisfractuur
Het bestaande beeld dat de politie onvoldoende was voorbereid, wordt ruimschoots bevestigd door de Andere tijden sport-aflevering ‘De gesloopte finale’. Sterker nog, tijdens de presentatie van deze nieuwe reeks in het Olympisch Stadion van Amsterdam blijkt uit het relaas van drie oud-agenten die die avond dienst hadden dat de politie totaal niet voorbereid was op dergelijk geweld en vandalisme: er was slechts 128 man op de been gebracht, van wie driekwart ouder dan vijftig, op 60.000 supporters. ’s Middags hadden ze op de Lijnbaan al dronken Tottenhamsupporters gezien die een complete gestolen kassa meesjouwden. Deze toentertijd matig betaalde agenten, hooguit voorbereid op het uitdelen van verkeersboetes, verdienden die avond een centje bij – vijftig gulden – en konden zo ook gratis de finale bijwonen. Men was dus nogal argeloos, maar zulk excessief geweld had zich in Nederland nu eenmaal niet eerder voorgedaan.
Toen het menens werd en de verbijstering toesloeg, moesten de agenten met de opdracht ‘Je slaat ze helemaal de tering’ vanuit de politiepost de tribunes op, wat wel een kwartier in beslag nam. Het laatste commando ‘Denk erom, er wordt niet geschoten’ geeft wel aan hoe ernstig de zaak toen al uit de hand was gelopen. Eén agent liep bij de inzet een schedelbasisfractuur op: ‘Ik kan me van de hele avond niks herinneren.’ Bij het stadion was één enkele ambulance beschikbaar. Na het eerste doelpunt van Feyenoord begonnen de Spurssupporters met voorwerpen te gooien, waaronder stoeltjes die toen nog van hout waren, stichtten brand, klommen over de hekken van hun vak en achtervolgden Feyenoordaanhangers, waarna het pandemonium losbrak. De wedstrijd werd niet gestaakt of onderbroken.

Luciferhoutjes
Supporter Jeroen Noppen was zestien toen hij met zijn grote broer naar de finale in de Kuip mocht. Ze kwamen in een vak met – nu onvoorstelbaar – alleen maar Engelsen terecht, die duidelijk onder invloed verkeerden. ‘Wij durfden amper iets te zeggen, want als de dood dat ze zouden ontdekken dat wij Feyenoordsupporters waren. (…) Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan. Stalen hekken werden omver geduwd alsof het luciferhoutjes waren, stoelen werden losgerukt en alles wat los en vast zat werd gebruikt als wapen. Het veranderde in een oorlogstafereel. Tot mijn verbijstering zag ik hoe met ijzeren staven op mensen werd ingehakt en hoe mensen gewoon van de eerste ring naar beneden werden gegooid. Wij moesten zo snel mogelijk een veilig heenkomen zien te vinden. Uiteindelijk heeft mijn broer me over een hek geduwd. Het ergste gevaar was voorlopig geweken. Voorzichtig probeerden wij ons een weg naar beneden te banen. Om ons heen was een veldslag aan de gang. “Supporters” belaagden elkaar met alle mogelijke attributen die enigszins als wapen konden dienen. Terwijl wij probeerden via de trappen naar beneden te komen, baande de politie zich voorzichtig een weg naar boven.’
Het zou tot 1984 voor Noppen de Kuip weer durfde te betreden.

Neergestoken
Er werden zo’n vijftig Britten opgepakt, maar ze werden allemaal weer vrijgelaten. Ook in Engeland was de verontwaardiging over de ‘supporters’ groot. The Times begreep niet waarom de vandalen niet waren gestraft, bijvoorbeeld door hen de vernielingen in De Kuip te laten herstellen.
Negen jaar later overigens stonden Feyenoord en Tottenham Hotspur voor de Uefacup opnieuw tegenover elkaar. Toen vielen er tientallen gewonden en was op televisie te zien hoe een Spurssupporter werd neergestoken. Voetbalrellen waren een duurzaam verschijnsel geworden.
Voor ‘De gesloopte finale’ (waarmee regisseur David Kleijwegt, vooral bekend van muziekdocumentaires, bij Andere tijden sport zijn debuut maakt – hij werd op 200 meter afstand van De Kuip geboren) werd onder meer gebruik gemaakt van het politierapport van 29 mei 1974, dat in het Veiligheidsmuseum in Apeldoorn werd opgeduikeld. In de uitzending komen naast oud-politiemensen en supporters, zowel Nederlandse als Britse, ook Wim Rijsbergen (van de 1–0) en oud-sportjournalist Joop Niezen aan het woord.