koevermans in vijf

, Katja de Bruin

Barcelona, 1993. Nederland wint van Spanje in de Davis Cup.

Danny Koevermans

Andere tijden sport
Nederland 1, 22.10-22.45 uur

‘Davis Cup-tennis heeft in Nederland nooit ook maar iets voorgesteld. Tot dat krankzinnige weekend twintig jaar geleden in Barcelona.’ Boem. Goeie, stevige intro van Tom Egbers in ‘Davis Cup ’93: Oranjegekte in Tennisland’ de aflevering van Andere tijden sport over de legendarische Davis Cup-ontmoeting tussen Nederland en Spanje in 1993. Als u zich van de zinderende ontknoping van dit tennisspektakel niet veel kunt herinneren, dan kan dat kloppen, want de NOS vond het destijds niet belangwekkend genoeg om de laatste, beslissende sets van Mark Koevermans en Sergi Bruguera live uit te zenden.
We keren terug naar de tijd van captain Stanley Franker, die met Paul Haarhuis, Jan Siemerink, Jacco Eltingh en Mark Koevermans ging proberen om het de Spaanse gravelreuzen Costa en Bruguera in eigen huis lastig te maken. Voor deze gelegenheid werden op kosten van de bond studenten ingevlogen om de tribunes oranje te kleuren. Een goeie investering, want er werd op z’n Thialfs gestampt, gejoeld en geklapt. Daar was ook alle reden voor, want onze jongens, die gezien hun plek op de ranglijst op papier geen schijn van kans maakten, kregen naarmate de strijd vorderde vleugels.
Samensteller Kees Jongkind vertelt dit spannende verhaal aan de hand van de vijfde, beslissende wedstrijd. Die ging tussen Sergi Bruguera, nummer zestien op de wereldranglijst, en Mark Koevermans, nummer 140. Koevermans, die zijn eerste single verkloot had, kreeg van Franker de kans om het goed te maken. Die nam daarmee een risico, zo erkent hij achteraf zelf ook, maar hij wist dat Koevermans in staat was boven zichzelf uit te stijgen als het landsbelang in het geding was. Bruguera won de eerste twee sets. De champagne in de Spaanse kleedkamer stond al koud. Toen Koevermans dat hoorde dacht hij: ‘Mooi niet.’ Na vier uur en veertig minuten benutte Koevermans zijn eerste punto de partida en zeeg hij ineen op het gravel. En Bruguera? Met hem hoeven we geen medelijden te hebben: drie weken later won hij Roland Garros.