vrij baan

, Ulrik Unger

Na een vliegende start kwam de bouw van Belgische autowegen bijna tot stilstand.

Land in de kering
Canvas, 16.42-17.08 uur
en 20.35-21.05 uur

België ruikt naar poep. De scherpe strontlucht waar we op stuitten liet ons geen andere conclusie, toen we als kind voor het eerst bij Hazeldonk de grens passeerden over de snelweg die destijds nog enkel E10 heette. Het verschil tussen de Nederlandse en de Belgische autowegen was totaal. Waren het in Nederland smalle asfaltlinten met een doordachte bewegwijzering, in België waren het brede betonbanen waarop je het zelf maar moest uitzoeken. Belijning en bebording ontbeerden iedere logica en consistentie. Rijden op de Belgische autowegen was een avontuur met de geur van gevaar. De banden van onze sneeuwwitte Bedford Bestel dobberden ritmisch over de kloven tussen de betonplaten. Waar in Nederland een vangrail de rijbanen van elkaar scheidde, daar lag in België een grasperkje tussen de tegengestelde verkeersstromen, omzoomd door een scheenhoge betonrand. Auto’s die daarmee in aanraking kwamen werden als biljartballen over de weg gecaramboleerd en de verwrongen gevolgen daarvan waren geregeld in de berm te zien. Heel bijzonder was dat de middenberm om de zoveel kilometer werd onderbroken door een mogelijkheid om de andere rijbaan op te rijden. De enige scheiding bestond daar uit een rood-witte plastic ketting die vaak op de grond lag. We kregen sterk de indruk dat die openingen in de middenberm bij voorkeur in bochten werden aangelegd, waardoor een weggebruiker zich na een moment van onoplettendheid tussen het tegemoetkomende verkeer kon bevinden. In één opzicht waren de Belgische autowegen veiliger dan de Nederlandse: de verlichting die de hele nacht bleef branden, waardoor naar verluidde België uit het heelal te zien was.
In het kader van de zomerprogrammering zendt Canvas de negendelige documentairereeks Land in de kering uit, over ingrijpende maatschappelijke veranderingen die zich in Vlaanderen en België hebben voltrokken in de tweede helft van de twintigste eeuw. De documentaires bestaan volledig uit – bewerkte – archiefbeelden en commentaren. Vanavond wordt de eerste aflevering uitgezonden en die gaat over de Belgische autowegen.
In 1950 lag in België nog maar 28 kilometer autoweg. Vijftig jaar later ligt er een van de dichtste autowegnetten ter wereld. In 1935 nam minister van Openbare Werken Hendrik de Man het besluit om de route nouvelle tussen Brussel en Oostende aan te leggen als snelweg. Het duurde tot 1956 voordat deze er geheel lag. Cruciaal was de beslissing van het Bestuur van Wegen om de Koning Boudewijnautosnelweg aan te leggen, de huidige E313. Het gaf de Antwerpse haven een snelle toegang tot het achterland en droeg bij aan de economische groei die in de jaren zestig de bouw van gemiddeld honderd kilometer snelweg per jaar mogelijk maakte.
In de jaren zeventig botsten de wegenbouwers steeds vaker op verzet van milieuactivisten en boeren, en op het einde van de twintigste eeuw was de bouw van nieuwe wegen bijna onbespreekbaar. Maar de chaos en anarchie zijn gebleven en dragen bij aan het gevoel van vrijheid als men Nederland uit rijdt.
advertentie