Late soulman

, Colin van Heezik

Charles Bradley is geen soulzanger, hij is soul, zeggen zijn fans. Zijn doorbraak kwam laat, zo ongeveer wanneer de meeste mensen met pensioen gaan.

Headliners: Charles Bradley:
Soul of America

Canvas, 22.25-23.40 uur

No time for dreaming, zo heet het debuutalbum van Charles Bradley. Die titel is autobiografisch, want Bradley was 62 toen hij zijn eerste plaat opnam. Rolling Stone Magazine nam hem op in zijn top vijftig van beste platen van 2011. Een late doorbraak, na een zwaar leven. Bradley leefde lange tijd op straat, werkte als kok. Op zijn veertiende had hij een keer een optreden van James Brown gezien. Daarvan was hij zo ondersteboven dat hij hem thuis ging nadoen. Maar daar bleef het bij. Pas in 1996, toen hij op zijn 48ste besloot weer bij zijn moeder te gaan wonen in Brooklyn, nam hij een baantje als James Brown-imitator. Maar hij verdiende er te weinig mee om van te kunnen leven. Totdat hij er twee jaar geleden dan eindelijk in slaagde onder zijn eigen naam te debuteren. Opeens werd de soulzanger ontdekt en ging zijn levensverhaal de wereld rond. Later dat jaar trad hij op tijdens het North Sea Jazz Festival. In 2012 stond hij op Lowlands. En dit jaar, op 14 juli, geeft hij opnieuw een concert bij North Sea Jazz. Met zijn gruizige stem en authentieke enthousiasme weet hij elke zaal in te pakken.
In de documentaire Charles Bradley – Soul of America, die op het IDFA en andere festivals goed in de smaak viel, en die eerder dit jaar al eens te zien was in Het uur van de wolf, zien we de aanloop naar zijn debuutalbum. Bradley woont dan bij zijn moeder in de kelder. ‘He’s my baby,’ zegt ze en hij kookt voor haar. Rond die tijd wordt hij ontdekt en volgt zijn eerste single, ‘Take It As It Comes’. Vanaf dat moment maakt de voormalige imitator indruk omdat hij juist zo echt is: de muziek lijkt regelrecht uit zijn ziel de zaal in de knallen. In april dit jaar verscheen zijn tweede album, Victim of Love, zijn muziek wordt nu gesampled door hiphopartiesten.