steeds beter maken

, Maarten van Bracht

Bayer bestaat 150 jaar. Het bedrijf groeide van familiaire pillendraaier uit tot megamultinational.

Geschichte im Ersten
ARD, 23.35-0.20 uur

Nu de aspirientjes bijna gratis zijn en de keus in de drogisterijketen uit 24, 48 of 72 stuks bestaat, denk je terug aan de tijd dat een veelvoud moest worden neergeteld voor de pijnstillers in hun groen-witte doosje met het firmalogo van Bayer erop, het bekende kruis in een rond venster.
Het door Felix Hoffmann ontwikkelde aspirientje werd in 1899 op de markt gebracht en heeft de firma geen windeieren gelegd. Het aflopen van het patent doet de consument beseffen dat de prijs van een geneesmiddel zeker niet alleen uit productiekosten bestaat. Wat heeft chemiegigant Bayer toch met al ons geld gedaan?
De site van Bayer voert als mission statement ‘Bayer: Science For A Better Life’, waarbij ‘Life’ de afkorting blijkt van ‘Leadership, Integrity, Flexibility and Efficiency’. Daarna wordt ook meteen duidelijk dat het in 1863 in Barmen bij Wuppertal door Friedrich Bayer en compagnon Weskott gestichte bedrijfje in synthetische kleurstoffen ten behoeve van de textielindustrie is uitgegroeid tot een internationale holding met 110.000 werknemers en een jaaromzet van veertig miljard euro, die door een Amerikaanse Nederlander vanuit de hoofdvestiging in Leverkusen wordt geleid. De belangrijkste divisies heten in goed Duits HealthCare, CropScience (biotechnologie) en MaterialScience (kunststoffen). Dit jaar viert Bayer zijn 150-jarig bestaan.
De sleutel van Bayers succes is innovatie. Uit de kokers van zijn laboratoria kwamen, naast aspirine en veel andere nuttige vondsten, ook mosterdgas, heroïne (aanvankelijk als geneesmiddel bedoeld) en methadon. In 1925 fuseerde Bayer met basf en Agfa tot I.G. Farben, dat in de nazitijd gifgas Zyklon B produceerde en op grote schaal gebruik maakte van dwangarbeiders uit concentratiekampen. Na de oorlog werd dit kartel ontbonden en ging Bayer in 1951 weer zelfstandig verder, al snel weer uitgebreid met Agfa.
De film Die Bayer-Story laat zien hoe het familiebedrijf zich ontwikkelde tot een wereldwijd concern. De nadruk ligt op de ingrijpende veranderingen die Bayer in de afgelopen twintig jaar doormaakte, van een patriarchale werkgever die ook buiten werktijd zijn medewerkers koesterde (qua huisvesting en vrijetijdsbesteding) en controleerde, tot een global player met winstmaximalisatie als hoogste goed. ‘Van Bayer-familie,’ aldus de perstekst, ‘naar portfolio-management, het kopen en verkopen van aandelen alsof het Monopoly is.’ Goed voor recordomzetten, maar oudere werknemers betreuren dat de veilige saamhorigheid van het familiebedrijf niet meer bestaat. Ook Marijn Dekkers, de Nederlandse voorzitter van de raad van bestuur van Bayer, komt aan het woord.