voetbal-joden

, Angela van der Elst

De spreekkoren tijdens wedstrijden van Ajax worden veelkantig verkend in Ajax! Joden! Amsterdam!

Frans Bromet in de Arena

Ajax! Joden! Amsterdam!
Nederland 2, 14.00-15.00 uur

Willemijn Francissen is bijna vijftig en heeft al dertig jaar een seizoenskaart bij Ajax. Sinds een paar jaar is ook haar zoon Kobus (12) supporter. ‘We zitten niet in zo’n zingvak,’ zegt hij, ‘we doen half-half mee.’ Mee met het zingen, het zingen van allerlei, waaronder liederen waarin Ajacieden zich beroepen op hun Joods-zijn. Een geuzennaam, die antisemitische reacties van aanhangers van de tegenstander uitlokt. ‘Het is positief bedoeld,’ vertellen de fans Anita en Paul. Hij draagt naar wedstrijden een gebreide ijsmuts met davidsterrenmotief. ‘Het creëert een groepsgevoel, maar het had net zo goed iets anders dan Joden kunnen zijn. Australiërs bijvoorbeeld.’
‘De discussies over de spreekkoren begonnen me te irriteren,’ licht Francissen haar idee voor de documentaire Ajax! Joden! Amsterdam! toe. ‘Ik wilde er iets tegenin brengen.’ Ze werkte met Frans Bromet aan een ander project en raakte met hem in gesprek over de vraag wie of wat nu eigenlijk bepaalt wat Joden zijn; iets waarover in Bromet zich al in 1997 met Peter van Ingen boog in een aflevering van de VPRO-serie Wat is nou…. ‘Ik ben niet zo van de sportonderwerpen,’ reageert Bromet, ‘maar die invalshoek van de Joodse identiteit ligt me inderdaad wel.’ Hoewel het begrip ‘Jood’ duidelijk gedefinieerd is – geboren zijn uit een Joodse moeder –, zegt regisseur Bromet, zoon van een Joodse vader, in de film toch vaak voor Jood te worden versleten of ervoor te worden uitgescholden.           
Ajax! Joden! Amsterdam! is een veelkantige verkenning geworden. Bromet spreekt supporters aan voor het stadion met Israëlische vlaggen in hun hand of davidsterren om hun nek. ‘Waar zijn de Joden?’ Hij gaat te rade bij een rabbijn, bij de Stichting Bestrijding Antisemitisme, bij een Joodse Ajax-fan die geboren werd in het concentratiekamp en de spreekkoren vreselijk vindt. ‘Soms vraag ik iemand waarom hij dat nou zegt.’ Oud-Ajaxspeler en Jood Daniël de Ridder vertelt over het ietwat verwarrende gevoel van trots bij het zien van al die blauwwitte vlaggen in het stadion, David Endt verwoordt (nog in zijn functie als teammanager) de binnen de club verdeelde meningen. ‘Het was extreem lastig om mensen voor de camera te krijgen,’ zegt Bromet. ‘Zowel verschillende supportersgroepen als bestuurders van Ajax hebben eerder tegen- dan meegewerkt.’ ‘Het belang van Ajax hierbij is niet zo groot,’ meent Francissen, ‘er is eerder misschien angst supporters tegen zich in het harnas te jagen.’
Zelf verschijnt ze wel voor de camera. Met haar zoon en diens oma; stadionbezoekster Hanneke Groenteman die zegt het sissen niet meer te horen. ‘Het voelt naar maar het betekent niks.’ Bromet vond de spreekkoren voordat hij de film maakte niet zo’n punt, nu vraagt hij zich af waarom je ermee zou doorgaan wanneer je weet dat het mensen kwetst. Francissen is juist gesterkt in haar opvatting dat het niet zo erg is. ‘De gevoeligheid ervoor zal in de loop van de tijd afnemen. Denk ik.’