meesterontdekker

, martin kaaij

Bij de 75ste verjaardag van dirigent, pianist en componist Reinbert de Leeuw hoort een keur van feestelijkheden.

Special: Reinbert de Leeuw
Zaterdag, Cultura24, 20.30-23.35 uur

Reinbert de Leeuw is de beste muziekontdekker van Nederland. Hij openbaarde ons de kracht van de Russinnen Oestvolskaja en Goebajdoelina, maakte van Claude Vivier een cultfiguur en betoverde het grote publiek met meditatief gespeelde pianostukjes van Satie. Het is niet moeilijk om nieuwe muziek te ontdekken. Een enorme hoeveelheid composities, jong en oud, ligt niet of nauwelijks gespeeld voor het oprapen. Deze berg verwaarloosde werken blijft groeien, want er wordt ieder jaar meer gecomponeerd dan wij met zijn allen kunnen beluisteren. De kunst is om de bijzonderste muziek uit de stapels te plukken. Maar daarmee is de ontdekker er niet, want hij moet er ook een geschikt podium voor vinden. En de derde stap is om de vondst zo te spelen dat het publiek de verrukking gaat delen. De Leeuw beheerst deze drie kunsten zo goed en heeft zo veel ontdekkingen op zijn naam staan dat je een geslaagde introductie van een onbekende compositie of componist gerust een Reinbertje kan noemen.
De behoefte om een Reinbertje te scoren, om het maar eens populair uit te drukken, is opvallend zeldzaam onder muzikanten. Zelfs conservatoriumstudenten, van wie je zou verwachten dat ze barstensvol avonturenzin, opstandigheid en ontdekkingsdrift zitten, kiezen doorgaans gedwee voor de grote meesterwerken. Hoe vreemd is dat? Stel, er is een feestje in een huis met twee verdiepingen. De eerste verdieping is gevuld met bekende bevlogen mensen, laten we zeggen types als Robbert Dijkgraaf en Clairy Polak, of – ieder zijn smaak – Patty Brard en Hans Klok. Op de tweede verdieping is het een allegaartje van gewone, rare, duffe, vervelende, sprankelende en vreemde types. De meeste feestgangers zullen graag een kijkje nemen op de eerste verdieping. Maar zou u ook de trap naar de tweede nemen, met de kans de liefde van uw leven te ontmoeten, maar ook het risico verzeild te raken in een gesprek over tuinieren of de bankencrisis? In de klassieke muziek wordt die trap nauwelijks genomen, door muzikanten niet, maar ook niet door luisteraars. De meute blijft tevreden hangen bij Beethoven en Brahms. Erkend genot is verzekerd genot.

Daarom is het bereiken van het publiek de bottleneck voor een Reinbertje. Er is een overvloed aan onbekende meesterwerken en een stoet aan goede muzikanten zou die muziek prima kunnen spelen, maar slechts een enkeling slaagt er in het grote publiek te bereiken met zijn vondsten. Van die enkelingen moet iemand de beste zijn. De afgelopen decennia was dat Reinbert de Leeuw.

Illustratie: Tzenko Stoyanov

Toonmeesters
Samen met documentairemaker Cherry Duyns maakte De Leeuw in 1994 een enorme klapper met de serie Toonmeesters, vijf componistenportretten van Messiaen, Goebajdoelina, Górecki, Kagel en Oestvolskaja. In 1997 volgden nog Vivier, De Vries en Ligeti. Dat zijn inmiddels acht vertrouwde namen voor de Nederlandse liefhebber van twintigste-eeuwse muziek, maar als het geheugen geen duivels trucje uithaalt, waren Goebajdoelina, Oestvolskaja en Vivier toen nagenoeg onbekend. Zou de dienstdoende netcoördinator zich heden ten dage in zo’n avontuur willen storten? Vermoedelijk niet, ook al was de serie een doorslaand succes en lopen er twintig jaar later weer genoeg nieuwe opziendbarende componisten rond die er om schreeuwen ontdekt, besnuffeld en beluisterd te worden. ‘Wie is die X nou helemaal,’ zou de netcoördinator kunnen roepen, ‘niemand luistert naar hedendaagse muziek en zelfs met Katja Schuurman als presentator zie ik niet genoeg marktaandeel’. Zo zou het waarschijnlijk gaan en wie dat jammer vindt, kan nu als troost de hele serie Toonmeesters op dvd bestellen.
Een mooi voorbeeld van een verpletterende ontdekkingstocht is de documentaire over Claude Vivier. Deze Canadese componist studeerde bij Stockhausen en woonde een jaar in Nederland, alwaar hij zich het stopwoordje ‘mooi’ toeëigende en door medestudenten ‘Meneer mooi’ genoemd werd. Maar toen ontdekte Reinbert de Leeuw Meneer mooi niet. Hij werd later op hem gewezen door een andere toonmeester: György Ligeti. In de documentaire wordt Viviers levensloop nageplozen: niemand weet wie zijn ouders zijn, hij was geliefd onder medestudenten en cafégangers en toch eenzaam, en ‘o gruwelijk lot’ in de laatste zin van zijn laatste compositie Glaubst du an der Unsterblichkeit der Seele, voorspelde hij de wijze waarop hij als 35-jarige daadwerkelijk vermoord zou worden. Ondertussen legt De Leeuw hartstochtelijk en bedaard uit wat hem zo aan Viviers muziek bevalt. En wat er uitgelegd wordt, kan de kijker ook horen aan de hand van repetitieopnamen (hier heeft dirigent De Leeuw bij voorkeur de hemd half uit de broek hangen) en concertopnamen (nu is hij beter gekleed, maar zo te zien meer omdat het van hem verwacht wordt, dan uit innerlijke behoefte). De Leeuw is geen grootse dirigent die met onberispelijke techniek en opzwepende gebaren de aandacht naar zich toetrekt, maar een die met opperste concentratie de spanning van de muziek vasthoudt. Na het zien van de documentaire denk je niet ‘wat een knappe regisseur is die Cherry Duyns toch’, of ‘wat is Reinbert de Leeuw een bevlogen man’, ook al is dat allebei waar. Maar het alleroverheersende gevoel is: wat een geweldige muziek heeft Claude Vivier gecomponeerd.

Verjaarscadeau
Geweldige muziek componeren is geen garantie voor succes, zelfs niet als een componist al wereldberoemd is. De 73-jarige Franz Liszt bijvoorbeeld zond in 1884 het vijftiendelige koorwerk Via Crucis naar zijn uitgever Pustet. Die zag er geen brood in omdat hij de akkoorden te ongewoon vond. Liszt vroeg nadrukkelijk niet om een honorarium, wat een flinke kostenpost scheelt bij zo’n beroemde componist, maar Pustet gaf geen krimp. Dat had Liszt naar eigen zeggen wel verwacht en het kon hem niets bommen ook, want hij had de muziek uit innerlijke noodzaak gecomponeerd. Het duurde tot 1936 tot Via Crucis in druk verscheen. Liszt had ook andere versies gemaakt, waaronder een voor piano die pas in 1980 werd uitgegeven. Als een pianostuk van Liszt ondanks zijn wereldfaam al honderd jaar moet wachten op publicatie, welke hoop kunnen de Viviers van deze wereld dan koesteren?
Een opname van Via Crucis is onlangs op cd verschenen met Reinbert de Leeuw als pianist. Op zijn verjaardag zal hij het stuk spelen in vpro’s Vrije geluiden. Het is meedogenloos kale muziek, overwegend zacht en meditatief en alleen de allereenvoudigste ritmes. Via Crucis is een fiks half uur lang voornamelijk kleur, sfeer en, zo u wilt, trance. De akkoorden zijn inderdaad zeer ongewoon voor die tijd, dat had de uitgever goed gezien. Zo bestaat het eerste akkoord van het vijfde deel ‘Jezus ontmoet zijn heilige moeder’ uit vijf verschillende tonen die allemaal met één ongeoefende hand te spelen zijn. Je hoeft niet met de vlakke hand op de toetsen te drukken, maar qua klankresultaat komt het in de buurt.
Op 8 september wordt Reinbert de Leeuw 75 jaar. Als verjaarscadeau zal hij een geheime compositie krijgen. Wie zal de componist zijn? Een van zijn geliefde toonmeesters misschien? Of heeft de feestcommissie een onbekende componist gevonden die, zoals De Leeuw dat over Vivier uitdrukte, ons beeld van wat muziek is op slag verandert? Die componisten bestaan, je moet ze alleen willen ontdekken.

De Bedding
Zaterdag, radio 4, 23.-2-0.00 uur
 
Vrije geluiden
Zondag, Nederland 1, 10.30-11.20 uur
 
NTR Podium
Zondag, Nederland 2, 13.00-14.00 uur