mittelstand

, Maarten van Bracht

Anders dan vaak wordt gedacht, drijft de Duitse economie op de ‘Mittelstand’: meestal familiebedrijven die ondanks de crisis goed blijven draaien. Hoe doen ze dat?
De VPRO Gids ging langs bij de firma Bruns, waar alles om bomen en planten draait.

Tegenlicht
Nederland 2, 21.00-22.00 uur

De export van auto’s die nieuwe recordhoogten bereikt, topmanagers die miljoenensalarissen in de wacht slepen – meestal zijn het in Duitsland de grote concerns waarnaar alle media-aandacht uitgaat. Terwijl de ruggengraat van de Duitse economie toch echt het midden- en kleinbedrijf is, 95 procent van het Duitse bedrijfsleven bestaat uit zogeheten Mittelstand. Het zijn bijna allemaal familiebedrijven die al tientallen jaren, soms eeuwen, bestaan. Ze hebben weinig last van de huidige crisis en scheppen juist nieuwe banen. En bij een sterke groei blijven het familiebedrijven. Ze worden ook wel hidden champions genoemd omdat ze een laag profiel aanhouden.
Van de firma Bruns bijvoorbeeld had ik nog nooit gehoord, terwijl het een van de grootste kwekerijen van bomen en planten in Europa is. De Baumschule Bruns Pflanzen Export GmbH & Co. zetelt in Bad Zwischenahn bij Oldenburg, in het noordwesten van Nedersaksen. Dat chef expeditie Andreas Richter spontaan aanbiedt om mij in het vijftig kilometer verderop gelegen Leer van de trein te komen halen, is de eerste aanwijzing dat we hier met een echt familiebedrijf te maken hebben, al werken er inmiddels 300 mensen. Andreas Richter en zijn assistent Giseala Richter (geen familie) verzorgen een rondleiding langs de 600 hectare percelen met 40.000 soorten planten, bomen en struiken in alle afmetingen en geven uitleg in het logistiek centrum, van waaruit hun vrachtauto’s heel Duitsland bestrijken. De in 1876 door Diedrich-Gerhard Bruns gestarte ‘Baumschule’ wordt inmiddels geleid door de vierde generatie in de persoon van Johann-Diedrich ofwel Jan-Dieter en zet vijftig miljoen per jaar om. Geleverd wordt aan tuincentra, maar vooral aan bedrijven en instellingen die hun kantoren, straten, pleinen en parken willen opfleuren met kant-en-klare bomen en struiken. Specialiteit van het huis zijn hoge bomen, van soms wel vijftig jaar oud, die tienduizenden euro’s moeten opbrengen. Aan particulieren wordt niet geleverd, tenzij ze een complete tuin of grote bomen willen – dat verklaart waarom Bruns alleen in vakkringen bekend is.

Magnolia's van Bruns

Magnolia's van Bruns

Ware schoonheid
De regio Ammerland telt niet minder dan 350 Baumschulen. Richter: ‘Dat komt door het milde zeeklimaat, de juiste luchtvochtigheid, de hoge grondwaterstand en de zure bodem.’ Elkaar beconcurreren doen ze nauwelijks, omdat ze door hun uiteenlopende specialisatie aan elkaar kunnen leveren. Eén ding valt bij de rondgang meteen op: het is arbeidsintensief werk waarvoor veel kennis, deskundigheid en ervaring is vereist. Die heeft Bruns gedurende 136 jaar opgebouwd en vormt het eigenlijke kapitaal, naast de ‘korte lijnen’, het familiegevoel en de innovatiedrang die de firma tot marktleider heeft gemaakt. Opvallend, en voor Duitse begrippen uitzonderlijk: alle medewerkers hier jijen en jouen, van hoog tot laag (en ze zeggen ‘moin’ ter begroeting). Richter, afkomstig uit het Roergebied en sinds anderhalf jaar bij Bruns: ‘Unsere Chefs sind zum Anfassen’. Dat wordt geïllustreerd door Maria Bruns, echtgenote van de chef, die bij zijn afwezigheid de honneurs waarneemt en zich later op de dag spontaan bij het gezelschap voegt om over de familiegeschiedenis te vertellen.
Twee keer moest men weer vanaf nul beginnen, na de Eerste Wereldoorlog en in 1945, toen op last van de geallieerden alle bomen en planten moesten wijken voor groente en fruit. De broers Wilhelm en Erich exporteerden al voor de oorlog naar de rest van Duitsland en begonnen in 1960 een rododendronpark waar ze 150 nieuwe soorten ontwikkelden die als Gristeder Neuheiten bekendstaan. Het park is voor publiek gratis toegankelijk en Richter benadrukt dat van diefstal of vandalisme nog nooit iets is gebleken; ware schoonheid is onaantastbaar. Vanaf midden jaren zeventig wordt door Bruns ook voor tuincentra (Containerpflanzen) geproduceerd en inmiddels bestaat het afzetgebied uit heel Europa inclusief Rusland. Het hele assortiment is te vinden in de jaarlijks uitgebrachte 1150 pagina’s tellende catalogus onder wetenschappelijke supervisie van Hans-Dieter Warda, eigenaar van een arboretum bij Hamburg. Deze pil, die ook in het Engels, Frans en Russisch verschijnt, geldt als de bijbel voor de hele branche.

Directeur Jan-Dieter Bruns aan het werk

Directeur Jan-Dieter Bruns aan het werk

Hart voor de zaak
Het meest tot de verbeelding van de verslaggever, zelf niet in het bezit van een grüner Daum (groene vingers), spreekt de bomenkweek. Bruns heeft er een miljoen staan. Hadden de banken het vroeger over ‘groeiend geld’, hier zie je dat in natura gebeuren. Om de vier, vijf jaar worden de bomen verplant (aufschulen) omdat anders de wortels te lang worden en ze niet meer transportabel zijn. Spectaculair is het transport van heel grote bomen. Het uitgraven duurt uren, het voorzichtig opbinden van de kroon dagen. Speciale machines tillen de maximaal veertien meter hoge boom op een dieplader, waarna zo’n convoi exceptionnel onder politiebegeleiding ’s nachts over de Autobahn wordt vervoerd. De koper moet dan wel tienduizenden euro’s neertellen. Bomen van Bruns staan op talloze hotspots in Europa, waaronder Parijs (Champs-Élysées), Londen (St. Paul’s Cathedral) en Berlijn (Rijksdag).
Jan-Dieter Bruns is sinds 1990 niet alleen de directeur, maar ook bomenexpert en doet de ‘grote’ klanten zelf. Overigens maakt ook zijn nicht Gisela Conrad deel uit van de driekoppige directie, zodat de familie langs twee lijnen de volgende, vijfde generatie aan de firma kan leveren, in de personen van Erich Conrad, Jan-Gerd Bruns en zijn jongere broer Michel. ‘Ik heb ook nog een dochter,’ vertelt mevrouw Bruns, ‘die studeert nu bedrijfseconomie in Australië.’ Maar de waarschijnlijke opvolger is Jan-Gerd (22), die momenteel in een andere bedrijf ervaring opdoet. ‘Het is denkbaar dat hem dat zo goed bevalt dat hij liever wat anders gaat doen,’ zegt ze lachend. ‘Een opvolger uit de familie is geen vanzelfsprekendheid, je mag je kinderen niks opdringen. Maar de zoons hebben altijd gezien dat pa veel plezier in z’n werk heeft. Het gaat zeker niet alleen om geld verdienen. Belangrijk voor een familiebedrijf is dat je geworteld bent en elkaar kent. De structuren moeten klein zijn. Wel moet de chef dan uit de familie komen, maar als hij geen hart voor de zaak heeft, gaat het snel bergafwaarts met de firma. De familievrede en de bedrijfsvrede lopen zogezegd parallel. Een emotionele band met het bedrijf is belangrijk.’

Oprichter Diedrich-Gerhard Bruns

Oprichter Diedrich-Gerhard Bruns

Stap extra
Veel werknemers van Bruns zitten er al tientallen jaren, zoals Volker Rahenbrock (61), die op de expeditie-afdeling van de ‘Gala-Bau’ (Garten- und Landschaftsbau) werkt. Hij is aangeschoven, omdat hij Nederland in z’n pakket heeft, maar toont zich onverminderd enthousiast als blijkt dat ik geen potentiële klant ben. ‘Ik zit hier al 34 jaar, maar toch is de leeftijdsopbouw van het personeel goed. Komt ook omdat we groeien natuurlijk, maar we zijn erop gebrand jonge werknemers intern op te leiden en vragen zelf om open sollicitaties. Wie in het Logistikzentrum werkt, mag bijvoorbeeld ook een jaar naar het buitenland om een vreemde taal te leren. Voor zo iemand wordt hier een plekje vrijgehouden. Alle klanten worden in hun eigen taal te woord gestaan en we gaan ook naar ze toe om ter plekke te adviseren – Russen, Fransen, Britten, Scandinaviërs. Er was laatst een Oekraïnse miljardair die voor een paar ton aan bomen aanschafte. Maar let wel, dat is uitzonderlijk. De meeste opdrachtgevers plaatsen bestellingen tussen de 2000 en 7000 euro. Iedereen krijgt dezelfde behandeling en we zetten graag stap extra, ook als dat niks oplevert.’
Ook in milieuvriendelijk produceren probeert Bruns, dat samenwerkt met universiteiten en hogescholen, koploper te zijn. Naast drie andere milieucertificaten mag de firma sinds kort ook het ffp-label voeren, van Fair Flowers Fair Plants, dat naast milieuvriendelijkheid ook de arbeidsomstandigheden meet. ‘99 van de honderd punten gehaald,’ zegt Richter met gepaste trots. Water wordt gezuiverd en hergebruikt, de bemesting zo veel mogelijk gereduceerd en verfijnd, en de nieuwe tractoren verbruiken veel minder diesel. Is een biologische kwekerij haalbaar? ‘Ja, dat zou prachtig zijn,’ zegt Richter, ‘maar dat hangt ook sterk van de consument af. Die wil vanaf mei z’n rode rozen hebben, hoe dan ook. Hij koopt misschien al wel biologische levensmiddelen, maar als het om bloemen en planten gaat is hij nog niet zover.’
Je merkt aan alles dat bij Bruns praktisch vakmanschap hoog gewaardeerd wordt. Terwijl in Nederland technische en ambachtsscholen zijn opgedoekt en neergekeken wordt op handvaardigheid, staat in Duitsland das Handwerk nog in aanzien. Scholing en arbeidsmarkt sluiten er beter op elkaar aan dan in Nederland, waar de jeugdwerkloosheid dubbel zo hoog ligt. Bij Bruns weten ze zeker dat het ambacht de toekomst heeft. Een Baumschuler die zijn ‘Meister’-titel haalt en dan zelf een bedrijf mag beginnen en anderen opleiden, geniet groot respect. Toch is er door de lage Duitse geboortecijfers minder Nachwuchs. ‘Ook wij moeten nu meer moeite doen om genoeg mensen te krijgen voor onze Lehrstellen, zegt mevrouw Bruns. ‘Maar het ambacht van tuinder en kweker blijft heus wel bestaan.’

advertentie