noodlot en toeval

, Maarten van Bracht

Anders Breivik vermoordde in Oslo en op Utøya 77 mensen. In John Appels documentaire Wrong Time Wrong Place komen overlevenden en nabestaanden aan het woord. Sterven of overleven blijkt een kwestie van toeval.

Holland Doc: Wrong Time Wrong Place, nederland 2, 23.00-23.55 uur

Anders dan de middeleeuwer, die zich er voortdurend van bewust was dat zijn leven geheel in Gods hand lag en dat het om vooralsnog onbegrijpelijke redenen in dit aardse tranendal op ieder moment met hem afgelopen kon zijn, heeft de hedendaagse westerling de regie over zijn bestaan stevig in eigen hand genomen. Dankzij onderwijs en wetenschap, gezondheidszorg en technologie heeft de illusie postgevat dat het leven geheel van eigen makelij is en het bestaan zich naar eigen goeddunken laat uitstippelen. Kortom, het lot in eigen hand. In elk geval leven we inmiddels veel langer, zorgelozer en zelfbewuster dan onze voorouders.

Dat in het moderne bestaan een onbeheersbare factor genaamd toeval, in het ergste geval stom, zuiver toeval, een veel grotere rol speelt dan je geneigd bent te geloven of toe te geven, wordt pas duidelijk als het leven opeens aan een zijden draadje hangt of als dit draadje – tsjak – wordt doorgeknipt. Denk aan de man die om een triviale reden (verslapen, file, paspoort vergeten) zijn vliegtuig mist dat vervolgens in zee stort – nul overlevenden, althans één, wiens kijk op het bestaan daardoor danig wordt opgeschud. De lijst voorbeelden zonder zinnige verklaring voor die fatale of juist gelukkige afloop is eindeloos. Waarom vinden schuldeloze, nietsvermoedende mensen opeens de dood, waarom wordt de ene passant tijdens een storm door een omvallende boom gedood en de ander rakelings gemist? Toeval. Ineens worden betrokkenen of nabestaanden bepaald bij de nietigheid van het bestaan, en daarmee bij het toeval, voorheen de voorzienigheid. Noodlottig toeval gaat het menselijk begrip te boven en leidt hooguit tot ogenschijnlijk berustende frasen als ‘het heeft zo moeten zijn’ of ‘als het je tijd is, dan ga je’. Met dodelijk toeval valt haast niet te leven, maar het fascineert, omdat het iedereen kan overkomen.
 

Ritah

broosheid

Om dergelijk toeval gaat het in de documentaire Wrong Time Wrong Place van John Appel, vorig jaar de openingsfilm van Idfa, waarin overlevenden en nabestaanden van slachtoffers van Anders Breivik aan het woord komen, de massamoordenaar die op 22 juli 2011 met bomaanslagen in Oslo en een schietpartij op het eiland Utøya, waar een zomerkamp voor socialistische jongeren gaande was, in totaal 77 slachtoffers maakte. Omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren, raakten ze in het vizier van een koelbloedige gestoorde – die later overigens toerekeningsvatbaar werd verklaard.

Niet dat John Appel (van onder veel meer André Hazes – Zij gelooft in mij en The Player) tot de leedexploitanten mag worden gerekend die na de aanslagen met het oog op de kijkcijfers slachtoffers in beeld wilden brengen. Integendeel, hij liep al langer rond met het idee om een film te maken over de broosheid van het bestaan als gevolg van het toeval. Om te illustreren dat leven zonder risico een illusie is, dacht hij ‘aan een ernstige kettingbotsing, waarbij ik een paar maanden later bij nabestaanden en overlevenden langs zou gaan,’ vertelde hij in De Filmkrant. Maar toen diende het Noorse drama zich aan. Een uitgelezen kans, maar ook een enorme tragedie, en probeer dan een door alle media bestookte Noorse persvoorlichter maar eens te overtuigen van je integere bedoelingen. Een kwestie van vasthoudendheid en lange adem: ‘Ik legde haar uit dat het niet om sensatie en geld ging. En ook niet primair om de ellende van slachtoffers.’

Zo kwam Appel in contact met Hakon, die zich op Utøya in een toiletgebouw had verstopt. Omdat er regen was voorspeld, had hij nog geaarzeld om naar het eiland te gaan. Hij belandde op dezelfde boot als Breivik en kon ternauwernood aan zijn belager ontkomen. Via Hakon kwam Appel op het spoor van de Koerdische Hajin en Oegandese Ritah, die zich in dezelfde toiletruimte schuilhielden. Ritah was ten tijde van de moordpartij twee maanden zwanger. Via via kreeg Appel te horen dat hij na de bevalling langs mocht komen, maar vanwege de symboliek wilde hij haar per se filmen tijdens haar zwangerschap. Na veel speurwerk werd Ritah getraceerd in een asielzoekerscentrum in Goes.

De moeder van tamta

voorgezegd

Hoogst dramatisch is ook het verhaal van Harald. Vlakbij het kantoor in de binnenstad van Oslo waar hij als ambtenaar aan het werk was, kwam een autobom tot ontploffing. Harald raakte gewond en is bijna helemaal blind. Een jaar eerder was zijn zoon tijdens het basejumpen, waarbij met een parachute van een hoog object wordt gesprongen, te pletter gevallen. Harald was zijn dood nog aan het verwerken en nog voorzichtiger geworden dan hij toch al was, maar hij trekt in de film de conclusie dat dit kennelijk niks uitmaakt. Appel: ‘Zo denk ik er ook over. Het heeft geen zin om je lot uit de weg te gaan.’ Zoveel mogelijk risico’s mijden biedt geen garantie.


De ouders van de Georgische Tamta, die door Breivik werd doodgeschoten, komen tot een andere slotsom. Volgens de moeder werd het lot van hun dochter al voorzegd in een zeventiende-eeuws religieus geschrift. De vader vindt dit onzin en zegt dat Breivik dood moet omdat hij hun dochter heeft vermoord. Terwijl Tamta’s vriendin Natia zeker weet dat ze het overleefd zou hebben als ze maar bij elkaar waren gebleven. Appel: ‘De vader denkt dat alles is opgelost als Breivik dood is. Ik denk dat zijn vrouw zich uiteindelijk beter kan verzoenen met de dood van hun dochter dan hij.’
 

Harald

bedoeling

Alle overlevenden en de nabestaanden van de slachtoffers vragen zich uiteraard af waarom juist zij op die dag en op dat moment op de plek des onheils door het noodlot werden getroffen. Ze zoeken, ieder op zijn manier, naar verklaringen en proberen enige zin te verlenen aan de gebeurtenissen, ook om hun eigen leven weer te kunnen voortzetten. Misschien heeft het feit dat ze het overleefd hebben een bedoeling? Met de ontstellende waarheid dat het verschil tussen leven en dood op puur en zinloos toeval berust, valt niet goed te leven.

Ritah: ‘Ik zie ze voor me alsof ze nog leven. Je denkt, ik had een van hen kunnen zijn. Ik heb het overleefd. Eerst dacht ik: dit is het leven na de dood. Misschien was ik geraakt, maar voelde ik geen pijn. Ik heb het overleefd.’
Iedereen beseft ‘diep van binnen’ dat toeval in hoge mate ons leven bepaalt. Maar door verzekeringen af te sluiten, wanen we ons doorgaans veilig, alsof het noodlot daardoor kan worden afgewend. Net als zijn vader (‘the player’) vindt Appel dat je zo min mogelijk moet plannen en je niet moet verzekeren. Hij heeft een verplichte zorgverzekering, maar verder niets. Geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, ook niet tegen brand. ‘Onvoorspelbaarheid is de essentie van het leven, en die moet niet worden gevreesd, maar bezongen.’