'Joosje is nu eenmaal zo'

, hugo hoes

Het Zeeuwse Westkapelle werd landelijk nieuws vanwege een pedofiliezaak met een groot aantal jongens. Veel dorpsgenoten wisten daarvan. In Achter de dijk schetst Michael Schaap (De Hokjesman) veranderde zeden.

Wie is er achter de dijk geweest, Michael Schaap of de Hokjesman?
‘Michael namens de vpro. Vorig jaar februari waren we aan het fantaseren over afleveringen van De hokjesman. Ik wilde heel graag iets in Zeeland doen, ook omdat ik het eigenlijk niet ken. Van Arnemuiders wist ik dat het interessante mensen waren. Streng gelovig met een eigen cultuur. Maar we waren ook geïnteresseerd in Westkapelle. Dat is een unieke gemeenschap. Dijkwerkers, ruig volk met een rode inborst en een eigen taal, Wasschappels. Die elkaar helpen en zich verzetten zich tegen hoge heren en autoriteiten. We hadden net besloten om naar Westkapelle te gaan, en verdomd, een week later was het groot nieuws omdat het OM  bekend maakte dat er een man, Joost W., was opgepakt die honderd jongens zou hebben misbruikt. Toen dachten wij: we gaan niet. Want dan heb je er niets meer te zoeken omdat al het journaille dan op de dijk staat.

Nu, ruim een jaar later, deed zich de kans voor om een Holland Doc te maken en dacht ik weer aan Westkapelle. Onderweg daarheen vroeg ik me nog af of ze De hokjesman gezien zouden hebben. Nou, de eerste die ik tegenkwam was de haringman. Die zei “Hé hokjesman, wat kom jij hier doen?” Ik zei dat we onderzoek deden naar hechte gemeenschappen. Het leek ons beter om niets over de zedenzaak te zeggen. Vaak begon men er uit zichzelf over, en als ik vroeg of ik een Hokjesman zou kunnen maken zonder Joosje te noemen, zei men dat dat moeilijk zou gaan.
Joosje heeft ons wel op de kaart gezet, werd er gezegd. Dat is natuurlijk niet zo leuk, maar het is wel gebeurd. Veertig jaar is er niet over gesproken en nu is het uitgekomen.’

Geen probleem
‘Alleen in NRC is het verhaal goed verteld. Het overstijgt Westkapelle en is belangrijk voor iedereen. Daar kunnen we misschien iets van leren. De volgende man die ik ontmoette vertelde direct het hele verhaal. Dat bijna alle jongens in zijn vriendengroep met Joosje te maken kregen, en dat hij er geen moeite mee had. “Daar waren we toch zelf bij?” Geen probleem. Dat was interessant. In mijn jeugd werd over pedofilie door vooruitstrevende intelligentsia ook nog veel geringschattender gedaan. Eind jaren zeventig werd half gedacht dat zoiets misschien wel moest kunnen. pvda en d66 probeerden zelfs nog om de leeftijdsgrens voor seks met minderjarigen af te schaffen. Of denk aan Jimmy Saville, die vieze poplul van de bbc. Het was gewoon een onduidelijke tijd. Alles schoof op, die Umwertung aller Werte. Misschien viel het wel mee met de gevolgen, want meer mannen zeiden er geen last van te hebben gehad. Het waren adolescenten en in Westkapelle doe je vanaf vijftien al aardig volwassen. Daarnaast waren ze allemaal gewaarschuwd en kregen ze er een vergoeding voor. Dus was het hun probleem en verantwoordelijkheid. Ze wisten wat ze deden. En Joosje is Joosje. Die is nu eenmaal zo. Dat weet iedereen al sinds mensenheugenis. Elk jongetje in Westkapelle kreeg vanaf een jaar of acht te horen: pas op voor Joosje Flikkerdoosje, hij wil wat van je. Trauma’s ontstaan door de echte ervaring maar ook door de reactie van de omgeving. Als die tekeer gaat, raakt een kind in paniek. Er zijn jongens die weliswaar beweren er niet zoveel schade van te hebben ondervonden, maar het blijft altijd in hun hoofd zitten. Nog steeds zijn er mannen die het nooit aan hun vrouw hebben verteld en ik denk dat nu meer vrouwen er naar zullen vragen.’

Administratie
‘Heel veel jongens hebben met Joosje te maken gehad, ook buiten Westkapelle. En kinderen van badgasten. Op heel Walcheren kenden ze hem. Hij komt onder de naam Levien Flikkermachien zelfs voor in Dorsvloer vol confetti van Franca Treur. Als een enge schim die af en toe voorbijkomt. Het apologetische verhaal was dat de jongens het voor de poen deden. Makkelijk, want daardoor heb je als getuige geen verantwoordelijkheid. Maar dat verhaal klopt niet, want Joosje was jaren bezig om ze te pakken. Heel sneaky. Hij hield in een boekje een nauwgezette administratie bij over zijn slachtoffers. Daarin stond waar ze op school zaten, wat voor een fiets ze hadden en hun lichamelijke kenmerken. Zijn klusbedrijf was een dekmantel, hij was een roofdier. Toen dit uitkwam, en het dorp werd overvallen door journalisten, had men in eerste instantie ook niet zoveel last van Joosje. Wel van het beeld dat de media schetsten van het dorp. Want het lokale “ja dûh, tuurlijk weten we van Joosje” wekte de indruk dat het ze allemaal geen flikker kon schelen. Daarnaast werden ze in de pers ten onrechte als gereformeerd weggezet. Daar maakten Westkapellaren zich dan weer druk over.
Er was een rare consensus en misbruik dat over meerdere generaties ging. Tientallen jaren. Het was gewoon normaal. Daarnaast was Joosje een ongelooflijk jofele pik. Een zoon van het dorp. Als ouders zeiden: “Ik trek je kop eraf als je aan mij kind komt,” durfde hij niets meer te doen. Dat vind ik het ergste wat ik heb ontdekt, want als iedereen dat had gezegd, was er niets gebeurd. Het was geen onderwerp en in de huidige tijd komt dat heel raar over. Overal waar van pedofilie sprake is, breekt de pleuris uit. Daar niet. Er zijn slachtoffers, logisch, die het afschuwelijk zouden vinden als hij terugkomt, maar anderen zeggen: waar moet hij dan naar toe? Ik neem het niemand kwalijk, maar het verbaast mij wel.’

 

Gluiperd
Dit verhaal laat zien hoe moeilijk en ingewikkeld het is om hiermee om te gaan. We zijn allemaal scharrelaars, feilbaar en proberen het goed te doen maar meestal falen we daarin. Het is de banaliteit van het kwaad. Simpel én ingewikkeld. Ik vel geen oordeel in de film, er is ook geen voice-over, zoals bij De hokjesman. Een complexe vertelling. We hebben ook een slachtoffer gesproken dat er bijna kapot aan is gegaan. Zijn leven is gesloopt. Hij heeft aangifte gedaan en daarna is het pas gaan rollen. Terwijl de eerste melding dateert al van 1968. Toen was Joosje zeventien. Hij heeft twee jaar gekregen en tbs. Westkapelle wil rust. Dat snap ik, maar er zijn wel jongens zwaar in de problemen gekomen. Die lopen met een steen in hun maag, want zo leuk is het niet om je eerste seksuele ervaring te hebben met zo’n smeerpijp. Moreel totaal verwerpelijk, en soms werd ik echt misselijk als iemand daar weer makkelijk over deed. Het is gek, veel mensen kregen een glimlach op hun gezicht als ik over Joosje begon. “Ach, Joosje,” was het dan. Hij deed het heel slim en iedereen vond hem aardig. Het was een gluiperd.
Ik hoop dat men na deze film toch wat anders over deze affaire gaat denken, ook in Westkapelle, en dat daar niet meer over eigen schuld wordt gesproken. Komt ook omdat het pubers betrof en geen kleine kindjes. Maar het paaien begon al bij zeven of acht jaar, en bij elf sloeg hij soms al toe. Als er al een boodschap in de film zit, gaat die over het onvermogen van de mens om in te grijpen. Dat durft of wil men niet. Het is horen, zien en zwijgen.’

Tien met een griffel
‘Ik zou zeggen, ouders praat met je kinderen. Iedereen weet dat kinderen hun seksualiteit willen ontdekken, ga daar dus ontspannen mee om. Iemand van het om zei dat als ze in Nederland diploma’s zouden uitreiken voor pedofilie, Joosje een tien met een griffel zou krijgen. Hij wist precies hoe het moest en vloog perfect onder de radar. In de rechtbank vertelde hij dat niemand hem corrigeerde en daarom vond dat het wel kon. Hij voelde zich veilig. In het weekend hebben we de film in het dorp vertoond. Na afloop had alleen de voormalig burgemeester twee opmerkingen. Hij stelde het op erg prijs stellen als we in ieder geval Korrelatie zouden noemen bij de uitzending. Dat doen we. Daarnaast vroeg hij of we ook het bestaan van Joosts “boekhouding” willen noemen. Want het was geen Sinterklaas, maar een jongensboekhouder. Heel erg naar.’

Komt De hokjesman nog terug?
‘Ja, vanaf september minstens zes afleveringen. Naar aanleiding van de eerste serie hebben we heel veel uitnodigingen gehad om langs te komen, maar we hadden al een mooie lijst. Ik verklap niets.’