Nog steeds komen Braziliaanse voetbaltalenten naar Europa in de hoop op een carrière als profvoetballer. Sterren als Kaká, Robinho, Dante en Neymar staan in de spotlight, maar de vele verliezers in deze afvalrace blijven buiten beeld.

In de aanloop naar het WK voetbal van 1994 in de Verenigde Staten maakte Jos de Putter, in de verwachting dat Brazilië het toernooi zou winnen (aldus geschiedde, voor de vierde keer), een film over de voetbaldromen van jochies uit de sloppen van Rio de Janeiro: Solo, de wet van de favela. Twintig jaar later, voorafgaand aan het WK van 2014 in Brazilië, maakte hij op dezelfde locaties een vervolg: Solo, Out of a Dream (zie onder). Met het oog op dat wk en het imago van Brazilië in het buitenland heeft de overheid weliswaar een grote schoonmaak gehouden in de vele favela’s van Rio de Janeiro, maar de vraag is wat hiervan beklijft. Ondanks het feit dat Brazilië er nu economisch beter voor staat, heerst in de eindeloze sloppenwijken nog steeds een klimaat van armoede en drugsgerelateerd geweld, en om daaraan te ontsnappen blijven honderdduizenden jochies hun droom koesteren: profvoetballer worden, een ticket naar vrijheid en welstand.
De route is bekend: scouts plukken de talentjes, kinderen nog die amper geld hebben voor kicksen of een buskaartje, van hun stoffige speelveldjes, waarna ze ‘rijpen’ bij een club van naam om daarna, nog steeds op te jonge leeftijd, door spelersmakelaars naar Europa en elders te worden overgeheveld. Familie, ‘adviseurs’, makelaars en clubs verdringen zich rond zo’n talent omdat het geweldig veel geld kan opbrengen. De druk op zo’n jongen uitgeoefend is enorm. Hij weet alleen dat hij moet slagen, en maar amper onder wat voor contract zijn handtekening staat. Zijn achtergrond en de omstandigheden waarin hij verkeert, culminerend in de transfer naar een ander continent met een heel andere cultuur, lijken van ondergeschikt belang.

Leonardo en Anselmo in hun jonge jaren

Degradatievoetbal
In de documentaire Mata Mata (in Brazilië gebruikte term voor ‘knockoutwedstrijd’), die vorig jaar tijdens het WK op televisie en in de bioscoop te zien was, vertelt Dante, tegenwoordig sterspeler bij FC Bayern München, hoe hij als achttienjarige door zijn agent met honderd dollar zakgeld op het vliegtuig naar Parijs werd gezet, waar niemand hem opwachtte. Het was december, hij droeg alleen een t-shirt en sprak geen woord over de grens. Via Frankrijk en België belandde hij uiteindelijk bij Bayern – ‘Dit is Hollywood,’
zei Dante toen hij daar voor het eerst het trainingsveld betrad. Hij spreekt inmiddels zes talen en haalde ook het Braziliaanse elftal. ‘Hij sprong toen rond als een gummibal,’ zei regisseur Jens Hoffman in de Süddeutsche. ‘Het was zo roerend omdat het eerlijk en echt was.’

Maar Dante is een van de weinigen die het ondanks alles echt gemaakt hebben. De meesten spelen in de lagere divisies van Europese competities, hopend op een doorbraak, terwijl het thuisfront in Brazilië begerig een groot deel van hun spelerssalaris tegemoet ziet. Veel anderen haken om uiteenlopende redenen af en keren terug naar Brazilië.
Volgens de makers van Mata Mata kwamen in 2012 zo’n 1200 jonge Brazilianen naar Europa, van wie er 900 gefrustreerd en gedesillusioneerd terugkeerden. Naast Dante werden gedurende drie jaar nog tien spelers gevolgd, met wie het beduidend minder goed afliep. Wanneer Carlinhos uit São Paulo naar Bayer Leverkusen gaat, houdt zijn moeder thuis zijn trainingspak voor de camera: ‘Dit zal zijn hele leven, alles veranderen. Dit is het uniform waarin hij voor ons zal vechten!’ Een paar maanden later zit Carlinhos vertwijfeld op de bank in een somber appartementje in Leverkusen. ‘Ze moeten me niet, geen idee waarom.’ Hij wordt uitgeleend aan tweedeklasser Regensburg om in de sneeuw degradatievoetbal te spelen. Daarna vlucht hij naar Brazilië, waar familie inmiddels van zijn centen de tweekamerhut tot drie etages met een barbecueterras had uitgebreid. Volgens het Braziliaanse agentschap Traffic, waarvan de baas toegeeft dat veel geld verdienen het doel is, was Carlinhos’ verblijf in Duitsland ‘perfect verlopen’ en had zich niks negatiefs voorgedaan. 

Leonardo terug in de favela

Chaos en corruptie
Zo zijn er meer trieste ervaringen. Mosquito uit de favela ‘Stad van God’ wiens vader een drugsbaas blijkt te zijn; supertalent Danilo, uit een straatarm gezin, die zichzelf niet kan beheersen; Dankler die prof wordt maar bij een transfer slachtoffer wordt van allerlei machinaties; en Thiago die de verlokkingen van drugs, feesten en het snelle geld niet kan weerstaan. ‘Die wordt drugsdealer,’ zegt de eigenaar van zijn club.
Brazilië is een voetbalgekke natie, vanwaar dan die aanhoudende exodus van talent naar Europa? Het gaat niet alleen om geld, maar hangt ook samen met hoe het profvoetbal in dit immense land is georganiseerd. Het nationaal elftal is er heilig, maar de nationale competitie kent weinig traditie en gold lang als een rommeltje. In 1971 besloot het militair regime de 26 deelstaten, met elk een eigen voetbalcompetitie, te laten deelnemen aan een nationale competitie. Daarna sloegen chaos, bureaucratie en corruptie toe; elk jaar werd de competitieopzet weer gewijzigd. In 1974 mochten alleen die clubs toetreden die de meeste entreebewijzen hadden verkocht, op een bepaald moment deden er 98 clubs mee en in 1985 waren de regels zo opgesteld dat FC Coritiba met een negatief doelsaldo landskampioen kon worden. In 2001 kwamen er gemiddeld slechts 11.000 toeschouwers kijken naar de wedstrijden in de Campeonato Brasileiro. Sponsors lieten het al snel afweten.
In zo’n klimaat valt goed te begrijpen dat spelers naar Europa uitwijken. Toen werd in de Braziliaanse competitie het Europese systeem met uit- en thuiswedstrijden ingevoerd. Dat was even wennen voor de Brazilianen, maar sindsdien ging het steeds beter en kwam er meer geld beschikbaar. Het aantal ‘vertrekkers’ naar Europa daalt nu zelfs, al zwaaien inmiddels ook rijke clubs in de Arabische Emiraten, China, Japan en Iran driftig met de geldbuidel.

solo, out of a dream

2Doc: Solo, Out of a Dream
Maandag, NPO 2, 20.25-21.25 uur
 
De met een Joris Ivens Award bekroonde documentaire Solo, de wet van de favela (1994) van Jos de Putter, over de voetballertjes Leonardo en Anselmo in de sloppenwijken van Rio de Janeiro, krijgt twintig jaar later een vervolg in Solo, Out of a Dream. Daarin keert De Putter met Leonardo terug naar Brazilië om in het decor van zijn jeugd samen met Anselmo een voorlopige balans op te maken. De voetbalcarrière van Leonardo, die mede dankzij De Putters documentaire onder meer voor Feyenoord, Ajax, Nac, Red Bull Salzburg en Farencvárosi TC speelde, bevindt zich bij TSV München 1860, in de tweede Bundesliga, onherroepelijk in z’n nadagen. Anselmo, die destijds met Leonardo werd gescout door het grote Fluminense, maar het niet haalde, omdat hij bij de testwedstrijd zijn voetbalschoenen was vergeten, is altijd in zijn favela is gebleven, zonder zich daarover te beklagen. Twee tegengestelde karakters, ooit voetbalvriendjes. Leonardo ambitieus en snel gepikeerd, Anselmo goedmoedig en relativerend. Leonardo die zijn moeder een villa in een bewaakte wijk bezorgde, maar eenzaam en ongelukkig is omdat zij (‘een anaconda’) zijn sociale leven tiranniseert, terwijl Anselmo, arm gebleven, zich gelukkig toont met zijn gezinnetje. De Putter beseft dat hij met zijn eerste documentaire diep heeft ingegrepen in een mensenleven. ‘Wat zijn de gevolgen, als je als filmer voor God hebt gespeeld?’ 

Leonardo