De Olympische Winterspelen begonnen in 1924 met 258 sporters. Bij de 22ste editie in Sotsji was dit aantal uitgegroeid tot 2871, terwijl er 98 gouden plakken te verdelen waren. Steeds groter is het devies, en Pyeongchang is daarop geen uitzondering met vier nieuwe disciplines. Wat houden die precies in?

schaatsen massastart

Het rijden in peloton, of in pack style, zoals het elders heet, stond in 1932 tijdens de Winterspelen in Lake Placid al eens op het programma, maar moest sindsdien wijken voor de man-tegen-mantijdrit. Bij de terugkeer van de massastart in Pyeongchang wordt Nederland bij de mannen vertegenwoordigd door Koen Verweij en Sven Kramer, en bij de vrouwen door Irene Schouten en Anouk van der Weijden.

‘Kort omschrijven wat de massastart precies is?’ Geert Kuiper, bondscoach ploegenachtervolging en massastart, moet even nadenken. ‘Oké, een wedstrijd over zestien ronden waarbij landen met maximaal twee rijders tegelijk aan de start staan. Alleen als tijdens de halve finales een land dan nog met twee rijders vertegenwoordigd is, worden deze verdeeld. Wie tijdens een race de meeste punten vergaart – de drie tussensprints leveren telkens een puntenaantal op van vijf, drie en één, aan de finish is de beloning zestig, veertig en twintig punten – is de winnaar. In de praktijk is dat altijd degene die het eerst over de finish komt.’

Een deel van de charme is het onvoorspelbare karakter, zegt Kuiper. ‘Kun je bij het langebaanschaatsen, zeker bij de lange afstanden, de top drie vooraf meestal wel voorspellen, bij de massastart kan een outsider winnen; iemand die bij een tussensprint aanvalt en dan het geluk heeft dat in het peloton de favorieten naar elkaar gaan zitten kijken. Het is ook echt spectaculair, het gaat vreselijk hard, tegen de zestig kilometer per uur. Als je dan valt en er zit iemand aan de buitenkant…’ Niet voor niets is alles – de schaatsen, de pakken – van snijvaste materialen gemaakt en zijn helmen verplicht; een slagaderlijke bloeding is tenslotte geen lolletje.

spektakelstuk

Dat de massastart als spektakelstuk – daar draagt het onderling uitdelen van een niet-reglementaire tik ook aan bij – zou vloeken met het traditionele langebaanschaatsen, als kijksport toch bijna een zenoefening, ziet Kuiper anders. Het is volgens hem een aanvulling, het zal de tijdrit niet verdringen. Positief is ook dat de massastart rijders trekt uit landen die niet bekend staan als schaatslanden. Een toename van het aantal landen en kanshebbers is sowieso niet onbelangrijk, zo komt de olympische status van het schaatsen op termijn niet in gevaar. Voor beoefenaars van het in landen als Colombia en Nieuw-Zeeland populaire inlineskaten – geen olympische sport, maar er zijn wel veel overeenkomsten met de massastart –  is de massastart dé mogelijkheid om toch aan de Spelen deel te nemen.

Of bij de introductie van de massastart meespeelde dat Zuid-Korea met de razendsnelle Seung-hoon Lee kanshebber is? De wegen van het IOC zijn volgens Kuipers ondoorgrondelijk, maar het belangrijkste is toch dat veel landen kunnen winnen. En het zal mogelijk ook niet bij de massastart blijven, meent hij. ‘We experimenteren nu met de teamsprint.’ En een estafette? ‘Ja, dat is denkbaar.’ Een gemengd onderdeel? ‘Waarom niet, dat zie je nu bij meer sporten.’

curling gemengd dubbel

Een van die gemengde disciplines is curling gemengd dubbel. Curling, voor wie echt geen idee heeft, is een soort jeu de boules – petanque, zeggen de Fransen, die zich overigens beijveren dat ‘hun’ spel bij de Spelen van Parijs in 2024 een olympische status krijgt – maar dan op ijs. In plaats van door de lucht vliegende metalen ballen glijden zware granieten stenen (19,1 kilo) over een met waterdruppels besproeide ijsvloer. Een curlingteam kent bovendien nog leden die tijdens een worp op het ijs staan en met een bezem het ijs te bewerken om zo de baan van de steen te beïnvloeden.

Sinds 1998 is curling onderdeel van de Winterspelen. Elders in de wereld is het een grote sport, maar in Nederland – waar het spel in de zestiende eeuw al werd beoefend, zo blijkt uit het schilderij Jagers in de sneeuw van Pieter Bruegel de Oudere – telt de curlingbond op de kop af 141 leden. Een klein wonder dus dat het Nederlandse mannenteam zich onlangs bijna kwalificeerde voor de Spelen. Maar hun tijd komt nog wel, meent de Canadese coach van het Nederlandse mannenteam, Shari Leibbrandt.

Het mannenteam komt eraan, goede vrouwen daarentegen zijn dun gezaaid. De verklaring: er zijn meer mannelijke dan vrouwelijke curlers, en een poule van 141 is dan natuurlijk niet echt een rijke bron, in elk geval niet in vergelijking met Leibbrandts vaderland, waar ruim een miljoen curlers actief zijn. Onze vrouwelijke curlers lijken bovendien motivatie te missen, zegt Leibbrandt, en een coach is er trouwens ook niet. Of Nederland snel aan het gemengd dubbel zal deelnemen, valt dus te bezien.

rolverdeling

En dat is jammer, want het is voor (tv-)kijkers van beider kunne een aantrekkelijk onderdeel, vindt Leibbrandt. Door het gemengde aspect, maar ook doordat er minder stenen tegelijk in het spel zijn – dit maakt het overzichtelijker – en een wedstrijd korter duurt dan een normale curlingwedstrijd: tien in plaats van acht ends (potjes). Nog een verschil: bij gemengd dubbel bestaat een team uit twee in plaats van vier spelers en dat maakt het volgens Leibbrandt voor kleine landen, die niet zoveel spelers hebben, makkelijker om mee te doen. Finland bijvoorbeeld kwalificeerde zich niet voor curling, maar wel voor curling gemengd dubbel; ze hebben welgeteld één man en één vrouw van topniveau.

Te allen tijde moeten er een man en een vrouw op het ijs staan, verder is er geen vaste rolverdeling. Het is dus ook niet zo dat de man altijd het zwaarste onderdeel voor zijn rekening neemt, zegt Leibbrandt. Weliswaar kunnen mannen harder gooien en daardoor meer stenen van de tegenstander wegketsen (een takeout), maar vrouwen hebben meer geduld en zijn vaak preciezer, ze  scoren met finesseshots.

Maar goed, dat is een algemene observatie, want die vrouwelijke topcurlers zijn dus nergens te bekennen. En toch, je hebt volgens Leibbrandt maar één goed meisje nodig. ‘Eén meisje dat echt wil investeren in de sport, dan kan het zomaar gebeuren.’

Alpineskiën teamevent

Bij het alpineskiën heeft Nederland Adriana Jelinkova. Zij presteert heel goed in de wereldbeker maar naar de Spelen gaat ze niet. Nederland vaardigt geen enkele skiër uit. En dat is zonde, zegt olympisch snowboardkampioen Nicolien Sauerbreij, die in Pyeongchang voor Eurosport reportages achter de schermen zal maken. Als Jelinkova in België zou wonen – een land dat wel skiërs uitzendt – dan had ze gewoon op de Spelen gestaan, want die Belgische skiester is echt niet beter; de kwalificatie-eisen van het NOC*NSF zijn heel streng.

Het is natuurlijk ook lastig voor jonge Nederlandse skiërs, zegt Sauerbreij. ‘Goed dat we die kunstbanen hebben, maar uiteindelijk moet je gewoon de sneeuw in. SnowWorld Zoetermeer is goed voor de basistechniek, maar niet te vergelijken met een zwarte piste. Voor schoolgaande jonge skiërs met internationale ambitie betekent dit vrijdagavond richting de sneeuw vertrekken en zondagavond terugkomen.’

Kortom, in Pyeongchang geen Nederlandse skiërs. Geen deelname aan het teamevent dus ook. Daarvoor heb je sowieso vier skiërs nodig, twee dames en twee heren, want ook het teamevent is gemengd. En teamevent deelt nog een kenmerk met de andere nieuwe disciplines: het is in een flits voorbij en het belooft spektakel – alles om de aandacht van de snel afgeleide hedendaagse tv-kijker vast te houden. Zoals het ioc het in zijn ‘Olympic Agenda 2020’ formuleerde: ‘Move from a sport-based to an event-based programme.’

'Goed dat we die kunstbanen hebben, maar uiteindelijk moet je gewoon de sneeuw in'

Nicolien Sauerbreij

sensatie

In 25 seconden is het gedaan, en in tegenstelling tot het reguliere alpineskiën is teamevent een parallelrace. Zij aan zij razen de skiërs omlaag, een gevecht van man tegen man en vrouw tegen vrouw in plaats van de gangbare tijdrit. De wedstrijd bestaat uit twee heats en per gewonnen heat is een punt te verdienen. Het team dat na afloop de meeste punten heeft, wint. Staat het gelijk dan wint het team waarvan de beste man en vrouw samen de snelste tijd hebben neergezet. En omdat het toernooi een knock-outsysteem kent, is de finale verzekerd van spektakel.

‘Wanneer je als niet-ingewijde kijker naar een single run kijkt, moet je echt meegenomen worden door een verslaggever,’ zegt Sauerbreij. ‘Zo’n man-tegen-manrace spreekt dan toch sneller tot de verbeelding.’ En ja, het gebeurt wel eens dat de skiërs elkaar omverkegelen.‘Als iemand echt helemaal uit balans raakt en in het parcours van de ander belandt. Dat is misschien aantrekkelijk. Sensatie is ook wel eens leuk, een beetje show.’

En sensatie is iets wat ook niet ontbreekt bij het laatste nieuwe onderdeel, snowboard big air. Heeft Sauerbreij dat zelf ooit beoefend?
‘Nee, het is echt onvergelijkbaar, het een is een jurysport, het ander een tijdwaarnemingssport. Vergelijk het met schaatsen: kunstschaatsen is schaatsen, maar langebaanschaatsen is dat ook. Bij snowboarden zit het net zo.’

snowboard big air

Wie wel alles van snowboard big air weet, is Niek van der Velden, met zeventien jaar de benjamin van Neerlands olympische afvaardiging. Van der Velden, deelname verzekerd op de onderdelen slopestyle en big air, neemt de telefoon op in zijn hotelkamer in het Zwitserse Laax. De wedstrijd van die dag is afgelast. Te veel wind. Het sneeuwt ook, daardoor wordt de schans traag en haal je de zone niet waar je geacht wordt neer te komen, wat nogal pijnlijk kan zijn.

Stel: een marsmannetje komt op aarde en vraagt Van der Velden wat hij doet, wat is dan zijn antwoord? ‘Ehm, ja, je gaat naar beneden vanaf een berg, via een schans, een heuvel waar je overheen springt, en vervolgens probeer je zo veel mogelijk rotaties zo netjes mogelijk uit te voeren en zo goed mogelijk te landen. Wie de meeste rotaties haalt en ze het best uitvoert, is de winnaar.’ Rotaties? ‘Ja, je springt in de lucht en draait om je as. Je hebt een zijwaartse rotatie, een salto en een cork.’ Een cork? ‘Ja, dat is een combinatie tussen een salto en een zijwaartse rotatie. Misschien heeft het met een kurkentrekker te maken? Ik weet het eigenlijk niet.’

Over die rotaties, ook wel tricks genoemd, valt nog wel meer te vertellen, zo blijkt. Je kunt op verschillende manieren draaien: eerst met je buik – een frontside – of eerst met je rug – een backside – of met het verkeerde been naar voren, zodat je blindelings de schans af gaat. Dat laatste is het moeilijkste en dit levert dan ook extra punten op, aldus Van der Velden.

publiekshit

Het onderscheidende kenmerk van big air is dat je telkens één sprong doet op één schans, terwijl je bij slopestyle verschillende sprongen na elkaar uitvoert; de schansen staan achter elkaar en vormen een parcours, legt Van der Velden uit.

Snowboard big air belooft een echte publiekshit te worden. Alleen de schans al is iets speciaals. Die in Pyeongchang is de grootste ter wereld: een reusachtige, 49 meter hoge toren met op het steilste stuk een helling van maar liefst veertig graden. Van der Velden: ‘Het is echt wel een wow-gevoel als je daar iemand vanaf ziet gaan.’

Het promomateriaal noemt het niet voor niets: ‘Bringing tricks, thrills and danger to the slopes.’ Gevaar, want het gaat natuurlijk ook wel eens fout. Van der Velden brak zelf onlangs een been. ‘Ja, kan gebeuren,’ antwoordt hij droogjes. Cheryl Maas, die voor Nederland bij de vrouwen meedoet, brak vorige zomer haar nek. Van der Velden: ‘Ja, maar dat was in het zwembad.’ Toch lees je ook over klaplongen, gebroken ruggengraten en vermorzelde nekwervels. ‘Daar heb ik nooit van gehoord,’ antwoordt hij. ‘Je komt weleens niet zo lekker neer. Dat kan pijn doen, maar meestal gaat het goed hoor.’

Olympische Winterspelen openingsceremonie

Vrijdag NPO 1, 11.50-14.10 uur

Pyeongchang vandaag

Vrijdag, NPO 1, 18.00-19.00 uur

Studio sportwinter

Vrijdag, NPO 1, 20.35-21.30 uur

Olympische Winterspelen

Woensdag, Eurosport, vanaf 1.00 uur