De kavelkampeerders

, Hugo Hoes

Zes weken voordat de gemeente Amsterdam najaar 2015 een aantal zelfbouwkavels in de verkoop deed, meldden de eerste gegadigden zich al. Kamperend en niet zonder gevaar bewaakten ze het volgnummer voor hun kavel. Nu wonen ze er.

Radio doc: zes weken modder

Zondag 13 januari, NPO Radio 1, 21.00-22.00 uur

‘Dit is allemaal uit de crisis geboren. Klinkt raar en zo ziet het er hier ook niet uit, maar het is wel zo,’ zegt architect Branko Vlamings. Koud vijf weken woont de architect pas op de kavel waar hij samen met zijn eveneens vormgevende vrouw, Anne van Abkoude, hun prachtige zelfontworpen woon-werkpand bouwde. Bijna driehonderd vierkante meter groot, met vrij uitzicht en op slechts een paar minuten fietsen van de pont tussen Amsterdam-Noord en Centraal Station. Geen visitekaartje, maar een 3D-brochure voor hun bedrijf VASD. Het lijkt een lot uit de loterij, maar het was de beloning voor wekenlang kamperen en natuurlijk de handen uit de mouwen steken.

Voor hun buren Elspeth Pikaar en Stefan van de Kar lijkt het kamperen nog niet voorbij, laat staan dat de handen weer in de mouwen kunnen. Want zij, beeldend kunstenaar, en hij, architect, lunchen half december nog in een schaftkeetje voor hun grote houten huis in aanbouw. ‘Ik zag zesenhalve week kamperen totaal niet zitten,’ zegt Van de Kar tussen twee happen van een krentenbol, ‘maar Elspeth wel.’

Buiten de boot

Kamperen voor een kavel, het had een format van John de Mol kunnen zijn. Die heeft tenslotte door onder meer Big Brother en Utopia de nodige ervaring met groepen die semigedwongen langdurig tot elkaar veroordeeld zijn met het oog op een beloning. In werkelijkheid was het een gevolg van de wijze waarop de gemeente Amsterdam zelfbouwkavels verkocht aan particulieren. Dat systeem was simpel: wie het eerst komt, het eerst maalt. Zolang het aanbod de vraag overtreft werkt dat prima, maar bij schaarste zijn wat extra spelregels geen overbodige luxe. En als érgens schaarste heerst dan is het wel op de Amsterdamse woningmarkt. Zeven jaar geleden was dat nog totaal anders. Toen hadden zelfs de straatstenen geen interesse in huizen, en met de uitgifte van zelfbouwkavels probeerde de gemeente Amsterdam daar enige verandering in aan te brengen.

Stefan van de Kar en Elspeth Pikaar

In dezelfde tijd begon de woningmarkt in hoog tempo weer aan te trekken en nam het aantal gegadigden voor een zelfbouwkavel snel toe. En die meldden zich steeds eerder. In 2013 kwamen ze ruim een week van tevoren, een jaar later, bij de tweede kaveluitgifte, kwamen kopers al ruim drie weken daarvoor hun caravan stallen.

Daar zaten Vlamings en Van Abkoude ook tussen. Vlamings: ‘Dat was op Zeeburgereiland en daar ben ik een week geweest. De meeste nachten sliep ik voor een tientje in een stagecoach die iemand daar had neergezet, al hadden we zelf ook een tentje. Net voordat ik aan de beurt was werd de laatste kavel verkocht. Ik dacht: wat er ook gebeurt, volgend jaar, in 2015 zijn we nummer één in de rij.’

‘Net voordat ik aan de beurt was, werd de laatste kavel verkocht. Ik dacht: wat er ook gebeurt, volgend jaar zijn we nummer één.’

Branko Vlamings

Race

Hij was niet de enige die dat dacht, bleek eind augustus tijdens de drukbezochte informatieavond waarop de gemeente de kavels presenteerde en de vervolgprocedure uit de doeken deed. Bezoekers wilden eigenlijk maar twee dingen weten: waar en wanneer is de uitgifte? Die datum kregen ze al wel te horen, de exacte locatie nog niet. Alleen dat het in Noord was.

Van de Kar: ‘Het werd 10 oktober. Ik baalde ontzettend toen ik dat hoorde, want dat was pas over zes weken. En ik wist dat daar meteen mensen zouden gaan staan.’ De locatie werd de dag erna via internet bekendgemaakt. Dit was eerlijker ten opzichte van iedereen die niet op de informatieavond aanwezig kon zijn en voorkwam ook de chaos die ongetwijfeld zou ontstaan als het daar bekend was gemaakt. Want dat zou als een startschot hebben geklonken, waarna alle aanwezigen zich in een levensgevaarlijke straatrace naar evenementengebouw Undercurrent zouden spoeden, want daar zou de gemeente de kavelpaspoorten verstrekken.

Vlamings, die hier speciaal een caravan voor had aangeschaft, wachtte het bericht van de gemeente niet af en ging dezelfde avond nog op zoek naar de locatie. ‘We hebben zitten bedenken waar de gemeente zoiets kon organiseren en hebben goed gegokt.’

Terwijl haar minicampertje gevuld met kampeerspullen klaarstond voor de deur zat Pikaar de kavelwebsite te refreshen. ‘Rond twee uur las ik het adres en ben ik er direct naartoe gereden. Ik zag eerst een terrein waar al heel veel campers stonden en dacht, shit te laat, maar dat bleek niet de plek. Ik was nummer vier en werd hartelijk ontvangen.’

Al snel had nummer tien zich gemeld, maar van een fysieke rij was geen sprake. Wel was er een aankomstvolgorde en die werd zorgvuldig bijgehouden. Elke nieuwkomer werd bij aankomst direct geregistreerd. Niet alleen op een groot bord bij de ingang, maar ook in een boekje dat door de top tien zorgvuldig werd bijgehouden en bewaakt. Logisch, zij hadden het meeste belang bij het bestaan van die volgorde. Vlamings: ‘Ik was wel nummer één, maar die rij bestond alleen bij de gratie van de nummer twee en verder. Zo hadden we dat samen afgesproken.’

Pop-upcamping

Iedereen die weleens gekampeerd heeft, kent de gemengde gevoelens wanneer nieuwe buren arriveren. Dat is altijd even spannend, maar deze campingburen zou je over twintig jaar nog tegenkomen. De een kwam met alleen een campingstoel, de ander met een caravan of camper. Een stel met kleine kinderen vertrok al na een uur omdat het verplichte lange kamperen in het natte najaar toch weinig van vakantie weghad. Overigens kwamen zij drie weken later weer terug, waarmee ze van volgnummer drie naar 67 zakten. Nu was er wel een groeiende groep kampeerders, maar geen camping. In feite hield men de parkeerplaats van Undercurrent bezet en dit bedrijf was deze landrovers liever kwijt dan rijk. Ze moesten weg. Dus kraakte de groep een terrein een paar honderd meter verder. Van de Kar: ‘Een braakliggend terrein vol plassen. Gelukkig zijn de meeste zelfbouwers geen mensen die in resorts zitten, op hakken lopen en bang zijn hun nagels te breken. Het zijn een beetje avonturiers, anders doe je zoiets niet.’

Branko Vlamings en Anne van Abkoude

Kamperen in de openbare ruimte is verboden, maar de gemeente gedoogde de pop-upcamping. En al droeg ze formeel geen enkele verantwoordelijkheid voor het geheel, de gemeente liet wel dixi’s plaatsen. Vlamings: ‘De lucht van die dixi’s zit nog steeds in mijn neus. Het grappige was, de gemeente zei: we hebben met jullie niets te maken. Maar natuurlijk hadden zij er ook belang bij dat het goed zou verlopen. Daar zaten honderd mensen bij elkaar en niemand wilde dat de pleuris zou uitbreken. Toen het dagenlang had geregend, belde ik of ze houtsnippers hadden om de plassen te dempen. Die werden direct gebracht.’

Een handige jongen legde elektriciteit aan, een telecomprovider verzorgde gratis wifi en Waternet zorgde voor, dûh, water. Voor de kinderen kwam er een draaimolentje, er werd een gemeenschappelijk te gebruiken grote legertent opgetrokken en regelmatig was voor een paar euro een daghap te koop. Zo niet, dan was er altijd wel een snackwagen die langs het nomadenkamp kwam. Er was zelfs een huwelijksaanzoek. ‘Elspeth en ik hadden sinds 2013 een relatie en op de camping heb ik haar ten huwelijk gevraagd,’ zegt Van de Kar. Inmiddels zijn ze getrouwd. Pikaar: ‘Met een groot feest op onze kavel. Voordat we aan de bouw van ons huis begonnen.'

‘Een van de Bulgaarse stand-ins had een tik uitgedeeld aan een vervelende dronken gast. Die zaak werd flink opgeblazen.’

Elspeth Pikaar

Kraakwacht

Met wifi, schoon water, een huwelijksaanzoek en tussen de buien door zelfs af en toe zon zou je bijna gaan denken dat men daar voor het plezier stond, maar zo was het niet. Het enige doel was een kavel naar keuze en de kans daarop werd bepaald door je nummer. Dus moesten er spelregels komen. ‘Eigenlijk hadden we maar één regel: je mocht niet langer dan drie uur per dag weg zijn, al werd dat ook weer niet echt gecontroleerd,’ zegt Vlamings. Ook was het niet nodig om zelf je plek bezet te houden. Dat kon ook niet want er moest natuurlijk ook nog gewoon gewerkt worden. Men wisselde elkaar af.

Daarnaast huurden verschillende kavelgegadigden studenten in en ook kampeerde er een Bulgaarse familie als kraakwacht. Later raakte die familie ongewild nog betrokken bij de enige vechtpartij op de camping. Pikaar: ‘Een van de Bulgaren had na een ruzie over muziek een tik uitgedeeld aan een vervelende gast die te veel had gedronken, ook een stand-in trouwens. Die zaak werd flink opgeblazen en er gingen zelfs stemmen op om de Bulgaren weg te sturen.’ Dat die stemmen vooral kwamen van kampeerders met een hoger nummer was geen toeval, omdat zij dan een plaatsje zouden doorschuiven. Kampoudste Vlamings had een broertje dood aan onrust op de camping, want als de politie zou moeten komen, was het snel gedaan met de gedoogstatus. Dan kan iedereen inpakken en gaat de rij in rook op.

Anne van Abkoude, Branko Vlamings en Stefan van de Kar

‘Het allerbelangrijkste was dat de rij in stand bleef. Naarmate we er langer stonden gingen ook andere mensen inzien dat die waarde had.’ En dat was niet zonder gevaar, omdat die rij – een groep langkampeerders – geen enkel formeel recht had. Daarvoor ontbrak de juridische status. Logisch dus dat er kapers op de kust waren. Die lieten voor het eerst van zich horen op sociale media waar enkele niet-kampeerders aankondigden zich op 10 oktober ook te gaan melden voor een kavel. En dat niemand, laat staan die yuppiekampeerders, ze zou tegenhouden. Door die berichten liep de spanning in de aanloop naar de grote dag torenhoog op.

Beeldend kunstenaar Pikaar had voor de grote dag weliswaar mooie T-shirts met volgnummer en logo bezeefdrukt en ook was er een administratie in veelvoud, maar wat nu als straks een nieuwe groep voor de deur zou staan. Dan was er op zijn minst een probleem en in het slechtste geval zes weken voor niets gekampeerd. In de nacht van 9 op 10 oktober, de laatste nacht, bleef iedereen wakker en werd zelfs nummer 112 nog op de lijst gezet.

Om zeven uur wandelde iedereen onder beveiliging in genummerd kavelshirt naar het uitgiftepunt in Undercurrent. De gevreesde kapers, als die er al waren, bleven buiten de kust en alle langkampeerders konden juichend de droomkavel op hun naam schrijven. Missie volbracht. Nu alleen nog even dat huis bouwen.

advertentie