Mac

, Hugo Blom

Ik hield van John McEnroe. Echt. Iedere keer als hij met dat gezicht als een oorwurm – zelfs wanneer hij lachte zag hij er verdrietig uit – de baan opstapte, kon ik bijna voelen hoe erg het allemaal weer moest zijn. Hij was de beste, dus hoe zinloos was het wel niet om hem te dwingen tegen een of andere krabbelaar een potje te tennissen.

Hawkeye, het onfeilbare computeroog dat tegenwoordig de spanning er aardig uit kan halen, bestond nog niet, maar dat was helemaal niet erg, want de ogen van McEnroe waren beter dan alle ogen van alle lijnrechters bij elkaar. Hij tegen de rest van de wereld die niet kon tennissen, die niet goed kon zien, die er gewoon helemaal niets van begreep.

Terwijl McEnroe met zichzelf en de wereld vocht, lag ik op de bank naar hem te kijken en voelde zijn pijn en woede, want ik was een puber en dat is exact hetzelfde als de beste én meest onbegrepen tennisser van de wereld zijn.

In 1980 verloor Mac in een dramatische Wimbledonfinale van Björn Borg. Daar is nu een speelfilm van gemaakt. Afgezien van het feit dat het niet zo’n goed idee is om een film te maken over een Wimbledonfinale die McEnroe verlóren heeft, is het niet zo’n goed idee om een film te maken en daarin reële spanning proberen te evenaren met fictieve spanning. Ik zag de trailer van de film, waarna ik gek genoeg meer sympathie had voor Borg dan voor mijn held. Dus, ga ik naar deze film? You cannot be serious!