De Citotoets wordt op een groot deel van de Nederlandse scholen gebruikt. Omdat scholen moeten meten van de overheid. Maar wat vinden onderwijzers eigenlijk van de toets? En wat zegt dat over ons onderwijs?

de Citotoets als ideaal

Groep 8 van de Princes Marijke-school in Den Haag tijdens het maken van de Citotoets

Groep 8 van de Princes Marijke-school in Den Haag tijdens het maken van de Citotoets

De huidige Centrale Eindtoets staat nog steeds bekend als de Citotoets. Om verwarring te voorkomen wordt deze daarom aangeduid als de Citotoets in dit artikel. Deze toets is geïnspireerd op Amerikaans voorbeeld en uitgedacht door psycholoog Adrianus Dingeman de Groot. De Groot had met de toets het nobele streven om de willekeur van de beoordeling door de onderwijzer te standaardiseren en om zo dus een centrale normering te introduceren in heel Nederland.

Hij wilde daarmee de ongelijkheid tussen leerlingen tegengaan. Daarom is de toets van meet af aan door een computer beoordeeld. Alleen zo kon er volgens De Groot een maximale objectiviteit bestaan. Nadat er op De Groots initiatief een commissie werd opgericht, besloot het toenmalige equivalent van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om in 1968 het Centraal Instituut Toets Ontwikkeling (Cito) te openen.

wat meten de onderwijzer heeft gebracht

In de 52 jaar dat de Citotoets bestaat lijken veel onderwijzers het erover eens te zijn dat de toets kan helpen als hulpmiddel om een momentopname van de prestaties van de leerling te maken. Naast de eindtoets in groep 8, zijn er meerdere Citotoetsen door de gehele schoolperiode die meten hoe een leerling presteert. Op de website van de PO-raad legt leraar en Lerarencollectief-oprichter Thijs Roovers bijvoorbeeld goed uit dat het gebruik van dat soort toetsen naast de eindtoets als leraar je professionaliteit bevestigt. Het is volgens hem een handige manier om te kijken waar je als leraar nog aan kunt werken met de leerling. Alhoewel je volgens hem wel moet voorkomen dat de toets allesbepalend wordt.

kritiek op de toets

Basisschool Het Ronddeel in Den Bosch legt de digitale ROUTE 8-toets af

Basisschool Het Ronddeel in Den Bosch legt de digitale ROUTE 8-toets af

Leraren en onderwijskundigen hebben de Citotoets altijd bekritiseerd. Maar hun kritiek is meestal niet gericht geweest op het ideaal of op de toets als hulpmiddel, maar op de manier waarop de meting in de praktijk heeft uitgepakt. Ironisch genoeg is de man achter de toets een van de eerste die dat toegaf. De Groot was al begin jaren 70 teleurgesteld dat de toets niet als onderwijsinstrument maar als zwaarwegend selectiemiddel werd gebruikt door middelbare scholen.

Dat imago van de Citotoets als zwaarwegend selectiemiddel heeft de toets nooit van zich af kunnen schudden. In begin jaren 70 wijst het Amsterdamse Bureau Statistiek al uit dat bij gelijk Cito-resultaat, schoolbesturen leerlingen uit rijkere buurten veel vaker aanraden om naar hoger aangeschreven middelbare scholen te gaan. Een groot aantal lerarenprotesten tegen de toets volgt meteen. 

En omdat de kritiek op de toets aanhoudt, komen er in de loop van de jaren meerdere alternatieve toetsvormen zoals bijvoorbeeld de digitale ROUTE 8-toets, die leerlingen maken op de computer in plaats van schriftelijk. Deze toets past zich aan aan de moeilijkheidsgraad die het kind volgens de computer heeft. Ook duurt de toets veel korter dan de Citotoets.

De partij die de Citotoets of dus centrale eindtoets uitbrengt, het College voor Toetsen en Examens heeft de kritiek van andere partijen ook ter harte genomen. Daarom komt dit instituut nu ook met een digitale toets die zich net zoals ROUTE-8 aanpast aan het niveau van de leerling naast de papieren toets. 

van gelijkheid naar ongelijkheid

Een leerling van groep 8 van basisschool De Horizon in Amstelveen buigt zich over de Citotoets.

Een leerling van groep 8 van basisschool De Horizon in Amstelveen buigt zich over de Citotoets.

De zorg dat de Citotoets voor meer kansenongelijkheid in de samenleving zorgt is nu weer zeer actueel. Deze zorg was een duidelijke factor bij de totstandkoming van een nieuwe wet. Vanaf het schooljaar 2014-2015 bepaalde deze dat de Citoscore niet meer leidend was voor het schooladvies van een leerling. Vanaf dat moment beslist de onderwijzer op basis van ervaringen met de leerling en de uitkomst van toetsen wat het schooladvies voor het kind moet zijn. De toetsscore wordt vooral gebruikt als een second opinion voor de onderwijzer en de school. 

Maar daarmee is de kritiek niet weg. In 2017 liet oud-onderwijzer, rapper en schrijver Massih Hutak in een komische veroordeling op NPO Radio 1 helemaal niets heel van de toets. Hij grapte dat hij als nog leraar was geweest de kinderen waarvan de Citotoets had uitgewezen dat ze dom waren, de laatste weken dat ze in groep acht zaten verplicht zijn schoenen zou laten poetsen.   

En waar Hutak in 2017 grappen over maakte, ziet de Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman in 2020 overal om zich heen. Zij pleit daarom in de nieuwe Human-documentaireserie Klassen voor een totaal ander schoolsysteem, waarin kinderen pas veel later een vervolgschool moeten kiezen. Dat vindt ze een goed idee omdat er volgens haar nog hele levens enkel worden bepaald door wat er in groep 8 gebeurt. 

wat is goed onderwijs?

Douwe de Bildt als onderwijzer op een oude klassenfoto

Douwe de Bildt als onderwijzer op een oude klassenfoto

Als we ons dan afvragen of de Citotoets werkt, dan helpt het om te bedenken dat de bedenker van de Citotoets, die meneer De Groot dus, in de jaren 60 vooral de maatschappelijke discussie over wat goed onderwijs moet zijn aan wilde jagen. En dat is gelukt... Die discussie is aangejaagd en hard uitgevochten.

Douwe de Bildt was jarenlang een bevlogen onderwijzer op een dorpsschooltje in het piepkleine Friese dorpje Easterwierrum. Hij gaf de kinderen daar veel tijd en aandacht en zorgde ervoor dat zij zich op hun eigen manier konden ontwikkelen.

Maar de tijden veranderde. Scholen moesten steeds meer verzakelijken. De Bildt kreeg steeds minder tijd om de kinderen bijvoorbeeld voor te lezen. Dat zou niet bijdragen aan de 'effectieve lestijd', zo kreeg hij elke keer te horen. Toen hij hier wat van zei kreeg hij een conflict met het bestuur van de scholenkoepel waar het schooltje onder viel.

Bert Dekker in zijn tuin

Bert Dekker in zijn tuin

Onderwijsmanager Bert Dekker stond lijnrecht tegenover De Bildt. Dekker had op zijn beurt weinig geduld met personeel dat in zijn ogen rebelleerde tegen een onontkoombare trend die scholen ten goede zou komen. Hij greep hard in bij te zwak presterende scholen. Wie zich weigerde te conformeren, moest zijn biezen pakken. Dat was ook het lot van De Bildt. 

Zowel Dekker als de Bildt kwamen dus op hun manier op voor wat zij zagen als 'goed onderwijs'. Maar wat is dat nou eigenlijk? En waardoor wordt ons beeld op wat goed onderwijs moet zijn bepaald? Benieuwd? Kijk de aflevering 'Je geld of je leven' van In Europa terug.