'Er moet wel iemand dood, ja'

, Gerhard Busch

Het had niet veel gescheeld of filmmaker Pieter Kuijpers had voor de misdaad gekozen. ‘Geweld kan heel verleidelijk zijn.’ Vijfde in een serie van acht gidsinterviews met Nederlandse cultuuriconen, bij de televisieserie Made in Europe. Thema deze week: De duistere kant.

Het interview met regisseur Pieter Kuijpers (Tegelen, 1968) vindt plaats in de vergaderkamer van het mede door hemzelf opgerichte productiebedrijf Pupkin in Amsterdam-Oost. We zitten tegenover elkaar aan de lange vergadertafel. Kuijpers wordt ingeklemd door een Mariabeeldje links, en twee omgekeerde kruizen boven het oog van Theo Maassen op de poster van TBS rechts. Hoe symbolisch, want de komende drie uur zullen we het hebben over Goed en Kwaad in het werk van Kuijpers.
De gevallen katholiek lijkt vooral gefascineerd door de duistere kant van de mens. Al een oeuvre lang zoomt hij in op getroebleerde zielen. Van de moordzuchtige Maikel in Kuijpers’ overrompelende filmdebuut Van God los (2003), via de verwarde gijzelnemer in Off Screen (2005), de ontsnapte tbs’er in TBS (2008) en de dolgedraaide ambulancechauffeur in Doodslag (2012), tot de meedogenloze Jodenjager Dries Riphagen in Riphagen (2016).

We zijn net op tijd met het interview, want u liet onlangs weten dat u gestopt bent met regisseren en zich in de toekomst uitsluitend gaat richten op produceren. Moet ik u feliciteren of condoleren?
Pieter Kuijpers: ‘Beide. Het werken met de acteurs zal ik zeker missen. Je kunt vooraf nog zoveel bedenken, maar het is altijd weer magisch wanneer de acteurs een verhaal tot leven wekken. Maar het gehannes met de techniek en de eeuwige tijdsdruk zal ik niet missen. Dat ik nu gekozen heb voor alleen produceren voelt toch wel als een bevrijding.’

Waarom heeft u dan ooit gekozen voor regisseren?
‘Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold.’

Pieter Kuijpers (l) tijdens opnames voor Off Screen

U maakte geen homevideo’s als twaalfjarige?
‘Helemaal niet. In mijn jeugd wilde ik dierenarts worden. Ik heb biologie gestudeerd, maar werd drie keer uitgeloot voor diergeneeskunde. Toen moest ik iets anders. Het enige dat ik kon bedenken was iets met film of televisie. Omdat ik als tiener wel eens op de set had gestaan bij films van mijn oom, Ben Verbong [regisseur van onder andere Het meisje met het rode haar].
Maar toen dacht ik echt nog dat ik dierenarts zou worden. Een paar vrienden van me hebben trouwens wel diergeneeskunde gedaan. Maar toen ze klaar waren, was er geen plek als dierenarts voor ze. Er heerste wel mond-en-klauwzeer, varkenspest en daar kwam later ook de vogelgriep nog overheen. Die jongens hebben de eerste jaren van hun werkende leven alleen maar dieren zitten afspuiten. Ben je opgeleid om dieren beter te maken en dan moet je dat doen. Sommigen zijn daar behoorlijk getraumatiseerd uitgekomen.’

Dat is u bespaard gebleven. Hoe werd u uiteindelijk regisseur?
‘Ik ben in Utrecht theater-, film- & televisiewetenschap gaan studeren. Op die opleiding zat een heel enthousiaste en gedreven groep mensen. Ook al was Utrecht een beetje het afvoerputje van Nederland. Want veel mensen die in Maastricht, Arnhem of Amsterdam waren afgewezen, kwamen daar terecht. Maar dat waren niet de minsten. Iemand als Jacob Derwig, die in het zelfde jaar zat als ik, is toch heel goed terechtgekomen. Die is nu een topacteur. Wat die groep gemeen had was dat ze vochten voor hun droom. Ik was echt onder de indruk van hun enthousiasme. Iedereen daar deed van alles en nog wat, maar niemand had interesse in regisseren. Toen dacht ik, laat ik dat dan maar doen.’

'Stan uit Van God los was ik natuurlijk zelf. Maar Stan werd nooit gecorrigeerd door het toeval. Ik gelukkig wel.'

Pieter Kuijpers

Het begin was misschien aarzelend, maar uw eerste film, Van God los, wordt gelijk een enorme hit. Hij gaat over de terreur van de Bende van Venlo, en in het bijzonder over een jongen uit een goede familie, Stan, die boezemvrienden wordt met bendelid Maikel. Waarom wilde u juist dat verhaal vertellen?
‘Toen ik twaalf jaar was, besloten mijn ouders te verhuizen. We woonden in Belfeld, een dorpje vlak onder Venlo, en vertrokken naar Eijsden, in het meest zuidelijke puntje van Nederland. Ik had me al helemaal voorbereid op de middelbare school in Venlo, en ineens moet ik naar een middelbare school in Maastricht. Dat vond ik helemaal niks.
Ik was daar zo boos over dat ik de meest foute vrienden koos die ik daar kon vinden. Binnen een half jaar was ik een kleine crimineel. Jatten, stoer doen, best wel extreem. Na dat halve jaar kwam ineens het dak van het huis dat mijn ouders in Eijsden hadden gekocht en gerenoveerd naar beneden. In arren moede zijn we toen maar weer terug naar Belfeld gegaan. Waar ik vrijwel moeiteloos mijn oude leventje oppakte. Alsof er niets gebeurd was. Maar door dat halve jaar weet ik wel hoe snel het fout kan gaan als er een bepaalde woede in je zit. Stan uit Van God los was ik natuurlijk zelf. Maar Stan werd nooit gecorrigeerd door het toeval. Ik gelukkig wel.’

De hoofdpersoon van die film, en dan bedoel ik bendelid Maikel, is een van uw vele charismatische psychopaten. Wat maakt die psychopaten zo aantrekkelijk voor u?
‘Dat is het charisma van het kwaad, dat ik als twaalfjarig jochie zelf heb gevoeld. Als ze dan al niet van me houden, dan kunnen ze maar beter bang voor me zijn. Zo trek je als machteloos mannetje van twaalf de macht weer een beetje naar je toe.’

Desnoods met geweld?
‘Geweld kan heel verleidelijk zijn. Het is lekker als mensen bang voor je zijn. Als ze aan de kant gaan en doen wat je wilt. Ik heb altijd vriendschappen gehad met heel grote, sterke jongens. Dat zal wel een reden hebben gehad.’

Dan voelde u zich beschermd?
‘Dat denk ik. Ik was de grapjas, de denker in de groep, en mijn vrienden waren twee koppen groter. Ik zocht ze er niet bewust op uit, maar het is wel opvallend als ik er op terugkijk.’

En dan ruzie zoeken?
‘Nee, maar als er problemen ontstonden had ik wel altijd iemand achter de hand.’

Scene uit Van God los

Geweld als oplossing?
‘Je kan niet met droge ogen beweren dat geweld nooit werkt. Soms is geweld een oplossing. Als het kwaad maar groot genoeg is. Maar ja, eigenlijk ben ik het daar helemaal niet mee eens. Ik ben meer van de christelijke gedachte dat als je maar lang genoeg wacht alles vanzelf goed komt. Na vijftig jaar of zo hadden mensen echt wel ingezien dat het nazisme niet werkt.
Ik wil veel liever geloven in het goede in de mens. En misschien geloof ik ook wel dat het goede uiteindelijk zal overwinnen. Dat is toch een diepe wens van de mens. Daarom heeft het christendom zich ook zo snel kunnen verspreiden. Ze nagelen Jezus aan het kruis, maar die vecht niet terug. Omdat hij weet dat hij onsterfelijk wordt als ze hem doden. En dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen. Dagelijks wordt misschien het tegendeel bewezen, maar de goede christen weet dat dat slechts tijdelijk is.’

Voor de goede orde, u bent opgevoed als katholiek, maar gelooft niet meer, toch?
‘Niet in een godsbeeld. Van dat hele verhaal klopt natuurlijk geen bal. Dat gelooft vrijwel niemand nog. Als iemand weet dat God niet bestaat, is het de paus wel. Geloof is alleen een middel om je leven in te richten.’

Zegt de gevallen katholiek. Ik denk niet dat u kunt spreken voor die miljarden die nog wel in een god zeggen te geloven...
‘Dat kan ik ook niet. Maar mensen hebben hun eigen god bedacht. Je moest eens weten hoe wankel dat geloof is. Nergens wordt zoveel porno gekocht als in Pakistan. Nergens wordt illegaal zoveel seks gedownload als in Turkije. Dat zegt me genoeg. Die mensen zijn net als ik.’

Over Van God los zei u ooit dat u wilde voelen hoe het is om iemand te vermoorden...
‘Dat is het mooie van film. Dat je veilig in het donker dingen kunt meemaken die je hopelijk nooit in het echte leven hoeft mee te maken. Ik wilde weten: Hoe gaat zoiets? Hoe kom je zo ver? Dat onderzoeken we ook in de serie Van God los, en dan blijkt altijd dat verschrikkelijke daden nooit echt ver van ons afstaan.’

'Geweld oefent inderdaad een enorme aantrekkingskracht op mij uit. Dat is het enge. Waar dat precies vandaan komt, weet ik niet.'

Pieter Kuijpers

Dat zijn twee verschillende dingen. Het citaat gaat over hoe het is om iemand te vermóórden. Dat u dat wilde ervaren...
‘Geweld oefent inderdaad een enorme aantrekkingskracht op mij uit. Dat is het enge. Waar dat precies vandaan komt, weet ik niet. Ik ben geen psycholoog. Je ziet het ook op het slagveld. Mensen zouden echt niet blijven vechten als het niet ook iets van een rush oproept. Een soort seks. De adrenaline die je moet krijgen als je zelf gedood kan worden. Onvoorstelbaar. Maar het gaat dan wel ergens over. Het is wel Shakespeare. En ik hou van Shakespeare. In mijn films gaat ook altijd iemand dood. Dat kan overdrachtelijk zijn, maar er moet wel iemand dood ja.’

Want dood is drama?
‘Het is de uiterste consequentie van het verhaal dat je vertelt. En een verhaal moet wel consequenties hebben. Anders denken mensen dat hun eigen leven nog spannender is. Daarvoor ga je niet naar de bioscoop. Als filmmaker, en nog een stapje hoger: als kunstenaar, moet je laten zien wat de consequenties zijn van wat we doen.’

U zoekt uw verhalen vaak in de werkelijkheid. Waarom?
‘Het is misschien een beetje kinderachtig, maar voor mij legitimeert dat het verhaal. Je kan immers alles wel bedenken. Ik vind het juist interessant om grip te krijgen op de werkelijkheid. Neem een vader die eerst zijn gezin uitmoordt, dan zijn huis in de brand steekt en vervolgens probeert zelfmoord te plegen, maar overleeft. Dat komt per jaar een keer of vijf voor. Als je dat leest denk je, hier snap ik helemaal niets van. Waarom doet die man dat? Nou, die man dacht op dat moment gewoon oprecht dat dat de enige oplossing was.
Ik heb hier nooit een film over gemaakt, maar er wel research naar gedaan en er met verschillende psychiaters over gesproken. Dat zijn zelfmoordpoging zou mislukken, was te voorspellen, want op het moment dat zijn gezin dood is en het huis is afgebrand zijn z’n problemen eigenlijk opgelost. En dan kun je jezelf niet meer doden. Dat is een bekend gegeven in de psychiatrie.
In mijn films ga je mee met zo’n getroebleerde geest en denk je op een gegeven moment net als hij dat er inderdaad nog maar één oplossing is. Totdat je het ziet gebeuren en beseft: dit slaat helemaal nergens op.
Iemand als de Jodenjager Riphagen is de uiterste consequentie van egocentrisme en opportunisme. Maar dat zijn eigenschappen die ook een rol spelen in ons eigen leven. Ik heb die film gemaakt, zodat je als kijker beseft wat de consequenties zijn als je dat gedrag doorvoert. Zodat je je wel twee keer bedenkt voordat je die lijn over gaat. Dat geldt ook voor geweld. Hoe verleidelijk dat soms ook mag lijken. Want je slaat de duivel er wel in, maar er nooit meer uit.’

Is de duivel er bij u ingeslagen?
‘Nee, maar als jochie heb ik wel gemerkt hoe snel dat kan gebeuren. Sindsdien weet ik dat ik er voor moet oppassen. Gelukkig ben ik er bang voor.’

Kwaad is een keuze?
‘De mens kiest altijd voor zichzelf. Daarom kan hij zich ook zo goed reproduceren. Dat heeft uiteindelijk de mens van nu opgeleverd. Iemand die empathie kan voelen en zich prettig voelt in een groep, maar ook een mens met duistere kanten. Want als die geen rol hadden gespeeld in waarom wij ons zo succesvol hebben weten voort te planten, dan zouden ze er niet meer zijn.’

Het kwaad zit ons in de genen?
‘Precies. Mijn films zijn lessen in empathie. Je zult moeten accepteren dat het kwaad bestaat. Maar verval niet zelf tot het kwaad, want dan wordt het alleen maar groter.’