Kende de Universiteit Utrecht (UU) ooit een meer betrokken en bevlogen rector dan Bert van der Zwaan? In maart ging hij met pensioen. Hij bestuurt niet meer, maar blijft zijn scherpe visie op de universiteit behouden. “We weten niet meer wat we van de universiteit verwachten. Het verhaal was altijd ‘kwaliteit’, maar dat vind ik onbevredigend”. In deze podcast vroegen we Van der Zwaan naar de universiteit van nu. Hoe gaat het daar eigenlijk mee?

Amicaal begroet hij de schoonmaakster. In het voorbijgaan spreekt hij een groep promovendi in zwarte toga’s bemoedigend toe. Na acht jaar aan het roer van de Universiteit Utrecht (UU) te hebben gestaan, trad hij afgelopen maart af. Ook al is het Academiegebouw van de UU niet meer zijn officiële standplaats, het is nog duidelijk zijn thuis.

transformatie

Als student geologie, professor paleontologie en uiteindelijk rector magnificus, draait Van der Zwaan (66) al decennia mee in de universiteitsmolen. In die jaren heeft hij de universiteit in stroomversnelling zien raken. Grotere universiteiten, meer studenten, meer studiekeuze. Daarmee ook meer bureaucratie en minder individuele keuzevrijheid voor de student. Volgens Van der Zwaan transformeerde de universiteit in korte tijd van een vrijgevochten, onsamenhangend instituut tot een massale, maar kwalitatief goede onderwijsinstelling. Klinkt best goed, toch?

Niet echt. De abrupte veranderingen vragen volgens de ex-rector om een nieuw debat. Dat debat gaat nu vaak over kwaliteit van onderwijs, maar volgens Van der Zwaan ligt het probleem ergens anders. “De legitimiteit van de universiteit heeft de afgelopen 750 jaar nauwelijks ter discussie gestaan. Dat moet veranderen”.

Want, waarom gaan we eigenlijk naar de universiteit? Wat verwachten we van de universiteit als instituut? Volgens hem is het deze fundamentele vraag die de kern van de discussie moet zijn.

Met twinkelende ogen vertelt Van der Zwaan hoe hij op zoek ging naar het antwoord op zijn vragen. In 2015 nam hij een sabbatical. Niet om voltijd aan een onderzoek te werken of op een Caribisch eiland weg te dromen, maar om wereldwijd universiteitsinstellingen te bezoeken.

haalt de universiteit 2040?

Door de verschillende manieren van onderzoek en onderwijs te vergelijken, kwam hij tot nieuwe inzichten over hoe de toekomst van de universiteit eruit moet zien. Zijn uitkomsten bundelde hij in het essay Haalt de universiteit 2040?. Zijn antwoord? Natuurlijk, de universiteit zal blijven bestaan, maar wel in een andere vorm.

In Japan stuitte hij op desinteresse in de geesteswetenschappen en in de Verenigde Staten op gezonde concurrentie tussen private universiteiten. Maar wat hem, wereldwijd, het meest verraste was het “totale gebrek aan ideologie van de meeste universiteiten”. Juist die ideologie is zo belangrijk, omdat het bloot legt aan wat voor soort universiteit met wat voor soort kwaliteit de maatschappij behoefte heeft.

In de podcast licht hij het probleem toe. “Er is een groeiende kloof tussen wat de universiteit aflevert en wat de maatschappij vraagt. Dat was vroeger niet zo, want de maatschappij voegde zich naar wat de universiteit leverde”. De arbeidsmarkt vraagt namelijk geen specifieke, inhoudelijke kennis meer. De arbeidsmarkt vraagt beweegbare burgers die zich in korte tijd nieuwe onderwerpen eigen kunnen maken. Er moet dus iets veranderen in het curriculum, maar wat precies?

flexibiliseren kan je leren

We moeten studenten vormend opleiden, zegt van der Zwaan. Daarmee bedoelt hij dat opleidingen meer aandacht moeten besteden aan Bildung, waarin studenten andere zaken leren dan alleen inhoudelijke kennis. “Train studenten in creativiteit en flexibiliteit en vergroot hun aanpassingsvermogen aan een veranderende arbeidsmarkt”. Hij lijkt, bijna angstvallig, het woord ‘interdisciplinair’ te vermijden. Het lijkt wel te zijn wat hij bedoelt: de student van de toekomst krijgt onderwijs in verschillende vakgebieden en weet zich daardoor flexibel op te stellen.

Daarnaast kijkt Van der Zwaan verlangend uit naar een universiteit die studenten opleidt tot “verantwoordelijke burgers”. Leuk, academisch geschoolde studenten, maar hun kennis moet wel nuttig ingezet worden. Opleidingen moeten studenten aanmoedigen na te denken over hun rol in de maatschappij. Hoe dat er concreet uitziet in een nieuw curriculum laat Van der Zwaan in het midden. Wel is zijn stelling duidelijk: de student van de toekomst moet op de arbeidsmarkt bijdragen aan een betere samenleving.

het curriculum moet dus anders...

…maar óók de student moet anders, vindt de ex-rector. En dan vooral minder lui. Is dat geen eeuwenoude kritiek op de student? Volgens Van der Zwaan niet, want de luiheid komt volgens hem doordat veel van de huidige studenten niet op de universiteit thuishoren. Een groot gedeelte van hen zou het beter doen op het HBO, maar laat zich verleiden door het baanperspectief na een universitaire opleiding. Van der Zwaan: “de universiteit doet iets anders dan een goede baan garanderen. De universiteit leidt iemand op om voortdurend zichzelf en de ander te bevragen. Dat moet je leuk vinden”.

Wetenschap is bloed, zweet en tranen, zegt hij. Je moet er voor keihard voor werken. Met slechts het uitzicht op een goed betaalde baan kom je er niet. Is selecteren dan een optie? Liever niet. In het ideale geval zou zelfselectie ervoor zorgen dat alleen de échte universitairen de academie in gaan. Dat betekent ook dat het HBO een beter imago moet krijgen en dat ouders hun kinderen niet naar de universiteit moeten duwen. Het HBO leidt namelijk net zo goed hoogopgeleide studenten op, met een hoge baangarantie. Over de hele linie moet het anders, dus.

een nieuw verhaal

Op dit moment zijn we volgens Van der Zwaan het verhaal kwijt waarom we het onderwijs geven dat we geven en het onderzoek doen dat we doen. Waarom de universiteit bestaat, eigenlijk. Die vragen moeten we beantwoorden. Op dit moment schrijft hij aan een nieuw boek, waarin hij onderzoekt wat het verhaal van de universiteit is en zou moeten zijn. Als we als maatschappij dat verhaal kennen, weten we ook wat voor kwaliteit we verwachten.

en wat betekent dat voor ons, studenten anno 2018?

Flexibiliteit en creativiteit zijn mooie woorden, maar dat betekent ook dat de student mee moet gaan in de tijdsgeest van mobiliteit en aanpassingsvermogen. Dat de universiteit mee moet gaan in wat de markt vraagt, eigenlijk. En juist die marktwerking is waar studenten steeds vaker tegen in opstand komen. Laat dan in elk geval hún verhaal duidelijk zijn. Daarin moeten we Van der Zwaan gelijk geven: zonder een heldere verwachting vanuit de student, is er geen verandering. Ook al protesteer je nog zoveel.

vereeuwigd

De gang van het academiegebouw is behangen met een lange rij portretten van rectoren en leden van het koninklijk huis. Na afloop van het interview staat Van der Zwaan breed glimlachend naast zijn eigen portret. “Dit is wel een leuke foto, toch?”. Flits. Vereeuwigd naast zijn vereeuwiging. Ook al is het Academiegebouw niet meer zijn officiële standplaats, hij blijft altijd verbonden met de universiteit. Van der Zwaan zal de transitie naar een nieuwe tijd voor hemzelf moeten omarmen. Is dat weemoed, dat zich verschuilt achter zijn sympathieke gelaatsuitdrukking?

Over de auteur

Marrit Woudwijk is stagiair productie bij VPRO Tegenlicht. Ze rondde haar studie Liberal Arts en Sciences aan de Universiteit Utrecht af en schreef dit stuk als aanvulling op onze podcast.