Iets met boeken

Dimitri Verhulst en Naema Tahir

Iets met boeken

Dimitri Verhulst en Naema Tahir

Naema Tahir vergelijkt zichzelf graag met de apenbroodboom. Kleine wortels in de aarde, grote in de lucht. Want waar steken je wortels in de aarde, als je op je zestiende al zes maal bent gemigreerd? Niet in de Pakistaanse Punjab waar haar ouders vandaan komen, niet in het Engelse industriestadje Slough waar ze opgroeide, en ook niet in het Etten-Leur van haar tienerjaren. In Tahirs roman Eenzaam heden klimt de tienjarige Dina uit Londen, kind van Pakistaanse ouders, van de weeromstuit in de perenboom van haar buurman. Om te wortelen, te aarden. Naema Tahir vindt als zestienjarige houvast door vijf maal per dag te bidden, vijf maal per dag te douchen, het lievelingsfruit van de Profeet te eten, te slapen met een hoofddoek om, en te dromen van het martelaarschap.
In datzelfde jaar, 1986, ruimt de veertienjarige Dimitri Verhulst inhet dorpje Nieuwerkerken ’s ochtends de kots van zijn ladderzatte vader op. Naema maakt in haar jaren des onderscheids kennis met de maagdenvliescultus en het gearrangeerd huwelijk, Dimitri met zuipwedstrijden, kilo’s rauw gehakt en stukgeslagen meubels. Met recht twee writer’s goldmines. Maar hoe groeien een vroom moslimmeisje en een door pleegzorg en jeugdinstelling opgevangen jongen uit tot succesvolle romanschrijvers?
Verhulst: ‘Om uit je ei te kruipen moet je het breken.’ Hij brak het onder meer door zijn familiegeschiedenis op te tekenen in De helaasheid der dingen en koos voor een teruggetrokken leven op een heuveltje in Wallonië, dat hij af en toe afdaalt om ‘op café’ te gaan in. De televisie op zolder gaat alleen aan als er een wielerwedstrijd is. Grote wortels in de aarde, kleine in de lucht. En Tahir? Zij werkte zich via universiteit, Verenigde Naties en Raad van Europa op tot een kosmopoliet met vertakkingen naar internationale kenniscentra. Met pijn en moeite hebben de twee generatiegenoten zich ontworsteld aan hun milieu. Als schrijvers toonden ze en passant overtuigend hun geloof in de maakbaarheid van hun levens aan. Het jongetje dat in slaap viel op de biljarttafel terwijl vader zich liet vollopen, schreef recent de geschiedenis van de mensheid in 186 pagina’s (Godverdomse dagen op een godverdomse bol), het vrome meisje van weleer voltooide onlangs een bundel met vileine sprookjes over de islam (Groenkapje en de bekeerde wolf).

(door Maarten Slagboom)