'gewoon een achterlijke troep'

Chris Kijne ,

Wat is er aan de hand als een verstandige collega de islam ook al een achterlijke en gevaarlijke godsdienst vindt, vraagt Chris Kijne zich af.

Chris Kijne

Hoe gaan die dingen: je loopt op zondagmiddag gezellig over een zomerse Gooische Heide en toch komt het gesprek op narigheid.

Mijn vriend is een verstandig mens. Collega in de journalistiek. Brede blik. Tolerante aard. En op dit moment regelmatig ter reportage in het binnenland. Daar had, in deze en gene Vogelaarwijk – en ondanks al het voorafgaande - deze gedachte bij hem postgevat: de islam is toch echt domweg een achterlijke godsdienst. Die er zelfs in slaagt om jongetjes die hier in ons eindeloos prettige land zijn opgegroeid te doen afreizen naar Syrië teneinde zich op te blazen voor het goede doel. Of al even overtuigd van eigen gelijk de bittere noodzaak te doen voelen andermans keel door te snijden.

En ze willen ons echt allemaal bekeren of doodmaken.

Zei mijn vriend.

Het is niet anders.

Weg met de islam.

He jasses, moet dat nu , op de Gooische Heide? Ja, dat moest kennelijk even. En dus moet het hier ook even. Want ik vrees dat mijn vriend niet de enige is die inmiddels murw is gebeukt, zo niet door alle inmiddels onthalsden, dan wel door IS-troep als dit – overigens vind ik, lief NOS-journaal, dat we dit soort filmpjes helemaal niet moeten laten zien, maar dit terzijde.

tolerantiegrens

Basketballende meisjes in Minya, Zuid-Egypte, in de jaren zestig van de vorige eeuw

Het is vast en zeker zo dat er inmiddels heel veel mensen over hun tolerantiegrens zijn geschoten en denken zoals mijn vriend: ik heb het lang niet willen weten, maar het is gewoon een achterlijke troep, die hele islam.

En dus kwam het goed uit dat ik een paar dagen later deze foto opgetwetterd kreeg. Basketballende meisjes in korte broek, in het zuiden van Egypte. Meisjes. In korte broek. Basketballend. In het oerconservatieve zuiden van Egypte.

Daar kon ik iets mee. Namelijk: hem opsturen naar mijn vriend, met de gedachten die het bij me opriep. Gedachten aan mijn langdurige verblijf in Cairo in 1995 en de oude vriend die ik daar toen gemaakt heb. De schrijver Alaa El Deeb was de vader van mijn toenmalige assistente en stal mijn hart door bij ons eerste bezoek, op het aangename terras van hun villa in de buitenwijk Ma’adi, ter kennismaking een forse joint te draaien. Er zouden er diverse volgen gedurende de volgende zes maanden. Die gingen vergezeld van zijn levensverhaal:

Als jonge intellectueel van de onafhankelijkheid was hij, opgegroeid met Sartre en Camus als filosofische en politieke richtsnoeren, en Thomas Mann, Tolstoj en Kafka als literaire helden, gedurende de jaren vijftig zoals veel van zijn generatiegenoten een fervent aanhanger geweest van het Arabisch nationalisme/socialisme. Hun voorbeeld was Europa.

Dat bepaalde toen de toon, in het land van de Moslimbroederschap.

Tijdens de zesdaagse oorlog tegen Israël loog de regering van president Nasser - die nog steeds stond voor dat pan-Arabische ideaal - vijf dagen lang dat de vijand in de pan werd gehakt in de Sinaï. Toen na die vijf dagen bleek dat het in werkelijkheid andersom was, stortte de wereld van zijn generatie definitief in. Zij trok zich, teleurgesteld zo niet verbitterd, terug uit de politiek. En rookte nog lang jointjes op een terras in Ma’adi.

Israelische troepen bij de resten van een Egyptisch vliegtuig, juni 1967

tovenaarsleerling

Vanaf dat moment kon die andere kiem die in Egypte aanwezig was tot bloei komen: de Moslimbroederschap die door de latere invloed van Said Qutb inmiddels was geëvolueerd naar een radicaal fundamentalistisch politiek activisme. Toenmalig president Sadat gokte op de fundi’s om de wortels van het Nasserisme te verwijderen, tot hij er achter kwam welke tovenaarsleerling hij had gecreëerd. En dat met de dood bekocht.

Voor de generaties na mijn vriend Alaa was dat het perspectief. De blik ging van het westen naar binnen. De Islam werd de oplossing. Dat die oplossing zo gewelddadig is geworden, heeft allerlei oorzaken. De manier waarop wij van het Vrije Westen eindeloos verkalkte regimes zijn blijven steunen. De aanval in Mekka in 1979 die ervoor gezorgd heeft dat het Koningshuis Saoed sindsdien eieren voor zijn geld probeerde te kiezen door de fanatieke wahabisten een vrije hand te geven en hun gedachtengoed wereldwijd te exporteren. De oorlog in Irak , de Arabische Lente, noem het allemaal maar op.

En ja, ook het feit dat, voor wie wil, in de islam een basis is te vinden voor het uitzinnige geweld dat we nu meemaken.

Maar er is, eeuwenlang, ook voor allerlei lieden iets heel anders te vinden geweest in die religieuze teksten. En ook in islamitische landen hebben de vorige eeuw allerlei moderne ideeën navolging gekregen. Het feit dat wij met de nu gebakken peren zitten en daar, terecht, onrustig van worden, heeft minder te maken met de islam as such dan met deze specifieke historische context waarin een westers migratieprobleem samenkomt met een even recent als virulent islamistisch activisme in het Midden-Oosten.

En dat kon ik, door te laten zien hoe kort nog maar geleden de meisjes in korte broek basketbalden in Zuid-Egypte, aan mijn vriend uitleggen.

Voor wie daarbij nog een shotje tegengif wil tegen die IS-rotzooi, alstublieft