steun vpro

Boeken

David Bezmozgis & Frank Dikötter

Vanaf Crossing Border. Historicus en sinoloog Frank Dikötter vertelt over zijn boek 'Mao’s massamoord', waarin duidelijk wordt hoe Mao Zedong tussen 1958 en 1962 zijn land in een wurggreep had. En een gesprek met de Canadese schrijver David Bezmozgis over zijn romandebuut ‘De vrije wereld’. Een tragikomisch familieverhaal dat zich in de zomer van 1978 afspeelt, als duizenden Russische joden op weg naar het beloofde land het IJzeren Gordijn passeren.

Schrijver David Bezmozgis was zeven jaar toen hij in 1980 met zijn ouders vanuit de toenmalige Sovjet-republiek Letland naar Canada emigreerde. Zijn romandebuut De vrije wereld vertelt het autobiografisch geïnspireerde verhaal van een Joodse familie die de Sovjet-Unie verlaat, nadat de toenmalige leider Brezjnev had aangekondigd dat Joden desgewenst een uitreisvisum konden bemachtigen. Wat volgt is een onnavolgbare immigratiecircus en een ongewisse toekomst.

De Lets-joodse familie Krasnanski komt in de zomer van 1978 in Rome aan, net als duizenden anderen die het IJzeren Gordijn zijn gepasseerd, in afwachting van een visum die hen naar Amerika, Australië of Canada moet brengen. De echte vrije wereld. Zelfs het niet bijster aantrekkelijke Israël is een optie. De volharden communist en oorlogsveteraan Samuel is een van de drie hoofdpersonen. Zijn jongste zoon Alec, een zorgeloze rokkenjager, en diens plooibare vrouw Polina zijn de andere twee. Een lange immigratieprocedure volgt. In afwachting van hun toelating verblijven ze - samen met de rest van de familie - zes maanden in het snikhete Rome.

De vijfenzestigjarige Samuel heeft zijn geliefde vaderland met tegenzin verlaten, zijn twee zonen wilden vertrekken. Hij is emigrant tegen wil en dank. Als trouw partijlid en als niet-belijdende Jood zit hij voortdurend in een spagaat. Hij is aanhanger van de bolsjewistische zaak en ondanks alle ellende het communisme altijd trouw gebleven. Maar door dezelfde communisten moet hij als Jood zogenaamd blij zijn dat hij het land heeft mogen verlaten.

Polina heeft alles opgegeven voor een beter leven in het vrije Westen. Vanuit Rome schrijft ze brieven aan haar zus, die achterbleef, waarin ze duidelijk maakt dat ze de warme, sociale omgeving in Letland mist. Haar kersverse echtgenoot leeft er intussen op los en kan zijn handen niet van de vrouwen afhouden. Doordat De vrije wereld vanuit verschillende personages wordt verteld, zijn de onderlinge spanningen en de generatieverschillen goed voelbaar. De familie Krasnanski zit klem tussen het onrustige verleden en de ongewisse toekomst.

In Mao’s massamoord vertelt historicus en sinoloog Frank Dikötter het verhaal van de grootste ramp tijdens de regeerperiode van Mao Zedong. De Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962), zoals de meedogenloze landbouw- en industriepolitiek heette, kostte 45 miljoen mensen het leven. Dikötter weet als eerste onderzoeker de verbinding te maken tussen de desastreuze beslissingen van de toenmalige partijtop en de werkelijke gevolgen daarvan voor de Chinese plattelandbewoners.

Een nieuwe archiefwet in China heeft er voor gezorgd dat de archieven van de Communistische Partij openbaar zijn gemaakt, waardoor het Maoïstische tijdperk voor het eerst grondig kan worden bestudeerd. De documenten maken duidelijk dat de omvang van de catastrofe beduidend groter en gewelddadiger was dan tot nog toe werd vermoed. Als oorzaak werd vaak de hongersnood opgevoerd, maar de ongecensureerde bronnen onthullen dat terreur en geweld hier ook aan ten grondslag liggen.

De Grote Sprong Voorwaarts was het antwoord van Mao Zedong (1893-1976) op de uitlatingen van de Russische leider Chroesjtsjov, die voorspelde dat de Russische planeconomie meer welvaart zou gaan opleveren dan de vrije markteconomie in Amerika. Mao zag in China het grootste communistische land en voelde zich genoodzaakt om daar iets tegenover te stellen. China moest en zou een industriële wereldmacht worden. De sleutel tot succes lag volgens Mao in de collectieve arbeid.

De radicale industrialisatie zou betaald worden met de export van landbouwproducten. Boeren moesten gaan samenleven in grote, afgelegen volkscommunes om de landbouwproductie te verhogen. Hun woningen werden gesloopt omdat het daarin gebruikte leem als extra bemesting kon dienen. Angstige lokale leiders meldden intussen recordoogsten aan Beijing, terwijl grote delen van het land door o.a. een mussen- en sprinkhanenplaag onbewerkt bleef. Aangezien Mao wilde imponeren met de productiecijfers werd vrijwel de gehele voedselvoorraad geëxporteerd, met een grote hongersnood tot gevolg.

Een ander mislukt onderdeel van de Grote Sprong Voorwaarts was het opvoeren van de staalproductie. Boeren werden opgeroepen om alles wat ijzer was om te smelten. Voor het brandstof werden huizen afgebroken en grote gebieden ontbost. En zoals met alles: wie niet meewerkte, werd uit de weg geruimd. Uitgehongerd of vermoord. Het verkregen staal bleek door de metaalslakken echter onbruikbaar. Het boek Mao’s massamoord toont de bijna ineenstorting van een maatschappelijk en economisch systeem, waar Mao zijn prestige op had ingezet. Zoals Mao zei: “Revolutie is geen gezellig etentje.”