Boeken

Armando & Oek de Jong

De 84-jarige Armando komt met een nieuwe dichtbundel: 'Stemmen'. En Oek de Jong laat het unieke van de roman zien in 'Wat alleen de roman kan zeggen'. Wim Brands praat met beiden in VPRO Boeken.

De 84-jarige Armando beschouwt zijn werk als Gesamtkunstwerk: hij heeft theater, televisie, schilderijen, sculpturen, proza en poëzie gemaakt. Nu is daar zijn nieuwe gedichtenbundel Stemmen.

Na zijn Verzamelde gedichten hoorden we tien jaar niks van Armando op vlak van de poëzie. Toen verscheen vanuit het niets een dikke nieuwe bundel met de zakelijke titel: Gedichten 2009. De gedichten waren helemaal niet zakelijk, maar 'noodzakelijk' zei de jury van de VSB Poëzieprijs, en:'monumentaal, verpletterend, onontkoombaar'. Hij won.

Vriend en later rivaal Jan Cremer typeerde hem in de jaren '60 als een 'gevoelig Nederlands kunstenaar die zich vermomt als een gluiperige Franse pooier’. Zo herken je de 84-jarige tegenwoordig niet meer terug. Armando schreef in 'Vermoeid' over de lichamelijke ongemakken die hem overvielen de laatste jaren: 'Misschien is kracht een gulle lening,/ een lichtvoetig voorwendsel,/ dat verdwijnt.'

Armando’s mentale kracht is wel nog sterk aanwezig. Na Gedichten 2009 verscheen in 2011 Ze kwamen en nu dus Stemmen. Hij heeft er de tijd voor: Armando heeft geen mobiele telefoon en kijkt geen tv. Hij wil alleen maar werken. De kunstenaar weet precies wat hij wil, want als hij één ding is naar eigen zeggen, is het: eigenwijs.

Armando schrijft veel over de leegte. De oorlog, in abstracte of historische zin, is één van de oorzaken van die afwezigheid. In zijn typerende afstandelijke en beschrijvende stijl komen de serieuze thema’s van het leven aan bod. Het 'ik' is 112 bladzijdes lang in voortdurende strijd en 'de ander is een deftige dader'.

In Wat alleen de roman kan zeggen geeft schrijver Oek de Jong antwoord op de vraag: hoe kan de roman overleven in een tijd waarin hij met zoveel andere media moet concurreren? De Jong laat zien wat het unieke en onvervangbare is van de roman.

De klachten over de huidige cultuur, vooral bestaand in Europa en Amerika, zijn bekend. De Jong somt ze op: ‘het platte materialisme dat door de consumptiemaatschappij wordt aangewakkerd, verval van waarden, ontbreken van historisch besef, dalend niveau van lezen en schrijven onder kinderen, afnemend concentratievermogen onder jongeren, een amusementsindustrie die de samenleving infecteert met een permanente behoefte aan vermaak, een steeds grotere macht via televisie en internet voor de cultureel ongeïnteresseerden, ontworteling, verlies van identiteit.’ Dit zijn zo vaak genoemde problemen, dat veel cultuurliefhebbers alweer doodziek worden van het cultuurpessimisme.

Oek de Jong spreekt liever van verandering dan van verloedering. We zijn te diep onder de indruk van de nieuwe technologie. Ondertussen bestaat er in Nederland een romancultuur met een omvang zoals die er nooit eerder is geweest, en is er voor steeds meer romanschrijvers een internationale markt aan het ontstaan. Er zal vooralsnog steeds meer vertaald worden, romanschrijvers zullen steeds vaker wereldwijd gelezen worden.

Waar de camera alleen de oppervlakte registreert, duikt de romanschrijver juist onder de oppervlakte. Oek de Jong blijft realistisch over de ontwikkelingen, maar na lezing van dit boek krijg je zin om een nieuwe roman open te slaan.