Mevrouw De Wit

, A.L. Snijders

In zijn nieuwe column kijkt A.L. Snijders deze keer samen met mevrouw De Wit naar de televisie.

Ik ben op tv-bezoek bij mevrouw De Wit, ze is drieënnegentig. Ik ben niet alleen, de wijkverpleegkundige is er ook. Mevrouw De Wit is positief ingesteld, ze beweegt zich niet meer zo gemakkelijk, het wordt steeds minder, maar ze zit niet bij de pakken neer, dat past niet bij haar karakter. Ze vertelt dat ze er net een nieuw achterkleinkind heeft bijgekregen en dat ze daar erg veel plezier aan beleeft. Bovendien heeft ze het getroffen met haar woning, ze zit voor het raam, beneden zie je een haven met schepen, prachtig. De wijkverpleegkundige is niet zo optimistisch, ze heeft geen vertrouwen in de toekomst, ze ziet die toekomst zelfs met zorg tegemoet. De meeste oude mensen wonen thuis. De autoriteiten hebben ooit uitgerekend dat dat het goedkoopst is, de meeste oude-van-dagen-huizen zijn opgedoekt.

Het merkwaardige is dat het meeste geld naar de ouderen in de overgebleven tehuizen gaat, zij gaan erop vooruit. De thuisblijvers houden hetzelfde en krijgen dus minder. Dat is niet te begrijpen. Rutte en Buma zijn enthousiast, maar er verschijnen wel erg veel mensen voor de camera die geen enkele fiducie hebben in de belofte dat iedereen erop vooruitgaat. Op Canvas kijk ik naar een journaliste die met een verborgen camera het commerciële woonzorgcentrum bezoekt waar haar moeder net is gaan wonen. Ze doet zich voor als een toekomstige vrijwilliger die haar nieuwe werkomgeving komt verkennen. Na korte tijd komt ze overal, ze is getuige van veel ellende, slecht eten, weinig aandacht, verkeerde medicijnen en steelse briefjes van bewoners die graag dood willen. Het mismanagement en het daarop volgende leed stopt dus niet bij de grens, Europa is een hecht werelddeel.

Waar ik graag naar kijk, zijn de elektrische raceauto’s in het uitgedroogde Australië. Vooral naar de Nederlandse equipe die aan kop gaat. En dan vooral naar de normaal gebouwde jongen die eerst zware yogaoefeningen moet doen om vervolgens vijf uur te racen op een stoeltje zo benauwd dat een dwerg ervoor zou terugschrikken. Die jongen zal er over zeventig jaar nog steeds iets over te vertellen hebben in zijn huis voor vergeten sportlui.