Spetter

, A.L. Snijders

In zijn nieuwe column kijkt A.L. Snijders op tien centimeter afstand van het beeldscherm naar Pauw.

Hans Wiegel vertelde dat hij ooit op zoek was naar een minister van Buitenlandse Zaken en toen terecht kwam bij jonkheer De Ranitz, ambassadeur in Parijs, topdiplomaat. Hij vroeg: 'Jan, wil jij minister worden?' Jan was vereerd maar weigerde toch, want hij had er geen zin in vijf dagen in de week uitgescholden te worden door honderdvijftig kamerleden. Dr. Chris van der Klaauw wilde wel. Volgens Wiegel was dat een heel nette man en ook een goede diplomaat. 
Jeroen Pauw bewoog wat met zijn vingers en zei: 'Wim Kan had het over fingerspitzengefühl.' Ik begreep niet wat dat in dit verband betekende, maar Wiegel wel. Hij maakte met duim en wijsvinger een groot oog, en zei dat Van der Klaauw een lichamelijk gebrek had, hij kon niet goed zien. Duim en wijsvinger kregen betekenis, ZULKE letters.

De Tweede Kamer kon ook een slangenkuil zijn en Van der Klaauw was daar volgens Wiegel niet tegen opgewassen, hij was niet assertief genoeg. Ik zat op tien centimeter van het scherm naar de 
televisie te kijken, want ik had die dag een oogoperatie ondergaan. Op de heenweg naar het ziekenhuis (26 kilometer) reed ik zelf, op de terugweg reed mijn dochter, ik zat op de achterbank, ik was zo goed als blind. Thuis was ik heel voorzichtig, ik liep met een stok, wat trouwens wel een prettig gevoel was. Ik ken het huis goed, want ik woon er meer dan veertig jaar, maar toch brak ik enkele kopjes. Het verwarrende was dat ik niet volledig blind was, ik keek door een kiertje van één oog en realiseerde me niet dat het een kiertje was. De getroffen kopjes stonden nietsvermoedend naast het kiertje (nietsvermoedend slaat in dit geval op mij én de kopjes).

Er was in het interview met Wiegel trouwens een passage die ik ook met heldere blik niet zou hebben begrepen. Er wordt zo'n schofferende journalist getoond die aan een nog onbekende volksvertegenwoordigster uitlegt dat hij uitmaakt welk onderwerp ter sprake komt, en niet zij. Wiegel zegt hierover dat hij zoiets niet had laten passeren. Hij noemt het een aardige kermistruc, maar die journalist had van hem een aardige spetter teruggekregen. Spetter?