Verdriet

, A.L. Snijders

In zijn nieuwe column denkt A.L. Snijders terug aan vroeger en zijn rijke, onbeschaafde tante.

Mijn tante had het goed getroffen, zij had een rijke man getrouwd, een zeer rijke man. Ze maakten reizen over de wereld in de tijd dat iedereen nahijgde van de tweede grote oorlog. Ze gaven feesten en bezochten concerten, in de winter stonden ze op de ski's in de Alpen of de Dolomieten, in de zomer voeren ze met hun grote zeilboot naar de Waddeneilanden. Ze kregen veel kinderen en versleten veel gouvernantes, dienstmeisjes, tuinmannen en chauffeurs. Er was altijd wat, het waren geen beschaafde mensen, het geld was geen eeuwen in de familie, er had zich nog geen bijgeschaafde familiecultuur kunnen vormen. Het was nieuw geld en het werd op een ordinaire manier verdiend. Vooral de dienstmeisjes hielden het er nooit lang uit, ze werden altijd beschuldigd van het ontvreemden van zilverwerk, het ontslag was meestal op staande voet en ging ook anderszins gepaard met schaamteloos gedrag.

Ik ben er een keer bij geweest dat een Oostenrijks meisje op zo’n manier ontslagen werd. Ze was jong en tenger en onschuldig, ze was nog maar enkele weken in ons land, het was haar eerste dienstje, ze kwam van het platteland, Amsterdam was haar eerste grote stad. Ik zag hoe ze overvallen werd, haar ongeloof duurde niet lang, het vechten tegen haar tranen was onverdraaglijk. Ik nam het voor haar op, maar werd meteen het huis uitgezet, persona non grata, langdurige brouille. Het familiediner bestond nog niet en Bert van Leeuwen was nog niet geboren. Gisteren dacht ik aan haar bij het programma van Jeroen Pauw. Daar werd een gepest meisje door een liefdevolle jongedame getroost toen zij haar tranen niet meer in bedwang kon houden. De verdrietontwikkeling was identiek – deze keer was ik net zo machteloos, ik had zin het tv-toestel in elkaar te rammen.

Eigenaardig is trouwens dat er in dezelfde uitzending ook nog iets anders gebeurde, wat mij aan vroeger deed denken. Een zuster van mijn grootvader van vaderskant was verliefd op een man die ook verliefd was op haar. Het speelt zich af aan het eind van de negentiende eeuw. De man is een varensgast en ze verliezen elkaar daardoor lange tijd uit het oog. Ze trouwt met een ander, het surrogaathuwelijk duurt meer dan vijftig jaar. Na zijn dood blijft ze lang alleen. Tegen het eind van haar leven ontmoet ze haar enige liefde weer. Ze zegt dat ze altijd aan hem gedacht heeft, terwijl ze haar officiële man meteen na zijn dood is vergeten. In het programma Pauw gebeurt iets dergelijks, de televisie is niets anders dan het gewone leven.