Trots

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over trots, op verzoek van een lezer.

1. U vraagt, wij draaien, maar slechts maximaal één keer per kwartaal.


2. Voornoemde lezer heeft weinig sympathie voor trots. Op zijn kleinkinderen is hij niet trots, hij heeft het gevoel dat hij hun iets afpakt als hij trots op hen is. Zijn vrouw zegt: 'Dat kan niet waar zijn, ik weet zeker dat je trots bent op bijvoorbeeld je kinderen.' 
Het is raadzaam enige trots te tonen of te veinzen als u kinderen opvoedt. Stel, uw kindje doet zijn eerste pasje, zeg dan niet: 'Dat kan bijna iedereen. En je bent rijkelijk laat met lopen, achterblijver die je bent. Als de consumentenbond je had mogen keuren, was je er niet al te best vanaf gekomen.' Dat mag waar zijn, maar dat soort dingen horen ouders niet te zeggen. Opvoeden is niet alleen grenzen stellen maar ook aanmoedigen, en aanmoedigen betekent dikwijls: trots zijn op het kind.


3. Trots zijn op je partner is alleen nodig als je partner ook je kind is of op een kind lijkt. In alle andere gevallen hoeft het niet, al zullen er altijd kunstenaars zijn die tegen hun partner zeggen: 'Je mag alleen met me naar bed als je trots bent op wat ik vandaag heb getekend.' Als u zin hebt in seks dan gooit u wat trots door de conversatie. Overigens betekent gebrek aan trots nog geen afkeuring. Sta dus neutraal tegenover de prestaties van je partner. Een beetje wat Nederland probeerde te doen tijdens de Eerste Wereldoorlog.


4. Moet je trots zijn op jezelf? Alleen als niemand het kan zien en horen. Stel, u zit in de gevangenis omdat u drie mensen hebt vermoord en u hebt last van een depressie, dan is het raadzaam elke ochtend tegen uzelf te zeggen: 'Kom op, jij hebt drie mensen vermoord, maar er zitten op deze afdeling gasten die zeven levens op hun geweten hebben en jij hebt het bij drie gelaten. Wees daar trots op, man.'

5. U wilt trots zijn op uzelf, maar u weet niet hoe? Verspreid deze 'Yasha' onder gedetineerden. Dat is een reden om trots te zijn op uzelf.