Een korte verhandeling over het noodlot.

1.
Het noodlot is een mooier woord voor ‘toeval’. Het noodlot zit tussen God en het toeval in. Het is bij uitstek een woord voor agnostici. 

2.
Verantwoordelijkheid en noodlot verdragen elkaar slecht. Wij willen graag dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun leven en de misère niet afschuiven op omstandigheden die wij kunnen samenvatten met het woord ‘noodlot’. 

3.
Wie met veel hartstocht gelooft in het noodlot zal onrecht niet meer bestrijden, waarmee niet is gezegd dat zij die menen dat het ze het allemaal aan zichzelf te danken hebben voortdurend onrecht bestrijden. 

4.
Het noodlot voorziet ons van privileges, of het omgekeerde van privileges, wat we hier maar even uitdagingen zullen noemen. Wie geen benen meer heeft, staat voor enorme uitdagingen. De vraag is welke privileges verdiend zijn. Iemand die zijn leven lang traint om het wereldrecord van de marathon te verbeteren zal allicht tegen wat verdiende privileges oplopen. Maar ook in dit geval zal noodlot een rol spelen: talent is ten dele noodlot. 

5.
Alles waar we onszelf en andere mensen niet de schuld van kunnen geven is noodlot. Aardbevingen, ziektes, sommige auto-ongelukken. Iemand die dronken achter het stuur gaat zitten, wil zelf voor noodlot spelen. 

Er zijn mensen die menen dat zware rokers die ziek worden op een bepaalde manier extra ‘gestraft’ moeten worden voor hun ziektes, bijvoorbeeld door hun geen voorrang te geven bij operaties. Waarmee is gezegd, niet elke ziekte wordt herkend als noodlot. Uiteraard zien sommige gelovigen in vrijwel alles een straf of beloning van God. 

6.
Het is een van de uitgangspunten van de Griekse tragedie dat de mens zijn noodlot niet kan ontkomen, juist ook als hij eraan probeert te ontkomen. De goden, hoe onvolmaakt ook, heersen, niet de chaos. 

7.
Noodlot is ook een elegant woord voor de eigen onwetendheid.