Een korte verhandeling over de pikorde.

1. 
Men praat met liefde over empathie als ware die empathie een verloren zoon, maar de pikorde verdraagt weinig empathie. Doorgaans kan men alleen empathie voelen voor hen die geen bedreiging zijn voor de eigen positie.

2.
Wat de beurs is voor het aandeel is de pikorde voor de mens. Ook mensen worden namelijk van de hand gedaan. En weer opgepikt.

3. 
Men doet alsof men boven zoiets ordinairs als concurrentie verheven is, als puntje bij paaltje komt blijkt dat een illusie.

4. 
Gezinnen kennen een vanzelfsprekende pikorde: ouders bovenaan, zuigelingen onderaan. Het doden van de vader, symbolisch doorgaans, is het antwoord op deze ‘vanzelfsprekende’ pikorde. Niemand wil eeuwig onderaan blijven bungelen.

5. 
School is altijd ook: lessen in de pikorde.

6. 
Een dokter op een intensive care heb ik eens horen zeggen: ‘Zij is op dit moment mijn beste patiënt.’
Zij die weldra sterven, staan onderaan in de pikorde.

7.
Partijpolitiek is de vleesgeworden obsessie met de pikorde.

8.
De behoefte aan een sterke man is weinig meer dan het verlangen een eind te maken aan de onzekerheid wie bovenaan staat. Uiteindelijk heeft men dan toch weer genoeg van die persoon en gaat over tot een al dan niet symbolische moord. Om daarna weer een nieuwe sterke man aan te wijzen.

9.
Ik hoorde dat trainers die veel minder verdienen dan hun sterspelers in de pikorde van de voetbalclub vroeg of laat onderuit zullen gaan. In de kunst en de literatuur zijn prijzen pogingen om de pikorde van de verkoop te corrigeren.

10.
Het vieren van de democratie is tevens het vieren van de mogelijkheid dat we met zijn allen de pikorde mogen vaststellen. Het songfestival doet iets soortgelijks, maar dan op min of meer muzikaal gebied.