steun vpro

God

, Esther Gerritsen

Als mijn zevenjarige dochter iets zegt dat te wijs klinkt voor haar leeftijd, zoeken de mensen om haar heen waar ze dat vandaan heeft.

Meestal eindigt dat zoeken met: ‘Ach ja natuurlijk, dat heeft ze van die televisieserie.’ Er klinkt teleurstelling en opluchting in door. Ineens lijken het niet echt haar woorden, en ze hoeven minder serieus te worden genomen.
We verzinnen onze woorden niet zelf, je moet ze eerst hebben gehoord voor je ze kunt gebruiken. Dat geldt voor ieder mens. Maar hoe ouder we worden, hoe minder we nog kunnen nagaan waar we het allemaal vandaan halen. Dat maakt onze woorden natuurlijk niet per se authentieker. We kunnen wel beter verbergen dat we imiteren.
Je wilt nu eenmaal niet iets slims beweren en dan achter je rug horen: ‘Ach ja natuurlijk, dat heeft ze van Spinoza.’
We weten steeds behendiger onze woorden te mengen. Mix wat je van Spinoza, de buurman en Oprah Winfrey hoorde en je kunt authentieke uitspraken doen.
Ik herinner me nog zo goed dat ik als kind dacht dat het onmogelijk was iets zelf te verzinnen. Elk verhaal dat ik schreef was een imitatie van een ander verhaal en ik wist precies wie ik nadeed. Ik dacht dat ik geen fantasie had, want bij fantasie stelde ik me iets magisch voor, iets dat uit het niets kwam. Nu weet ik dat ik uit duizenden bestaande verhalen put, zoveel dat ik niet meer kan bijhouden wie ik imiteer. Maar hoe, in godsnaam, is het eerste verhaal ontstaan? Toen God de aarde schiep, waar haalde hij dat idee vandaan?
Sommige mensen vinden het not done om de schrijver te vragen waar hij het allemaal vandaan haalt, wat hij heeft verzonnen, wat hij echt meemaakte, het werk moet voor zich spreken. Vaak zijn dat de schrijvers zelf.
Mijn nieuwsgierigheid kent geen grenzen, ik wil alles weten. Dat een schrijver niet alles wil prijsgeven snap ik best, dat wil ik ook niet, maar daar zitten geen nobele motieven achter. Het is niet omdat ik vind dat het er niet toe doet, maar omdat ik niet alles wil blootgeven, niet eens aan mezelf. Ik wil niet altijd zicht hebben op de achterkant van het borduurwerk, ik wil mezelf voorliegen dat ik fantaseer. Maar laten we eerlijk wezen, alleen God heeft fantasie.