Beelden

, Esther Gerritsen

In Oklahoma City is een monument voor de slachtoffers die in 1995 omkwamen bij de aanslag op een overheidsgebouw. Ik heb het jaren geleden eens bezocht.

Waar ooit het gebouw stond, is nu de herdenkingsplaats, die onder meer bestaat uit een vijver, met aan de ene kant een grote poort waarop het tijdstip staat van vlak voor de explosie, 9.01 uur, en aan de andere kant een poort met het tijdstip erna, 9.03.
Er is een grasveld met stoelen. Voor ieder die er het leven liet, staat er een stoel. 168 stoelen. Kleinere stoelen voor de kinderen.
Vanzelf worden de bezoekers die daar lopen stil. Er is niet veel te zien, en toch wil je het beter zien. Je ziet in één oogopslag al die stoelen, maar daar laat je het niet bij.
Je loopt er langs, alsof je ze allemaal van dichtbij moet bekijken.
Er staat ook nog een boom die de enorme explosie heeft overleefd.
De bijschriften zijn summier, je snapt het eigenlijk vanzelf allemaal wel.
Nadat ik het monument had gezien, ging ik naar het museum ernaast. Daar zag ik de beelden van mensen vast in het puin, de doden, de gruwelijke details en heel veel foto’s van al die mensen die bij de stoelen hoorden.
Ik heb me altijd afgevraagd of ik spijt heb van dat bezoek aan het museum.
In zo’n museum wil je al snel weer weg, je ergens gaan bedrinken, vergeten. Bij het monument, hoe droevig ook, wilde ik langer blijven.
Voor ik het museum binnenging, dacht ik nog terug te keren naar het monument, maar toen ik het museum uitkwam, wilde ik niet meer.
Het is alsof je in een kamer hebt gekeken die je niet hoorde te zien, en dan moet de deur snel weer dicht.
De laatste nieuwsreportage die werkelijk indruk op me maakte, was die waarin iemand niet wilde vertellen wat hij zag.
Het was op CNN, na de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn. De verslaggeefster had een getuige aan de telefoon. Er waren nog niet veel beelden beschikbaar, dus ze moesten het met woorden doen. De verslaggeefster vroeg de man wat hij zag. Zijn stem trilde. Het was nog maar net gebeurd. Hij vertelde over de ravage.
De verslaggeefster zei: ‘And then unfortunately, of course, you also had to see people under the truck who had been run over?’
‘Yes. That’s right.’
‘Can you describe the scene a little bit more?’
‘No,’ zei de man, ‘no, I don’t want to describe it.’