Familie

, Esther Gerritsen

In haar nieuwe column gaat Esther Gerritsen voor het eerst op bezoek bij de broer van haar nieuwe vriend.

Voor het eerst ga ik mee op bezoek bij de broer van mijn vriend. De tv staat aan, autoraces. Ik weet niets van autoraces, de broer van mijn vriend wel. Sowieso weet hij veel van auto’s. Naast zijn bank ligt een stapel autotijdschriften van bijna een meter hoog. Hij vertelt me iets over twaalf cilinders en een Aston Martin. Ik snap niet alles, maar het interesseert me allemaal. Zo gaat dat. Omdat je welwillend bent als je voor het eerst de familie van je vriend ontmoet.

De broer vertelt me dat de man op tv die in de gele auto rijdt een tweelingbroer heeft die zijn monteur is, al veertig jaar lang. De naam van de coureur is hem even ontschoten en ik vind het meteen jammer, want nu wil ik het weten ook. Naast de tv staat een dode bonsaiboom en aan de kale takken hangen oranje Albert Heijnhamsters. Misschien interesseert me dat nog wel meer, dus ik zeg: ‘Een leuke bonsaiboom.’ Over bonsaibomen weet hij niets, dus daar zijn we snel over uitgepraat.

Familie is een slimme uitvinding van Onze Lieve Heer. Niet vanwege de verwantschap die je met ze hebt, integendeel. Familie zorgt er juist voor dat je met mensen omgaat die niet op je lijken. Je vrienden kies je. Soort van. Als je niet van voetbal houdt, blijf je niet snel bij iemand hangen die oeverloos over voetbal praat. Maar als het je vader is die over voetbal praat, neem je dat voetballen op de koop toe en zo steek je nog eens wat op. Familie van je vriend is helemaal een bonus. Je bent niet eens met ze opgegroeid en ineens zijn ze daar met hun verjaardagen die je niet meer vergeet en met frisse, nieuwe hobby’s en beroepen waar je voorheen niets van wist.

Dankzij mijn familie, aangeboren of aangetrouwd, heb ik verstand van kooikarpers, smartlappen, miniatuurauto’s, treintjes, slachten, dwerggeiten, profielslijpen, tafeltennis, daltononderwijs, motoronderhoud…

En daar zit ik dan voor het eerst bij die broer in huis en ik kijk om me heen, naar de kerstballen die in de ficus hangen, die nog wel leeft, ik concentreer me maar weer op de autoraces en ik realiseer me dat het goed zou kunnen dat autoraces vanaf nu bij mijn leven horen. Ik vind het zeker geen slechte toevoeging, al ben ik natuurlijk vooral blij met die dode bonsaiboom met Albert Heijnhamsters.