Verkeersbrigadier

, Esther Gerritsen

Autoriteit uitstralen: van Esther Gerritsen hoeft het niet.

Het is mijn tweede jaar als klaar-over voor de school van mijn dochter en deze week besloot ik ermee te stoppen en weer luizenmoeder te worden. Ik ben een heel slechte verkeersbrigadier. Ik ben ook slecht in het vinden van luizen en neten, maar daarvan is de consequentie slechts jeuk. Een slechte verkeersbrigadier midden in het centrum van Amsterdam kan meer dan jeuk veroorzaken.

Soms denk je dat de fietsers niet zo goed begrijpen wanneer ze moeten stoppen, zo veel verkeersbrigadiers zijn er tenslotte niet in Amsterdam. Maar toen er laatst een geüniformeerde agent bij stond, begrepen ze het allemaal wel. Er moet een autoriteit staan en die autoriteit moet je boetes kunnen geven, zo simpel is het.

Autoriteit uitstralen doe ik niet. Ik ben wel goed in een aardig gesprek. Ik sprong laatst voor een fietser, die ternauwernood kon remmen. Het was allemaal heel onhandig, maar we hadden wel een leuk gesprek daarna, waardoor ik helaas niet goed oplette en andere fietsers gewoon langs me heen reden. Ik dacht aan het eind van die ochtend: Dit is niet verantwoord.

Ik voelde me net als die keer dat ik grensrechter was bij het voetbal.

Ik zei toen nog: 'Dat moet je mij niet vragen.' En ik had gelijk. Ik vermoed dat ik het na een paar keer heus wel had gekund, maar ik ging te hard nadenken bij elke keer dat het buitenspel was, iets als: het was de fout van links, dus is er voordeel voor rechts, dus vlag ik naar links… of rechts.

Tijdens die gedachte moet je al vlaggen, anders ben je te laat, dus vaak genoeg ging mijn vlag de verkeerde kant uit en dan riep ik: 'O nee, sorry!' en vlagde snel weer de andere kant op, maar dat telde dan niet meer. Ik snap best dat ze daar bij een professionele wedstrijd niet mee kunnen marchanderen, maar dames drie, op een zondagochtend om negen uur, ergens op een afgetrapt veld zonder publiek in the middle of nowhere… Maar nee, ze waren onverbiddelijk. Het gevolg was dat aan het eind van de wedstrijd beide ploegen boos op me waren, mijn eigen ploeg en de tegenstanders.

Precies zo voelde ik me op mijn laatste klaar-overdag. De ene keer ergerde ik de auto's en fietsers die niet wisten waar ze aan toe waren, omdat ik twijfelend de weg opstapte, of toch maar niet... en de andere keer de voetgangers, die zich waarschijnlijk veiliger hadden gevoeld zonder mijn aanwezigheid. 

Bij die keer dat ik grensrechter was dacht ik nog: ik heb uiteindelijk toch beide ploegen even vaak benadeeld of bevoordeeld, dus wat zeuren ze nou? Maar ik wil liever niet op een dag als verkeersbrigadier denken dat het mooi gelijk staat: één fietser ten val gebracht en één kind overreden, eerlijk verdeeld, dus wat zeuren ze nou?