Markeerplaatsen

, Hugo Hoes

Met kruisjes of rondjes, blauw of groen, op de bank, in de trein of op de wc, de VPRO Gids markeren kan op allerlei manieren en bijna overal.

Lelystad

Elseline Visser-Niermeijer (1947), oud-medewerker waterschap, en Pieter Visser (1947), oud-leraar Nederlands

Pieter: ‘Toen de kinderen nog klein waren en thuis woonden, mochten zij ook elke dag iets markeren wat ze wilden zien.’
Elseline: ‘Mijn zoon had een rondje, mijn dochter een rondje met een kruisje erdoor. Pieter had een kruisje en ik een haakje.’
Pieter: ‘We hadden toen vier symbooltjes. Nu nog twee.’
Elseline: ‘Ik altijd groen en jij blauw.’
Pieter: ‘We markeren al vanaf het begin. Als je toen iets vergat en miste, was het echt weg.’ 
Elseline: ‘“Eersie!” roep ik als de gids komt, want ik wil hem het eerst hebben. Dan kan ik meteen gaan aanstrepen. Pieter die kijkt hem door, en dan nog een keer. Die is uren bezig.’ 
Pieter: ‘Ik lees hem helemaal.’
Elseline: ‘Dat voorstuk lees ik nooit. Ik begin bij zaterdag. Met een groene pen, die ligt altijd hier en de blauwe van Pieter ligt ernaast.’
Pieter: ‘Ik kruis, maar geef soms met een streepje aan dat ik iets misschien wil zien. Bij films die ik al gezien heb, zet ik “gezien”. De zondag is heel druk, dan moet ik veel opnemen.’
Elseline: ‘Omdat ik op zondag Duitsland kijk. Dat is mijn vaste avond en die heeft voorrang.’
Pieter: ‘Een “V” betekent “opgenomen”. Je kunt vier programma tegelijk opnemen.’
Elseline: Het meeste kijken we wel terug.’
Pieter: ‘Spelfouten markeer ik ook.’ 
Elseline: ‘Maar die verbetert hij overal. Als hij de ondertiteling kon veranderen, deed hij dat ook. Alle sport streep ik door.’ 
Pieter: ‘Dan zeg ik altijd: doe dat nu niet. Als de week voorbij is, blijft de gids hier nog een week liggen vanwege de opgenomen programma’s.’
Elseline: ‘Ik durf hem ook nooit weg te gooien.’
Pieter: ‘Dan is-ie voor mij. Als ik terugkom van vakantie lees ik ze ook allemaal.’
Elseline: ‘Ik niet hoor.’

Amersfoort

Nicki Bullinga (1963), kinderboekenschrijver, en Henk Hardeman (1961), redacteur/vertaler/kinderboekenschrijver

Nicki: ‘Als de gids binnenkomt, gaat hij op de stapel met bladen die gelezen moeten worden.’ 
Henk: ‘Jij gaat meestal als eerste scannen.’
Nicki: ‘Op woensdagochtend bij het ontbijt. Dat gaat snel. Je hoeft alleen maar te kijken wat je leuk lijkt. Ik omcirkel wat ik wil zien of zet erbij “downloaden of kijken”.’
Henk: ‘En je streept of krast dingen door die je walgelijk vindt. Eigenlijk pleegt ze censuur.’
Nicki: ‘Ik kan niet tegen kinderleed of leed met dieren of bomen.’
Henk: ‘Ze heeft weleens een foto zo doorgekrast dat ik mij juist ging afvragen wat het was. Of zelfs uitgescheurd. Soms zet ik ergens bij “hebben we al gezien”. Blauw is altijd Nicki, ik ben rood. Ik weet een beetje wat Nicky leuk vindt. Ze is gek op detectives.’
Nicki: ‘University Challenge omcirkel ik altijd.’ 
Henk: ‘Ze zet er ook uitroepen bij als “Bah”, “Walgelijk”, “Getsie”, “Dom” of “Zeur niet”. Jij leest de artikelen niet echt, dat doe ik wel. Ik zet er meestal niet zo veel bij en geef hooguit commentaar op Nicki’s commentaar.’
Nicki: ‘Jij omcirkelt alleen maar.’
Henk: ‘De gids wordt een soort glossarium. Commentaar op commentaar. Of ik schrijf “hebben we al gezien” of “te heavy”. Jij hebt nooit commentaar op mij, maar dat komt doordat ik de gids als tweede inzie. Daarom kan ik de gids niet onbevooroordeeld doornemen. We zijn ook een beetje grammar-nazi’s, taalpuristen. Van Je zal het maar hebben maken wij “Je zult het maar hebben”.’ 
Nicki: ‘Bij ons zul je nooit “zal” zien. Het is altijd “zult” en “kunt”.’
Henk: ‘Mijn moeder las het Algemeen Dagblad en mijn vader NRC. Werd het AD gebruikt om ’s ochtends berichtjes aan elkaar te schrijven. De opmerkingen in de gids zijn meer voor onszelf dan voor een ander.’
Nicki: ‘Natuurlijk, niemand anders ziet die toch.’
Henk: ‘Ik bedoel dat jij de gids eigenlijk helemaal voor jezelf maakt.’

Almere

Hannah Aandewiel, manusje-van-alles

‘De gids ligt de avond voordat ik met de trein reis al klaar bij de voordeur. Ik heb speciaal een tas gekocht waar de VPRO Gids goed in past. Zonder te kreuken. Ik markeer met blauw. Dat was even wennen, want ik gebruikte eerst heel lang rood, maar blauw kan net zo goed. Als ik hem in de trein uit mijn tas haal, laat ik hem eerst even goed zichtbaar liggen voordat ik begin. Wanneer ik pas op zaterdag de trein pak en de reis is niet lang, begin ik meteen met de zaterdagpagina, want dan is er geen tijd meer te verliezen. Ik kan het ook vrij snel. Als de conducteur komt, doe ik hem trouwens snel dicht, zodat "VPRO" zichtbaar wordt. Stel dat ik niet met de trein geweest ben dan is er dus nog niet gemarkeerd. Vervelend, want dan moet ik het op mijn bank doen. Een ongemarkeerde pagina geeft mij een onprettig, bijna gespannen gevoel. Zonder cirkeltjes weet ik niet of er iets interessants komt en of ik op tijd ben. Films met vijf sterren krijgen altijd een cirkeltje. Als ik iets half heb gezien, zet ik er "½" bij. Geen idee waarom. En als ik iets al gezien heb, zet ik er "AL" bij. Na het kijken zet ik een krul. Ik krijg steeds meer symbooltjes. Of ik zet er een naam bij als ik iemand wil attenderen op een programma. Stuur ik even een berichtje. Vaak maak ik ook aantekeningen bovenaan de pagina als ik iets interessants zie op televisie, al kunnen het ook krabbels zijn van een telefoongesprek. Als programma’s op hetzelfde tijdstip omcirkeld zijn, kies ik BBC of België, want NPO kan ik makkelijk terugkijken. De lopende gids ligt gemarkeerd op de bank. Zaterdagavond laat leg ik hem al klaar op de zondag.’

Gilze

Irma van Hezewijk (1951), vertrouwenspersoon onderwijs

‘Sinds ik een nieuwe voordeur heb, kan ik de gids niet meer van de mat pakken, maar moet ik hem uit de buitenbus halen. Er zat geen brievenbus in de nieuwe deur; niet aan gedacht. Ik leg de gids eerst op de trap en als ik naar de wc moet, neem ik hem mee naar boven. Dan begin ik en ik blijf vaak wat langer zitten, want een dag moet wel afgewerkt zijn voor ik hem weer wegleg. Totdat de kijkweek begint, ligt-ie boven en hij gaat op zijn vroegst op vrijdag naar beneden. Ik omcirkel wat ik zeker wil zien en zet extra dikke cirkels als er iets over mijn vakgebied komt. Soms streep ik iets door, omdat ik het al gezien heb. Niet kijken dus en schrappen van de opnamelijst. Komt omdat ik series altijd helemaal opneem en pas daarna ga kijken. Ook als ik rechtstreeks kijk, neem ik op voor het geval er tijdens het kijken iets tussendoor komt, 75 procent kijk ik terug. Hier staat op zaterdag "ZO" en dat betekent dat het programma ook op zondag te zien is. Dat gebruik ik als er die zaterdag te veel is om op te nemen. Een vraagteken bij een serie betekent dat ik de dvd misschien heb. The Late Late Show en The Daily Show op Comedy Central neem ik altijd op, maar markeer ik nooit. Die staan op "alle afleveringen opnemen". De week programmeer ik in drie etappes en meestal ’s avonds laat. Dan zit je meteen bij de goede tijden en hoef je niet zo ver te scrollen. Ziggo heeft nu de neiging om de nieuwe week er soms pas op maandagmorgen op te zetten. Daar ga ik ze nog eens over schrijven.’

Den Bosch

Mevrouw De Vries, ambtenaar

‘Als ik op dinsdag van mijn werk naar huis fiets, verheug ik mij al op de gids. Thuis kijk ik al wel naar het omslag, maar ik laat hem dicht tot na het eten. Ik lees alles, behalve "Yasha". Bij "Dringend Verzoek!!" zet ik soms de naam van een collega als ik het haar ook wil laten zien. Als iets mooi geformuleerd is, komt er een krabbeltje en ook als ik het niets vind. Ik heb er een mening over. Er staat vaak "IK" bij films, boeken of aankondigingen van exposities. Dat betekent: wil ik nog zien. En als de week voorbij is, bewaar ik het artikel. Als er staat "IK NU" komt het artikel in een mapje dat bij de computer ligt en ga ik het onderwerp meteen googelen. Met alleen "IK" komt het in ordners waar eigenlijk nooit iets uit gaat. Sowieso onderstreep ik veel namen en titels om later op te zoeken. Een kruis door een zender betekent: niet aan beginnen. Dat doe ik bij de zenders die ik niet heb, maar die wel op pagina’s staan die ik gebruik. Anders ga je het voor niets lezen. Programma’s die laat beginnen, krijgen een cirkel bij de begintijd en als waarschuwing ook bij de eindtijd. Markering begint met een kruisje, dan een cirkel en als ik het echt heel goed vind, komt er nog een uitroepteken bij. Het versterkt elkaar. Als er veel interessants is op een avond nummer ik het in de juiste kijkvolgorde. Ik kan niet opnemen met mijn kleine teeveetje en Uitzending Gemist gebruik ik niet. Alle zenders zitten door elkaar. NPO 3 op 1, NPO 2 op 25. De zenders staan op de kanalen met de beste ontvangst. Van de paginahoekjes vouw ik vaak tandenstokers. Eerst van de pagina met "Yasha".’s Avonds wil ik geen lege bladzijden, het moet klaarliggen. Voor rust en duidelijkheid.’