Liefste,

, Hugo Blom

Je hebt een week moeten wachten en al weten we allebei dat het niet anders kan dan zo, weet dat ik het niet verkies. Het liefst zou ik je iedere dag schrijven en vertellen hoe mooi het is dat we al zo lang samen zijn, en niet samen zijn, hoe ik me iedere week weer afvraag hoe je leest en wat je dan denkt, wat je voelt, wat je zou willen zeggen. Sta je nu bij de deur, met mij in je hand, of ben je verder gelopen en zit je aan de keukentafel? Misschien heb je wel gewacht met lezen, tot de nacht viel en we eindelijk even samen konden zijn, in stilte, met niets dan aandacht tussen ons in en lig je nu in bed, word je langzaam warm en zie je me bij het laatste licht. Ik hoop altijd dat je voelt dat ik bij je ben en weet hoezeer ik je bemin, hoe ik met jou wakker word en je de hele dag bij me houd, hoe ik je op afstand wil behagen, maar niet te zeer, beducht als ik soms ben voor je kritische blik en je scherpe tong. 

En toch, liefste, zijn ook dat weer precies de dingen die maakten dat ik voor je viel en nog steeds op de grond lig, hunkerend naar een liefdevolle blik, en niets liever wil dan door je opgetild worden, tegen je boezem worden gedrukt, me koesteren in je warmte en je lach, je ogen nog eens over me heen voelen gaan, bij je blijven tot je me niet meer nodig hebt. Lees me liefste, tot het laatste woord.