Honderd jaar sorry

, Elja Looijestijn

Het woord sorry is overal goed voor: als tussenwerpsel, beleefdheidsvorm, gespreksreparatie en soms zelfs als belediging.

FEEST! Het woord ‘sorry’ viert dit jaar zijn honderdste jubileum in het Nederlandse taalgebied. In 1916 stond de eerste vermelding in De Groene Amsterdammer: ‘We zegge “sorry” als we elkaar op de teenen trappen.’
En wat een zegetocht heeft het kleine woordje in die eeuw gemaakt. Nog steeds zeggen we het als we elkaar (per ongeluk of expres) op de tenen trappen, maar sorry is toepasbaar in allerlei gesprekken. Van ‘sorry voor het ongemak’, ‘sorry, mag ik wat vragen’, tot het quasi-verongelijkte ‘sorry dat ik besta’ van Phileine in Ronald Gipharts roman Phileine zegt sorry.  

We kunnen nu niet meer zonder, maar wat zeiden we in Nederland voordat we sorry uit het Engels leenden? We vragen het hoogleraar Historische taalkunde Nicoline van der Sijs. ‘Vanaf circa 1784 zei men excuseer (mij), vanaf ca. 1828 gebruikte men ook verschoning, en vanaf circa 1840 was dat het Franse pardon,’ laat ze weten. ‘Daarnaast, en al langer, gebruikte men uitdrukkingen als het spijt me, vergeef me, en neem me niet kwalijk.’

In de jaren dertig was de invloed van Engeland zowel op Indonesië als op Nederland relatief groot, en een veelgebruikt tussenwerpsel als 'sorry' wordt dan gemakkelijk overgenomen.

Nicoline van der Sijs

tèrrerdetèt

Van der Sijs zocht in de literatuur naar vroege vermeldingen van sorry. ‘In de negentiende en begin twintigste eeuw komt het wel voor in boeken die in Engeland spelen en waar een Engelsman sprekend werd opgevoerd of geciteerd. Een voorbeeld is Zomerleven, een dagboek van Cyriel Buysse, die in juni 1913 over een verblijf in Engeland schrijft: 'Hij had ook opgemerkt dat zij (voornamelijk de dames) enorm veel gewicht hechten aan hun thee. "Did you enjoy your tea?" schijnt een vraag van allerbelangrijkste aangelegenheid te zijn. Ook waren zij ongelooflijk dikwijls "sorry"; en tenslotte was het hem opgevallen dat ze helemaal geen behoefte aan nachtrust schenen te hebben, wijl een van de gewoonste vragen, die voortdurend in de gesprekken voorkwamen, klonk: "where have you been last night?...!"'

In het Engels werd sorry in de betekenis van ‘het spijt me’ ook pas voor het eerst aangetroffen in 1834. Daarvoor zei men voluit I am sorry. Het Engelse woord komt van het Oudengelse sarig, dat ‘bedroefd’ betekent en weer verwant is met het Oudnederlandse zeerig: ‘pijnlijk, vol zweren’. Vanaf 1931 komt het woord sorry voor het eerst regelmatig in Nederlandstalige teksten voor, weet Van der Sijs. Bijvoorbeeld in de in Indonesië spelende roman Rubber (1931) van M.H. Székely-Lulofs ('"Sorry" zei ze en stak hem haar hand toe’), en in Puck van Holten (1931) van Cissy van Marxveldt (‘Sorry. Stoor ik een tèrrerdetèt? [tête-à-tête] Zal ik weggaan?’). ‘Opvallend is dat dit boeken zijn waarin spreektaal wordt gebruikt,’ zegt de taalkundige. ‘Kennelijk gold sorry toen als spreektaal, en ik vermoed ook als modetaal. In die periode was de invloed van Engeland zowel op Indonesië als op Nederland relatief groot, en een veelgebruikt tussenwerpsel als sorry wordt dan gemakkelijk overgenomen. Met name aan het eind van de Tweede Wereldoorlog en daarna, toen hier veel Engelsen en Amerikanen waren en de invloed vanuit Amerika op de Nederlandse samenleving steeds groter werd, nam het gebruik van het woord sorry in Nederlandse context heel snel enorm toe.’

ritueel sorry

Niet geheel terecht wordt het gebruik van sorry vaak gelijk gesteld aan het aanbieden van verontschuldigingen. Maar het woord wordt op nog veel meer manieren gebruikt: om iemand te onderbreken, om aandacht of verduidelijking te vragen en ook om irritatie of verbazing te laten blijken. ‘De kleinste dingen zijn vaak het interessantst,’ zegt taalwetenschapper Mark Dingemanse, onderzoeker aan het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. ‘We gebruiken sorry bijvoorbeeld best vaak als we de ander doelbewust afvallen of in de rede vallen: je bent je dan bewust dat je een sociaal gevoelig moment creëert en daar zeg je ritueel sorry voor. Om vervolgens natuurlijk wel gewoon je punt te maken: “Sorry, maar daar klopt dus helemaal niets van.” Sorry is in zulke gevallen een beleefd doekje voor het bloeden.’

Dingemanse deed recentelijk onderzoek naar manieren waarop sprekers een situatie oplossen waarin ze elkaar niet begrijpen. ‘We leren dat we beleefd moeten zijn als we de ander niet verstaan, wat we gespreksreparatie noemen. Thuis en op school wordt ons verteld dat we geen “Hè?” moeten zeggen maar “Wat zegt u?” of “Sorry?”. Grappig genoeg doen we dat echter bijna nooit in informele gesprekken. “Hè?” is veel efficiënter en makkelijker, dus dat wordt enorm veel gebruikt. In een studie van het Nederlands vond ik maar één keer “Sorry?” in de zin van “Wat zei je?”, in een collectie van meer dan 200 misverstanden.

sorry

tussenwerpsel

Uitspraak:   [ˈsɔri

<je zegt dit als je je verontschuldigt>
neem me niet kwalijk

Voorbeeld:   `Ik merk dat ik op uw tenen getrapt heb. Sorry.`  
Synoniem:   pardon

#sorrynotsorry

Toch wordt er vaak geklaagd over overmatig gesorry. Vrouwen zouden te veel sorry zeggen, en ook politici maken zich er te vaak met een ‘sorry’ vanaf terwijl ze niet echt spijt hebben. Voor die tendens muntte Jan Marijnnissen in 1997 de term ‘sorry- democratie’. Ook bedrijven die de fout in gaan, zeggen steeds meer sorry, blijkt uit onderzoek. Maar dat is vooral als reactie op boze burgers die via sociale media hun ongenoegen uiten. Op diezelfde sociale media is de hashtag #sorrynotsorry populair. Die gebruik je bij een actie waar je misschien sorry voor zou kunnen zeggen, maar wat je (‘lekker puh’) toch niet doet. Ik hoef me hier niet voor te verontschuldigen, is dan de boodschap.

Te veel sorry’s kunnen irritatie opwekken, maar dat is niet nodig als je op een andere manier naar het woordje kijkt: als sociale smeerolie in plaats van welgemeende excuses. Zo wordt het woord in het Engels ook veel meer gebruikt. De Brit zegt minstens acht keer per dag sorry, ook bij zaken waar hij niets aan kan doen, zoals slecht weer of iemand die tegen hem op botst.

Alison Wood Brooks van Harvard Business School deed onderzoek naar het gebruik van sorry. Haar medewerkers spraken mensen aan op een station en vroegen of ze hun telefoon mochten lenen. Dat mocht slechts negen procent van de keren. Maar als ze het gesprek begonnen met: ‘Sorry about the rain’, waren vreemden 47 procent van de tijd wel bereid hun telefoon af te staan. Het woordje sorry kan vertrouwen opwekken, was haar conclusie. En aangezien we daar in 2017 allemaal nog wel wat van kunnen gebruiken, blijft sorry ook in de toekomst ferm aanwezig in ons taalgebruik.