Wereldwijd nemen natuurbranden toe. Afgelopen zomer moesten vakantiegangers in Zuid-Europa vluchten voor de vlammen. Zo maakte vuur een gebied in Australië drie keer zo groot als Nederland met de grond gelijk.

Metropolis reist de wereld over op zoek naar de vrijwilligers die deze vuren trotseren. Van een vader en zoon in Estland, een brandweerchef in Peru en een zwarte brandweervrouw in Zuid-Afrika. Wie zijn deze helden, die niet wegvluchten van de verwoestende vlammen maar juist op ze afrennen?

Als je aan kinderen vraagt ‘wat wil je later worden?’ komt er regelmatig ‘brandweerman’ uit. En dat is fijn, want in Nederland zijn we redelijk afhankelijk van de vrijwillige brandweer, de ‘part-time heroes’.

Zo’n tachtig procent van alle brandweer in Nederland is namelijk vrijwillig en doet dit naast nog hun primaire baan. In de provincie Zeeland doet zelfs honderd procent van de brandweer het in hun eigen tijd. Op dunbevolkte plekken is het soms lastig voor de brandweer om er snel te komen. Vorig jaar in ons eigen Brabant waren 2500 brandweermensen nodig op de Peel om de brand te blussen. Gelukkig zijn er mensen die ons kunnen redden.

Zoon Kaimo en vader Mati voor een van de trucks.

We starten onze reis met Metropolis-correspondent Sasha in Tsooru, een klein dorp in het zuidoosten van Estland. Bewoners van een dunbevolkt land als Estland (1,3 miljoen inwoners) zijn vaak op zichzelf aangewezen als er brand is.

Mati Koch en zijn zoon Kaimo hebben een kazerne aan huis die opa Koch in 1946 al in gebruik had. Het materieel dat zij gebruiken stamt dan ook nog uit de Sovjet-tijd. Destijds waren dertien brandweerwagens beschikbaar voor de vrijwillige brandweer in heel Estland en een daarvan belandde in Tsooru. Maar geen probleem, vindt vader Mati: 'De Westerse wagens van de officiële brigades kunnen dit ruwe terrein niet aan.'

Opa Koch in 1946 bij de eerste vrijwillige brandweer in Tsooru.

Ze worden niet vaak ingezet maar hebben warme herinneringen aan zomermaanden waar ze onmisbaar waren: 'Wanneer vijf of tien hectaren in de fik staat, duurt het dagen om het vuur te blussen.' Vrije dagen kennen de Koch-mannen niet. Ze staan 24/7 paraat en dat valt soms zwaar: 'Je kunt dit werk niet doen als je niet toegewijd bent.' Je moet er wat voor over hebben om je land en landgenoten te beschermen tegen het vuur. Zo heeft Mati al sinds 1971 geen biertje aangeraakt.

Slee in de natuur van Stellenbosch.

We zetten onze reis voort  met Metropolis-correspondent Jason naar Kaapstad, Zuid-Afrika waar we Slee vinden. Toen zij bij het vrijwillige brandweerkorps van Kaapstad ging, was ze de eerste zwarte vrouw daar. Als ze niet aan het werk is bij de universiteit van Kaapstad, dan is ze met de vrijwillige bosbrandbrigade bezig met trainen om natuurbranden te bestrijden, wat zwaar werk is. 'Je moet fysiek, maar ook mentaal sterk zijn. Na uren lopen naar een brand moet je nog beginnen met blussen.'

Slee aangekomen bij de brandweeroefening in de buurt van Stellenbosch.

Vroeger voelde Slee zich een buitenbeentje als dun, zwart meisje dat achter kippen aanrende met de jongens uit haar township. Na de brandweer op het nieuws te hebben gezien tijdens een grote natuurbrand in 2016 – waarbij in enkele dagen 2.800 hectare in de West-Kaap was afgebrand – was ze diep onder de indruk. En wist ze dat ze bij de brandweer betrokken wilde zijn.

Eenmaal deel van de ‘gele familie’ voelde Slee zich meteen thuis. 'Vuur is de grote gelijkmaker, het maakt bij het blussen niet uit of je zwart of wit bent, man of vrouw. Ik zou willen dat dat voor heel Zuid-Afrika zou gelden.’

Het feit dat we allemaal gelijk zijn tegenover een brand, zorgt heel snel voor een gevoel van gelijkheid.

Josué als trainer voor zijn brigade.

Onze laatste stop is in de Peruaanse stad Chiclayo, waar Metropolis-correspondent Jeronimo ons meeneemt naar Josué. Op zijn zestiende zag hij een gebouw in brand staan en redde een oude bewusteloze man. 'Als ik hem niet had gered, dan was hij verbrand.' Op dat moment wist hij: dit is mijn roeping. 'Het redden van mensen zit  in mijn bloed.' 

Net als Slee in Zuid-Afrika begrijpt Josué dat het vak mentaal en fysiek zwaar is. Daarom heeft hij elke zondag een goede training met zijn brigade, zodat zij in tip-topconditie blijven. Een noodgeval kan immers elk moment toeslaan. En hij zorgt ook voor een gevulde maag, want behalve brandweerman, is Josue ook een enthousiast kok. Op zijn YouTube-kanaal ‘De kokende brandweerman’ deelt hij zijn beste recepten.

Josue maakt een maaltje voor zijn brigade

Een applaus voor deze dappere vuur bestrijders. Zou jij je biertje permanent laten staan om je medemens te redden? Laat het ons weten op Facebook!