steun vpro

van de wereld

Drie hoogbejaarde slotzusters vertellen over hun bestaan binnen én buiten de kloostermuren.

Zondag 21-5-2017 OVT Radio 1, 11.25-12.15 uur

Zr. Leonarda, 90 jaar

Het kloosterbestaan lijkt een aflopende zaak, althans in Nederland, waar sinds de jaren zestig het aantal religieuzen dat in afzondering een leven van contemplatie en gebed leidt gestaag is gedaald. Wie vroeger intrad moest heel wat opgeven, soms was elk contact met de buitenwereld verboden. De pauselijke publicatie Sponsa Christi uit 1950 over het instituut van de slotzusters was voor Gerard Leenders aanleiding om zich te verdiepen in nonnen die onder een slot of clausuur hebben geleefd, dat wil zeggen: in een afgesloten deel van een klooster, letterlijk achter tralies, nooit naar buiten en nooit meer je familie zien. Voor de OVT-Het spoor terug-aflevering ‘Voor God alleen’ sprak Leenders met drie hoogbejaarde zusters over hun leven: zuster Leonarda van Leeuwen (90) van de orde der Clarissen, die in 1950 intrad, zuster Maria Smelter, 91 jaar, ook van de Clarissen en ingetreden in mei 1945, en zuster Emmanuel Cosse, 89 jaar, een Benedictines van de Altijddurende Aanbidding van het Heilig Sacrament. Ook Marga Arendsen, directrice van Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven komt aan het woord. Zij schreef de studie Monialen, zoals de slotzusters of koorzusters na de jaren vijftig worden genoemd.

Zr. Maria, 91 jaar

Zuster Emmanuel vertelt dat toen zij wilde intreden haar ontstemde vader, een politieman, opmerkte dat ze bij hem in de cel ook achter tralies kon zitten. Zuster Maria, die al op haar vijftiende het slotklooster in wilde, kreeg van een Franciscaan in haar parochie het advies om plezier te hebben en een werelds bestaan te leiden. Dat deed ze, maar daarna trad ze toch in. Zuster Leonarda ten slotte was onderwijzeres, maar voelde naar eigen zeggen ‘honger naar God’. ‘Heb ik je daarvoor laten studeren,’ zei haar vader. Ze koos ervoor om de mensheid bij te staan door gebed en meditatie.

 

 

 

Overigens zat een aankomende kloosterlinge er niet aan vast; na tweeënhalf jaar postulaat, noviciaat en tijdelijke professie kon alsnog het besluit vallen het klooster te verlaten. Na het decreet Perfectae Caritatis van het Tweede Vaticaans Concilie ging ook de kloosterpoort open en mochten de zusters naast hun gebed dienstbaar worden aan de buitenwereld.

Tekst: Maarten van bracht