van breiprinter tot werk-uniform: vijf oplossingen voor fast fashion

De kledingindustrie is enorm vervuilend. Dat moet anders. Dat kan ook anders. De denkers en doeners in dit artikel ontwikkelden verschillende methoden om fast fashion tot staan te brengen.

Eva Idenburg, 24 oktober 2023

laten we bij het begin beginnen

Dit is ‘Top van Polyester’, je koopt ’m bij een zekere Zweedse modeketen. Voor maar 12,99 is-ie van jou. Kun je ’m niet voor laten liggen. Of toch?
De top heeft al heel wat meegemaakt voor hij bij jou terechtkomt. Voor z’n totstandkoming heeft-ie een akelige toeleveringsketen vol vervuiling en uitbuiting doorstaan. Z’n bakermat? Stockholm. Daar werd-ie ontworpen, en werden materiaal (polyester dus), grootte van oplage (zo’n 30 procent meer dan ooit verkocht gaat worden) en prijs (zo goedkoop mogelijk) bepaald.
De top wordt vervolgens geproduceerd in China; onder barre werkomstandigheden en met een torenhoge CO2-uitstoot als gevolg. Vervolgens wordt Top van Polyester met alle andere topjes, broeken en sandalen naar Europa verscheept. Voor je er erg in hebt ligt het kledingstuk bij jou in huis, waar hij met je andere synthetische kleding zoveel microplastics gaat afscheiden dat-ie voor een derde van al je huisstof verantwoordelijk is. Een deel van Top van Polyester belandt zodoende in je longen, een ander deel belandt kapot in de vuilnisbak of op een gedoneerde kledinghoop in Ghana of Chili. 

Voorgestelde oplossingen lijken beperkt tot de consument, en niet het systeem

Bij elke stap van de productieketen van fast fashion voeren uitbuiting, vervuiling en overconsumptie de boventoon, hoe hard modeketens ook roepen duurzaam en eerlijk te zijn. Toch lijken de voorgestelde oplossingen vaak beperkt tot de consument, in plaats van het systeem. Dat kan vast anders. Met experts, ontwerpers en burgerinitiatieven analyseerden we de toeleveringsketen van fast fashion.

We vonden vijf hoopvolle potentiële oplossingen, van ontwerp tot aan gebruik.

Fast fashion is een term die wordt gebruikt voor veel verschillende problemen in de mode-industrie. Doordat iedereen er iets anders mee bedoelt, is de definitie van de term vertroebeld. In dit artikel gaan we uit van de meest gangbare (en brede) definitie van fast fashion, namelijk als grootschalig fenomeen: fast fashion is de kledingindustrie die producten op grote schaal voor goedkope prijzen ontwerpt en op een niet-duurzame manier produceert. Daaronder vallen bedrijven zoals H&M en Inditex, die in enorme oplagen per kledingstuk produceren, maar ook zoals Shein, die minder grote oplagen per artikel maken, maar een eindeloos aanbod aan verschillende kleding hebben.

ontwerp & productie

1. de toekomst van tradities

De toeleveringsketen van een kledingstuk start bij het ontwerp. Daar worden de meeste belangrijke beslissingen genomen over bijvoorbeeld het materiaal, de kwaliteit en oplage. Hier is dan ook veel ruimte voor future-proof ontwikkeling, denkt José Teunissen, opleidingsmanager bij Amsterdam Fashion Institute (AMFI): ‘Juist ontwerpers zouden moeten ontdekken hoe we mode opnieuw kunnen definiëren.’ Er wordt dan ook al volop onderzocht hoe de kledingindustrie anders ingericht zou kunnen worden, ook door Teunissen. 

Zo pleit José voor een andere blik op kleding voor ontwerpers en consumenten, waarbij we veel van Nederlandse mode van vroeger kunnen leren. In Nederland werd bijvoorbeeld niet geknipt in textiel voor kleding. In plaats daarvan werd het textiel gedrapeerd, zoals nu nog veel in India gebeurt. Daardoor gaat de stof langer mee en kun je je lievelingsrok ook tot jurk of broek omtoveren. De waarde van een kledingstuk lag in de kwaliteit van de stof, en in mooie stoffen wilde je liever niet knippen. 

‘Het was wel zo dat stoffen teruggevouwen werden of vastgezet, maar er werd niet in geknipt, zodat je de stof gemakkelijk weer kon hergebruiken.’ Deze benadering kan door ontwerpers goed in een modern jasje gestoken worden. Troy Nachtigall, ontwerper en onderzoeker van de thema’s technologie, mode en duurzaamheid bij de HvA en AMFI, haalde inspiratie uit het monomaterieel werken, bijvoorbeeld voor de schoenen die hij ontwierp voor de Prinsjesdag-outfit van Jet Bussemaker: ‘Iets volledig uit één materiaal maken, zorgt ervoor dat het buitengewoon recyclebaar is, er is namelijk niks om uit elkaar te halen.’

'Juist ontwerpers zouden moeten ontdekken hoe we mode opnieuw kunnen definiëren.'

Wie dacht dat inspiratie voor duurzame innovatie niet uit Urk of Volendam zou kunnen komen, gebaseerd op de traditionele Nederlandse dracht, heeft het mis. Nachtigall dook met zijn collega’s en studenten in de wereld van de oude Nederlandse visserstruien, te weten dat visserijgemeenschappen vroeger elk hun eigen trui met eigen typerend motief droegen. Nachtigall en zijn collega’s besloten aan die persoonlijke visserstrui een moderne en duurzame draai te geven. Om te beginnen zijn alle truien 3D-gebreid. Anders dan een normale breimachine of je eigen handwerk komt de trui na een paar uur non-stop breien helemaal afgewerkt de printer uitrollen. Het project maakt gebruik van een 3D-lichaamsscan, zodat de maat en vorm van de trui volledig op het lichaam van de drager zijn afgestemd. Voor het ontwikkelen van de patronen worden AI-algoritmes gebruikt. 

Nachtigall ziet in zijn breiprinter een serieuze oplossing voor fast fashion: ‘Niet alleen kunnen we zo dichtbij huis produceren zonder restmaterialen en de hoge kosten van eerlijke handarbeid, ook denken we dat zo’n hyperpersoonlijke trui extra waarde heeft voor de drager, waardoor-ie dus beter wordt onderhouden en langer meegaat.’

beleid

2. Nederland arbeidsbelastingsparadijs

Ook kleding die (nog) niet uit de printer rolt, zou idealiter in Nederland moeten worden geproduceerd. Daar zijn ontwerpers, producenten en mode-experts met oog voor duurzaamheid en mensenrechten het wel over eens. Gegarandeerd betere arbeidsomstandigheden, een zo kort mogelijke toeleveringsketen en beter zicht op vervuiling. Een nieuw idee is het niet om kleding weer in eigen land te produceren, maar vanwege de veel hogere kosten, lastig te realiseren. Dat hoeft niet zo te blijven. Journalist Emy Demkes schreef voor De Correspondent over een nieuw economisch systeem dat de prijs van een Nederlands kledingstuk fors verlaagt. Het idee is simpel, en leidt tot meer dan alleen verlaagde productiekosten.

'We kunnen een omgekeerde situatie bewerkstellingen als we de belastingen omkeren.'

Demkes’ voorstel is een vanuit de overheid georganiseerde verschuiving van belastingen, die arbeid goedkoper, en vervuiling duurder maakt. In 2019 kwam ongeveer de helft van de totale belastinginkomsten uit arbeidsbelasting, tegenover een schamele 8,6 procent uit vervuilingsbelastingen zoals een CO2-taks. Deze belastingverdeling zorgt ervoor dat werkgevers hun arbeid zo veel mogelijk naar lagelonenlanden verplaatsen, niet inzetten op reparatie- en onderhoudsdiensten en de voorkeur geven aan massaproductie. 

We kunnen een omgekeerde situatie bewerkstelligen als we de belastingen omkeren, stelt Demkes. Het zou dan aantrekkelijker en voordeliger zijn voor bedrijven om dichtbij huis en duurzaam te produceren, en in te zetten op kleding die lang meegaat en gerepareerd kan worden. Volgens onderzoek van denktank Ex’Tax zou zo’n belastingverschuiving leiden tot minder uitstoot maar meer economische groei. Een paar jaar na invoering zou in Nederland het BBP 2,4 procent hoger liggen, de werkgelegenheid 2,6 procent en CO2-emissies juist zes procent lager.

marketing

3. weg met reclame?

We weten best dat fast fashion schadelijk is voor de wereld, fabrieksmedewerkers en, uiteindelijk, onszelf. Maar wanneer je immer wordt overladen met trends, ‘hauls’ en advertenties, zie je door de vrolijke campagnebeelden het probleem misschien niet meer. Moeten we niet gewoon stoppen met het aanprijzen van producten van een van de meest vervuilende industrieën ter wereld? 

'fossiele reclame en sponsoring zorgen voor extra uitstoot'

Een fast fashion reclameverbod zou overconsumptie aan banden kunnen leggen, bepleit ook het burgerinitiatief ‘Reclame Fossielvrij’. Zij gebruiken het verbod op tabaksreclame als lichtend voorbeeld voor alle fossiele industrieën. ‘In een klimaatcrisis is het onverantwoord keuzes te stimuleren die het terugdringen van de CO2-uitstoot tegenwerken,’ aldus Mark Ooijevaar, wedstrijdschaatser en ambassadeur van Reclame Fossielvrij. ‘Fossiele reclame en sponsoring zorgen voor extra uitstoot.’ En dat klopt. Volgens onderzoek door grote adverteerders uit het Verenigd Koninkrijk ontstaat een vijfde van de CO2-uitstoot in het land door overconsumptie van spullen die worden gekocht dankzij de reclame die ervoor gemaakt wordt. Met een reclameverbod valt nog een wereld te winnen dus.

Een aantal steden in de EU is al overtuigd. Tien metropolen, waaronder Parijs en Dublin, ondertekenden in mei de ‘Slow Fashion Declaration’, waarmee onder andere reclame voor fast fashion wordt verboden. Troy Nachtigall kijkt nog een stap verder. Want ook zonder reclame zullen fast fashion winkels blijven bestaan. En in die winkels, of eigenlijk alle kledingwinkels, moet volledige transparantie de norm worden. ‘Er is nu geen enkele transparantie in de kledingindustrie,’ vertelt Troy. ‘Ik wil een productpaspoort, dat in tegenstelling tot het label in je kleding precies vertelt wat het is en wie het heeft gemaakt in welke omstandigheden. Er wordt gezegd dat dit te moeilijk is, maar ik denk: als ze voor elke film aftiteling kunnen maken, dan kan zo’n verantwoording ook voor elk kledingstuk.’

gebruik

4. het uniform

Heel Nederland in een uniform, het is misschien moeilijk voor te stellen. Maar wat nou als dat de realiteit zou worden? Een uniform, voor op werk of school, zou weleens een oplossing kunnen zijn voor overconsumptie. Opeens heb je voor werkdagen maar een paar tijdloze outfits nodig. Duurzaam, en misschien ook wel het begin van een nieuwe wellnessbeweging: hoe zen zou het zijn om ’s ochtends niet langer na te hoeven denken over je outfit en in plaats daarvan in een uniform te stappen. 

Nu denk je wellicht: ik ga niet met collega Ralf van HR als een soort ANWB-koppel uit de DDR over de werkvloer flaneren. Maar een uniform maakt van Nederland nog geen communistische heilstaat. Het klinkt tegenstrijdig, maar als we nou ’ns allemaal een persoonlijk uniform zouden hebben? Gebaseerd op de persoonlijke stijl van de drager, bestaande uit duurzaam geproduceerde items van goede kwaliteit die een leven lang mee kunnen. Er hoeft minder kleding gekocht te worden, dus kun je meer investeren in de kleding die je wel koopt. Het gevolg is misschien wel een compleet ander perspectief op kledinggebruik: het is belangrijk om kleding te hebben die lang mee kan; of iets ‘in de mode is’ doet er minder toe. Zo consumeren we niet alleen minder, maar ook beter. 

Troy Nachtigall ziet dit helemaal voor zich. ‘We ontwikkelen een AI die op basis van het Instagram-account van iemand, eerder gedragen outfits en lichaamsvorm aanbevelingen doet over kleding die het best past, en waar die kleding wordt verkocht.'

'We ontwikkelen een AI die op basis van iemand's Instagram en eerdere outfits aanbevelingen kan doen voor een persoonlijk uniform.'

Troy Nachtigall ziet dit helemaal voor zich. ‘We ontwikkelen een AI die op basis van het Instagram-account van iemand, eerder gedragen outfits en lichaamsvorm aanbevelingen doet over kleding die het best past, en waar die kleding wordt verkocht.’

en dan?

5. terug naar het begin

En dan? Als we eenmaal onze hyperpersoonlijke truien dragen, kleding in Nederland voor een goede prijs gemaakt kan worden, we niet meer worden verleid door schreeuwende billboards en aanstellerige influencers… Als we doordeweeks gewoon een uniform aantrekken en daardoor veel minder kopen… Dan zullen er nog flink wat kledingstukken blijven hangen in de winkel en zullen we nog steeds kleding wegdoen. Wat gebeurt er dan met die kleding, hoe zorgen we dat ze niet in een woestijn in Chili belanden, of aan de kust van Ghana? 

‘Gewoon terugsturen naar het bedrijf,’ vindt José Teunissen. Wel met wetgeving die het bedrijf verplicht er iets anders mee te doen dan ‘doneren’ aan landen die er niks aan hebben. Zo’n kledingbedrijf zal circulariteit dan sneller serieus nemen. Neem sneakermerken, die hun schoenen nu van veel verschillende materialen maken, vaak aan elkaar gelijmd, waardoor recyclen lastig is. Wanneer zij hun schoenen zelf moeten gaan recyclen, worden ze gedwongen anders over het ontwerp en materiaalgebruik na te denken, zo bemerkte ook materiaalontwerper Tjeerd Veenhoven tijdens de Tegenlicht x Dutch Design Week liveshow. Verre toekomstmuziek? De EU heeft de ambitie om in 2030 zo goed als circulair te zijn, en dat betekent dat niet verkochte en afgedragen kleding dan de verantwoordelijkheid van de producent is, en niet zomaar in de woestijn gedropt mag worden. 

Net zoals met flessen en blikjes, kun je ook kleding voor statiegeld inleveren.

Een circulaire voorloper is Nederlands modemerk New Optimist. Het duurzame kledingmerk heeft als eerste in Nederland een statiegeldsysteem ingevoerd, zodat je, net zoals met je flessen en blikjes, nu ook je kleding kan terugbrengen na gebruik. Daarna wordt het kledingstuk tweedehands verkocht of gerecycled. Het wordt zo duidelijk dat een kledingstuk, en het materiaal waarvan het is gemaakt, waarde heeft en bedoeld is om zo lang mogelijk mee te gaan. Met statiegeld op kleding als nieuwe norm zouden ontwerpers, producenten en bedrijven aangemoedigd worden om te investeren in hoogwaardige, herbruikbare grondstoffen, terwijl consumenten voorgoed vaarwel zeggen tegen de wereld van Top van Polyester.