reusachtig falen en weer door

, Bram Vermeulen

Een couveuse voor onvoldragen ideeën is The Centre for the Less Good Idea in Johannesburg. William Kentridge gedijt er als nergens anders. ‘Deze disfunctionele stad weerspiegelt de wereld zoals hij werkelijk is.’

Johannesburg. Iedere keer weer de twijfel over dat begin. Backspace. Delete. In het hoofd klonk het beter. Nog een keer. Backspace. De eerste woorden van de reportage zijn als de eerste stappen op een koud podium. Als de eerste vegen van de verfkwast op een maagdelijk wit doek. Ze zijn zelden precies zoals ze bedacht waren, dat briljante idee, dat midden-in-de-nachtmoment van eureka.

Dan: paniek over de aanstaande mislukking. In slapeloosheid eindigende zelfkritiek. ‘Dat je om vier uur in de nacht wakker wordt en denkt: was ik er maar nooit aan begonnen. Wat dan zeker niet helpt is de geruststelling dat het de vorige keer dat je aan een project begon, precies zo was.’ Aan het woord is William Kentridge, de meest gevierde beeldend kunstenaar die Zuid-Afrika ooit heeft gekend.

Om hem heen liggen de attributen die hij gebruikte in zijn animatiefilms en etsen, het gereedschap voor zijn internationale faam. Een studio van wensen en gedachtenkronkels. Kun je van Singernaaimachines operazangeressen maken? Kun je het hoofd van Trotski inwisselen voor een megafoon? Hij twijfelde, maar deed het toch. Hij geeft toe: de angst van de schepper bij aanvang van elk project, die speelt hem ook na 63 jaar en wereldwijd succes nog altijd parten.

Kun je van Singernaaimachines operazangeressen maken? Kun je het hoofd van Trotski inwisselen voor een megafoon?

In The  Centre for the Less Good Idea is er plaats voor die imperfectie. Twijfelen mag hier, uitproberen is veilig. Hij wandelt over een vloer bezaaid met knipsels voor een project dat binnenkort op een internationale biënnale te zien moet zijn. Plotseling staat hij stil. Hij steekt zijn hoofd in een reusachtige megafoon. Aandachtig luistert hij naar de muziek die door de speaker speelt. Zijn spierwitte wenkbrauwen deinen op en neer, bij wijze van voorzichtige goedkeuring. Hij loopt weer door.

‘Het less good idea is niet per se een slecht idee,’ legt kunstenares Bronwyn Lace uit, terwijl ze Kentridge gadeslaat in zijn zoektocht door de studio. ‘Het is het secundaire idee. Het goede idee is de gedachte die je aan het werk zette. Het minder goede idee is wat daarna ontstaat, in gesprek met anderen. Het is rigoureuzer. Het heeft kwaliteiten die niet voorzien waren. Een idee dat is getest door de wereld om je heen.’

William Kentridge

Paardenhoofd

The Centre for the less good idea is een veilige haven voor fouten. Een couveuse waar kunstenaars hun onvolmaakte ideeën kunnen uittesten in vier verschillende studioruimtes en laten keuren door gelijkgezinden. Er klinkt vioolmuziek en een schreeuw. Een jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaar loopt rond met een reusachtig paardenhoofd, gemaakt van papier-maché. Een ander speelt met het tuigje, dat nog ergens aan vast gemaakt moet worden.

Het centrum ligt in het hart van Johannesburg, zelf een reusachtig monument van falen en wederopstanding. De hoek van Fox Street en Main ligt in de schaduw van een fly-over die het verkeer over de meest verpauperde delen van de stad voert. Hier vluchtte big business na de val van apartheid een kwart eeuw geleden vandaan. De achterblijvende gebouwen werden betrokken door drugsbendes, daklozen en nieuwkomers in deze stad.

De daklozen zijn er nog steeds. Ze zijn druk in de weer met winkelwagens vol huisvuil, precies op de stoep van Arts on Main, een verzameling hippe restaurants en galerieën in een wijk die werd herdoopt tot Maboneng, ‘plek van licht’. Kentridge betrok in 2009 als een van de eerste huurders hier zijn studio. Als ode aan de grillen van Johannesburg, de stad die hij ook na zijn wereldwijde succes nooit verliet. ‘Johannesburg leert ons hoe de wereld in elkaar steekt. Het is een modelstad,’ zegt hij. ‘Dit is niet zoals een goede stad zou moeten opereren, maar een disfunctionele stad, hij weerspiegelt de wereld zoals hij werkelijk is. Deze stad gumt zichzelf voortdurend uit. Zoals de mijnen die fysiek worden weggegraven, en de vormen van de stad steeds weer veranderen.’ Als een bevestiging van dit statement komt in dezelfde week nog het nieuws dat zijn verhuurder bankroet is en dat heel Maboneng naar de veiling moet.

De rondweg boven Maboneng is de periferie die Kentridge zo aantrekt aan deze plek. Zuid-Afrika ligt in de periferie van de koloniale grootmachten die de geschiedenis van dit land vormgaven, de Nederlanden, Groot-Brittannië. Die periferie heeft de rijke geïndustrialiseerde wereld iets te vertellen, denkt hij. ‘Die tijd is nu aangebroken. De problemen die nu Europa raken, daarmee leeft Zuid-Afrika al decennia. Hoe maak je een samenleving tussen mensen wiens grootouders er al woonden en mensen die nu pas aankomen. Hier gebeurt het. Het Johannesburg van nu is totaal veranderd ten opzichte van twintig jaar geleden. Er wonen nu Nigerianen, Zimbabwanen. Het is zo inspirerend.’

Druppel zweet

Center for the Less Good Idea

Center for the Less Good Idea

Luidsprekers schallen, alsof er reusachtige pingpongballen door de studio worden geschoten. Bij ieder schot trekt danser Phumlani Mndebele al zijn spieren samen. Een druppel zweet rolt over zijn neus en valt op de planken van het podium uiteen. ‘Het thema is dorst. Als je naar water snakt, maar niet meer dan een druppel kunt krijgen. Dit is de spanning die naar dat moment voert van die ene druppel,’ zegt regisseur David April. Een goed of slecht idee? Hij lacht. ‘Het mooie van deze plek is dat je zo creatief mag zijn als je durft. Zonder oordeel of veroordeling. Of je nu een danser bent, een theatermaker of een filmmaker. We werken samen. Het gaat er om dat al die disciplines hier samenkomen en elkaar ontmoeten.’

In de studio daarnaast staat Fatima Moosa met een grote zwarte bril op haar gezicht. Ze heeft twee joysticks in haar rand. Een computerscherm achter haar rug laat zien wat ze ziet met haar 3D-bril. Een pendule tekent ovalen op het scherm. Een ode aan de zwaartekracht en het zonnestelsel noemt ze het, die gezochte verschillen tussen huidskleuren en religies betrekkelijk maakt. Een goed idee?

‘Deze plek staat open voor ideeën, of ze nu goed of slecht zijn. Het is een open ruimte waar ideeën bij elkaar komen. Je wordt niet beperkt door van tevoren bedachte ideeën. Dit proces is onvoorspelbaar. Er is geen zekerheid.’

Voor de architect van deze ideeën lag de eenvoud van dit uitprobeerconcept in een gezegde uit Botswana: ‘Als je geen goede dokter kunt vinden, zoek een iets minder goede dokter.’ Kentridge grinnikt. Hij waarschuwt: ‘Dit is geen centrum voor slechte ideeën. Het is het idee waartoe je komt als je het ideaal probeert te bereiken. Als het grande idéeniet werkt, wijk uit naar de periferie.’

Tijdens zijn Sigmund Freud Lezing in Wenen in 2017 liet hij in een videoprojectie zien hoe de maker William Kentridge voortdurend in gevecht is met de arbiter William Kentridge, die over de schouder van de maker meekijkt, becommentarieert en afkeurt. De Duitsers hebben een mooi woord voor de plek waarin die dialoog plaatsvindt: Tummelplatz. Een speelterrein. De studio als weerspiegeling van je hoofd. In studio 3 is de Argentijnse actrice Maricel Alvarez net klaar met een voorstelling die ze maakte in coproductie met de Zuid-Afrikaanse componist Phillip Miller. A Notice of Loss. Er klinkt applaus en er wordt wat nagepraat. De voorstelling was zeer geslaagd, klinkt uit het publiek. Alvarez komt opgelucht naar buiten. De voorstelling was misschien niet wat ze van tevoren had bedacht, maar dit is prachtig.