Elf Nederlandse experts buigen zich in een rapport over de toekomst van mobiliteit. Hoe gaan we ons in de toekomst verplaatsen en wat is daarvoor nodig? VPRO Tegenlicht selecteerde zeven belangrijke inzichten.

Hoe willen we ons in de toekomst verplaatsen? Als we een duurzaam mobiliteitssysteem willen ontwikkelen, is het belangrijk om stil te staan bij onze wensen en de bijbehorende mogelijkheden.

In een rapport geven elf Nederlandse experts, van onder andere ANWB, 9292 en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, hun visie op de toekomst van mobiliteit. Het rapport is geen exacte wetenschap, zo zeggen de makers zelf, maar moet dienen als bron van inspiratie. VPRO Tegenlicht licht zeven belangrijke inzichten voor je uit.

1. Mobiliteit als dienst

Misschien wel het meest dominante en overkoepelende idee in het rapport is dat van multimodaal reizen. Als je multimodaal reist, gebruik je op een reis meerdere vervoerstypes. Welk vervoersmiddel je kiest, hangt af van wat op dat moment bij jouw situatie past. Het doel van je reis, met wie je reist, waar je heen gaat, de weersomstandigheden - al deze factoren beïnvloeden hoe jij het liefst wil reizen. ‘Niemand kan de toekomst voorspellen, maar mensen [...] willen gewoon goed vervoerd worden op de wijze die bij hun past en hechten steeds minder waarde aan het bezit van een eigen auto of fiets,’ vertelt Eric Mink van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De focus verschuift van product naar dienst. 

2. Van bezit naar gebruik

Het idee van mobiliteit als dienst komt op meerdere manieren tot uiting, waaronder in de overtuiging dat de populariteit van deelvervoer drastisch zal toenemen. Tarik Fawzi, ceo van deelvervoeraanbieder Hely, signaleert al een tijd een verschuiving van bezit naar gebruik. Volgens haar is de verminderende ruimte in steden de ideale springplank voor deelvervoer en is elke wijk in de toekomst uitgerust met een hub voor verschillende deelvoertuigen. 

 

 

 

 

3. Toenemende samenwerking

Het idee van mobiliteit als dienst wordt door samenwerking tussen verschillende mobiliteitsorganisaties steeds belangrijker. ‘Je ziet nu al dat organisaties elkaar opzoeken omdat ze weten dat ze slechts een schakel in de keten zijn,’ vertelt Joost van der Made van de NS. Er zijn nu al applicaties waar de diensten van meerdere vervoerders bij elkaar komen. Maar experts zien het liefst één centraal platform waar reizigers hun de reis naar wens kunnen plannen, boeken en betalen; de ultieme MaaS(Mobility as a Service)-applicatie. Om dat voor elkaar te krijgen moeten partijen op dezelfde manier data delen, ‘zodat alle initiatieven op locatie bij elkaar kunnen komen en we het mobiliteitsaanbod verder kunnen integreren,’ aldus Martijn de Bruijne van de parkeerapplicatie ParkBee. 

4. Efficiëntie door gebruikersdata

MaaS heeft niet alleen als doel om de wensen van de reiziger in te willigen. Het speelt ook een belangrijke rol in het efficiënter inrichten en daarmee verduurzamen van het mobiliteitssysteem. Volgens Eric Mink kan inzetten op extra infrastructuur niet op tegen de voorspelde hoge economische groei. We moeten mobiliteit daarom slimmer maken met behulp van anonieme reizigersdata. Bij ParkBee gebruiken ze bijvoorbeeld data om leegstand van parkeergarages tegen te gaan. Zo kunnen zakelijke parkeergarages bij een voetbalstadion die overdag gebruikt worden door zakenlieden en ‘s avonds leeg staan, worden aangeboden aan bezoekers van een voetbalwedstrijd. Door te analyseren wanneer en hoe reizigers zich verplaatsen, moet in de toekomst steeds meer maatwerk worden geleverd. 

 

 

 

 

5. Sturen op gedragsverandering

Ook ons gedrag zal moeten veranderen om duurzame mobiliteit in de toekomst te verzekeren. Op dit moment leven we nog in een periode van hypermobiliteit. Door hoge welvaart is het voor veel mensen vanzelfsprekend geworden om vaak en over grote afstanden te reizen. ‘Er is - vooral onder jongeren - een tendens ontstaan waarbij gewoon kamperen in de Ardennen het niet meer haalt bij een weekendje shoppen in New York of surfen op Bali,’ aldus Toon Zijlstra van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Reizigersdata kan inzichten geven in hoe mensen gestimuleerd kunnen (en willen) worden in gedragsverandering. 

6. Een belangrijke rol voor de digitale snelweg

Door gedragsverandering verschuift de focus hopelijk van ‘meer, meer, meer mobiliteit’ naar ‘minder, minder, minder fysieke mobiliteit,’ zegt Hans Stevens van De Verkeersonderneming. Martijn de Bruijne sluit zich bij deze voorspelling aan. De pandemie heeft ons alvast een belangrijk zetje gegeven, denkt hij. ‘We zullen ons uiteraard blijven verplaatsen, maar denken nu misschien wel twee keer na voordat we helemaal naar Groningen rijden voor een afspraak.’ We zullen als samenleving steeds meer flexibiliteit in werktijden en -plaatsen toestaan. Daarmee wordt het internet belangrijker. ‘De digitale snelweg wordt eindelijk echt een mobiliteitsfactor die ertoe doet,’ aldus Hans Stevens. Een instabiele internetverbinding wordt op deze manier een mobiliteitsprobleem. 

 

 

 

 

7. Sociale mobiliteit

Wat soms nog wel eens wordt vergeten, is het sociale aspect van mobiliteit. ‘We kijken vooral naar feiten en cijfers van mensen die al gebruik maken van het mobiliteitssysteem en vergeten daarbij de feiten en cijfers mee te nemen van mensen die er geen gebruik van maken, omdat ze dat bijvoorbeeld niet kunnen of willen, er geen geld voor hebben, of niet digitaal vaardig zijn,’ vertelt Niek Verlaan, beleidsadviseur Volksgezondheid en projectmanager Mobiliteit bij de Gemeente Utrecht. Teveel (technologische) ontwikkelingen zijn volgens hem gericht op de ‘happy few’ en dat terwijl mobiliteit een belangrijk middel is om mee te kunnen doen in de maatschappij.

Suzanne Hiemstra-van Mastrigt, directeur van het Seamless Mobility Lab van de TU Delft, zou daarom dan ook graag zien dat er een Nederlandse transportautoriteit komt, een overkoepelende partij. Zo’n partij moet uiteindelijk niet alleen toezien op duurzaamheid en efficiëntie, maar ook op hoe mobiliteit bij kan dragen aan de kwaliteit van leven en de gezondheid van mensen.