De politie kreeg vorig jaar 1761 meldingen over vermiste kinderen uit gesloten jeugdzorginstellingen. Dat blijkt uit cijfers die Argos bij de politie opvroeg. Vaak rukt die uit om de kinderen te zoeken, omdat hulpverleners zich zorgen maken.

Het aantal meldingen vanuit gesloten jeugdzorginstellingen valt op, omdat kinderen daar in theorie niet zomaar wegkunnen. Een rechter beslist of een kind in zo’n gesloten setting wordt geplaatst. Kinderen zitten daar omdat ze beschermd moeten worden tegen zichzelf of de buitenwereld. Vaak hebben ze een cocktail van problemen, zoals trauma’s in combinatie met agressie- of verslavingsproblemen. De intensieve, vaak gedwongen, hulp die kinderen in deze instellingen krijgen, heet ‘JeugdzorgPlus’. In 2019 ging het om ruim tweeduizend kinderen.

Toch blijkt dat instellingen niet altijd weten waar kinderen zitten, omdat ze bijvoorbeeld zijn weggelopen. Om het even in perspectief te plaatsen: de politie kreeg vorig jaar in totaal bijna vijftienduizend meldingen van vermiste kinderen. Ongeveer zevenduizend daarvan zijn afkomstig uit jeugdzorginstellingen. Dat is dus bijna de helft van het totaal aantal meldingen van verdwenen kinderen.

Het aantal gemelde vermissingen van kinderen bij wie jeugdzorg op een of ander manier is betrokken, is waarschijnlijk nog hoger dan die pakweg zevenduizend. Uithuisgeplaatste kinderen belanden namelijk niet altijd in een instelling, maar ook in gezinshuizen of pleeggezinnen. Meldingen over die kinderen, die op andere locaties dan instellingen verblijven, zitten niet in dat aantal van zevenduizend. Ook kunnen meldingen pas later zijn geclassificeerd als aangifte, waardoor ze niet meer als vermissing staan geregistreerd in de systemen van de politie.

Volgens Iara de Witte van kinderrechtenorganisatie Defence for Children – ECPAT zijn kinderen die weglopen uit instellingen per definitie kwetsbaar voor misbruik. ‘Kinderen hebben seks met mannen in ruil voor onderdak, drugs en soms een beetje geld.’ Het komt voor dat kinderen worden teruggevonden in ‘drugspanden’. Ook staan loverboys bij sommige instellingen ‘gewoon buiten het hek te wachten’. ‘Die weten dat meisjes op vrijdagmiddag de instelling verlaten voor verlof.’

Waarom liep Mohini weg?

Mohini Awadhpersad (28) was zestien toen ze in een gesloten jeugdzorginstelling belandde. Ze werd uithuisgeplaatst, omdat ze werd uitgebuit door een zogeheten 'loverboy'.

Waarom liep Mohini weg? En waar ging ze heen?
Bekijk haar verhaal

'Ik ging gewoon overal naartoe waar ik kon'

Geen duidelijke cijfers

Toch vertellen de politiecijfers over vermissingen uit jeugdzorg niet het hele verhaal. Het is onduidelijk hoeveel kinderen er weglopen per instelling en waarom ze verdwijnen. Argos benaderde alle elf JeugdzorgPlus-aanbieders – waar soms meerdere instellingen onder vallen – voor cijfers en toelichting. Zes aanbieders willen inhoudelijk reageren. Vijf kunnen of willen dat niet. Een woordvoerder geeft aan het druk te hebben met ‘alle (communicatie over) coronamaatregelen’ en voorlopig nergens anders aan toe te komen. Een andere instelling zegt in deze tijden ‘andere prioriteiten’ te hebben dan het beantwoorden van de vragen.

De cijfers die wel zijn verstrekt, zijn moeilijk te vergelijken. Instellingen lijken kinderen die weglopen op verschillende manieren te registreren. Daarbij kan het ook gaan om kinderen die langer wegblijven van verlof.

Zo zegt de instelling Schakenbosch uit Leidschendam gemiddeld tussen de 50 en de 95 situaties per maand te hebben waarbij een jongere ‘ongeoorloofd afwezig’ is. Volgens een woordvoerder is dat toe te schrijven aan gemiddeld twintig jongeren. Niet alle situaties worden bij de politie gemeld. ‘De ernst verschilt van te laat terugkomen van een afspraak tot een vermissing met grote zorgen over de veiligheid van een kind’, legt de woordvoerder uit. De instelling heeft jaarlijks pakweg 270 jongeren in huis.

De OG Heldringstichting uit Zetten heeft in één jaar – 2019 – honderd keer een weggelopen kind gemeld bij de politie. Daarbij kan één kind verantwoordelijk zijn voor meerdere keren weglopen. ‘In sommige gevallen keert de jongere op dezelfde dag terug, maar is wel de inschatting gemaakt om deze jongere te melden bij de politie.’ Er verblijven jaarlijks zo’n 230 jongeren in JeugdzorgPlus bij de zorgaanbieder.

Oefenen met vrijheden

Bijna alle instellingen benadrukken dat kinderen meestal ‘kort’ wegblijven en dat de meeste kinderen vanzelf weer terugkomen. Het gebeurt vaak in situaties waarin kinderen gaan ‘oefenen met vrijheden’ en niet op het terrein van de instelling zijn. Kinderen gaan op weekendverlof naar hun ouders, of hebben school, een baantje of een sportclub buiten het terrein, legt een woordvoerder van Schakenbosch uit. Dan worden er (tijds-)afspraken gemaakt, waaraan kinderen zich soms niet houden.

Volgens Peter Houweling, regiodirecteur Gelderland en Utrecht bij iHub waaronder jeugdhulporganisatie Horizon valt, is het continu zoeken naar een balans tussen veiligheid en het nemen van ‘verantwoorde risico’s’. Het is onderdeel van de behandeling dat kinderen leren omgaan met vrijheden en daarin soms ook fouten maken. ‘Je moet ze ook gewoon weer leren om terug te gaan. Dan kom je weer bij vrienden die kerstbomen in de fik gaan steken met alle risico's van dien. Dan kom je weer bij de vrienden die naar pleintjes gaan waar wordt gedeald. Hoe sterk ben je dan?’

Signalen van mensenhandel

Toch rukt de politie regelmatig uit om kinderen te zoeken. Dat is niet zonder reden. Onder de kinderen die weglopen zitten onder meer (vermoedelijke) slachtoffers van loverboys, ook wel mensenhandel. Deze kinderen zijn vaak ‘gesloten geplaatst’ om hen tegen misbruik en uitbuiting te beschermen.

Instellingen zeggen niet hoeveel kinderen met een dergelijk verhoogd risico weglopen. Een woordvoerder van Schakenbosch meldt ‘in het belang van deze jongeren’ niet in te gaan op nadere vragen hierover. Een woordvoerder van Jeugdhulp Friesland laat desgevraagd weten dat er ‘signalen’ zijn binnengekomen waaruit blijkt dat er ‘mogelijk sprake is van onveilige situaties gerelateerd aan mensenhandel/loverboys.’ Om hoeveel kinderen of situaties het gaat, kan de woordvoerder niet zeggen.

De instellingen die hier wel iets over loslaten, zeggen dat óók (vermoedelijke) loverboyslachtoffers weglopen maar dat het er niet veel zijn. Volgens Peter Houweling van iHub gebeurt het weleens dat kinderen tijdens verlof in een ‘verkeerd circuit’ terechtkomen. Ondanks een risico-afweging, is er nooit 100 procent garantie. ‘Zeker bij kinderen die bijvoorbeeld nog niet zo heel lang bij ons zitten en die voor het eerst op verlof gaan, loop je wat meer risico. Maar we hebben speciale groepen voor meiden met dit soort problematiek. Daar kan het niet zo zijn dat je zegt: ik heb dat niet geweten. Dat zou heel naïef zijn.’

Vrank Post, directeur bovenregionale voorzieningen bij zorgaanbieder Parlan, legt uit dat het lastig is om precies aan te tonen of iemand slachtoffer is van mensenhandel. ‘Veel van onze jongeren hebben relaties met volwassenen waar je je zorgen over maakt. Soms heel terecht omdat het een nare pooier is die het kind uitbuit. Soms ook rare, ingewikkelde relaties met minstens zo beschadigde volwassenen.’

'Als ze écht weg willen lopen, lopen ze toch weg'

Samen aanpakken

Volgens Iara de Witte van Defence for Children – ECPAT zou Jeugdzorg er goed aan doen landelijke en vergelijkbare gegevens te hebben over de aard en omvang van het weglopen van kinderen uit instellingen. Zo kunnen ze van elkaar leren en tot verbeterpunten komen. ‘Wat maakt nou het verschil tussen een instelling met negentig weglopers in een jaar en één met negentig weglopers in een maand? Waar ligt dat aan?’ Instellingen geven zelf aan dat kinderen soms weglopen omdat ze zich onveilig voelen of een gebrek aan toekomstperspectief ervaren.

Een stap in de goede richting is volgens De Witte dat sommige instellingen cijfers over kinderen die weglopen al scherp bijhouden en analyseren. Dat is belangrijk om deze kinderen – voor wie de overheid verantwoordelijk is – de juiste hulp te bieden, benadrukt ze. ‘Dat weglopen zegt iets over hoe succesvol wij zijn in het beschermen van deze kinderen.’

Politieke debat

Actualiteitenprogramma Zembla ontdekte eerder dat 1141 kinderen in 2013 vermist raakten uit gesloten jeugdzorginstellingen. Onder hen zaten negentig slachtoffers van loverboys.

Toenmalig Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Corinne Dettmeijer, uitte haar zorgen. ‘Als we het hebben over slachtoffers van loverboys wil ik eigenlijk niet dat ze kunnen weglopen en opnieuw in handen van zo’n jongen vallen’, zei ze in de uitzending van Zembla.

3 juli 2019 laait het politieke debat over kinderen die weglopen weer op. GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg zegt gehoord te hebben dat het aantal van negentig kinderen niet omlaag is gegaan en hekelt het gebrek aan cijfers. ‘Waarom wordt nog steeds niet goed bijgehouden wie er wegloopt uit de gesloten jeugdzorg en waarom?, vraagt ze aan staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Ankie Broekers-Knol. Antwoord op die vraag kreeg Buitenweg niet.

De komende tijd doet Argos onderzoek naar kinderen die weglopen uit jeugdzorginstellingen. Wil je reageren? Heb je tips of wil je een ervaring of verhaal delen? Mail dan naar: j.cramer@vpro.nl. Je kunt ook contact opnemen via beveiligde email, chatprogramma Signal of Publeaks.