Bij ADHDcentraal, een ggz-instelling uitsluitend gericht op ADHD diagnostiek en behandeling bij volwassenen, loopt bijna niemand zonder diagnose naar buiten. Oud-werknemers beschuldigen het bedrijf van overdiagnosticering, blijkt uit ons onderzoek samen met Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw.

Psychologen die twijfelden aan de ADHD-diagnose, zeggen dat hun oordeel aan de kant werd geschoven. Ook door de strakke tijdsplanning is er weinig tijd voor twijfel of uitgebreid onderzoek, vertellen oud-werknemers van wie sommigen uit onvrede zijn vertrokken. Bij 85 procent van de cliënten die de instelling test, blijkt sprake te zijn van ADHD. ‘Er werd zoveel mogelijk ADHD vastgesteld, tenzij het écht, écht, écht, heel duidelijk iets anders was’, aldus een oud-werknemer.

De directie van ADHDcentraal wijst de beschuldigingen van de hand en herkent de klachten ook niet, zegt ze. Alle diagnoses komen ‘uiterst zorgvuldig’ tot stand en de tevredenheid van cliënten is volgens het bedrijf groot. ‘Patiënten waarbij de diagnose niet gesteld kan worden, nemen wij niet in behandeling. Wanneer wij structureel zouden overdiagnosticeren, zouden patiënten en verwijzers met recht ontevreden zijn maar ook van hen hebben we nimmer dit verwijt gekregen.’

Diagnosestraat

Met acht vestigingen in diverse steden is ADHDcentraal een van de grootste instellingen op het gebied van ADHD bij volwassenen. Van de twintigduizend nieuwe behandelingen die in 2019 werden gestart, vonden er zo’n zesduizend bij ADHDcentraal plaats. Het medicijngebruik voor ADHD onder kinderen nam de laatste tien jaar af, maar bij volwassenen neemt het juist flink toe. In de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar steeg het gebruik sinds 2013 zelfs met 74 procent.

Na een klacht van een oud-werknemer via klokkenluidersplatform Publeaks benaderde Investico dertig voormalige hulpverleners van ADHDcentraal. Bijna een kwart van hen wilde praten en het overgrote deel bleek deels of erg ontevreden over de manier waarop het bedrijf tot diagnoses komt.

Winstmachine

De formule van ADHDcentraal is uniek: een diagnose in één dag, met onmiddelijke start van de behandeling, altijd met medicatie. Cliënten vullen van tevoren vragenlijsten in, komen ’s ochtends binnen en worden na een gesprek onderworpen aan nog een vragenlijst en computertest. ’s Middags horen ze of ze ADHD hebben en als dat zo is, komen ze diezelfde avond met medicatie thuis.

Die strategie legt ADHD-centraal bepaald geen windeieren. Met een jaarlijkse winstmarge van tien procent behoort het bedrijf tot de veelverdieners in de geestelijke gezondheidszorg, een sector waar een winstmarge van twee tot drie procent gangbaar is.

De ggz-instelling declareert structureel in eigen voordeel, blijkt uit verzamelde facturen en een intern protocol in handen van de redactie. Daarin schrijft het bedrijf precies voor hoeveel minuten medewerkers per cliënt en per behandeling mogen registreren. De gestandaardiseerde declaraties komen vrijwel altijd nét boven de ondergrens uit die zorgverzekeraars aanhouden. Dat zit zo: verzekeraars vergoeden een behandeling niet per minuut, maar per minutengroep. Alle behandelingen tussen de 800 en 1.799 minuten leveren een vast bedrag op, hetzelfde geldt voor alle behandelingen tussen de 1.800 en 2.999 minuten. Dat is een persverse prikkel om strategisch te declareren, wat het bedrijf dan ook structureel lijkt te doen: het aantal gedeclareerde minuten komt altijd precies boven de twee minimumgrenzen uit, blijkt uit de facturen en het protocol.

Ook verwijten oud-werknemers het bedrijf minuten te declareren die zij in werkelijkheid niet werken. En volgens het interne protocol dat voorschrijft hoe werknemers hun minuten moeten registeren, zouden verpleegkundig specialisten bij ADHDcentraal op één diagnosedag elf uur werken, terwijl ze dat in werkelijkheid niet doen.  

Het bedrijf noemt dit verwijt onjuist. De gestandaardiseerde facturen komen door ‘het hanteren van standaard- of normtijden waarmee veel administratie wordt voorkomen.’Het werk dat volgens het protocol tot extreem lange werkdagen zou leiden, wordt volgens hem deels op andere dagen gedaan. De normtijden zijn gemiddelden: ‘Sommige verpleegkundig specialisten zullen langer over de activiteit doen, anderen korter’, zegt directeur Jan-Eidse van Melle. Volgens hem hebben zorgverzekeraars ingestemd met de declaratiemethode van ADHDcentraal. Verzekeraars laten desgevraagd weten zich hier niet in te herkennen.

‘One size fits all onwenselijk’

Tijd in rekening brengen die je niet werkt mag niet, zegt hoogleraar zorgeconomie Wim Groot van de Universiteit van Maastricht. Maar fraude is volgens hem moeilijk te bewijzen. Onderzoek naar minutenregistratie kost zorgverzekeraars, de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit veel tijd ‘en er zijn heel veel van dit soort kleine zorginstellingen’. Het ontbreekt aan capaciteit om dit nauwkeurig te controleren, aldus Groot.

Volgens Floortje Scheepers, hoogleraar Innovatie in de ggz, is het geen goede ontwikkeling dat ggz-instellingen zich op deze wijze zich specialiseren, omdat dit bijna nooit past bij de complexiteit van psychische problemen. Zeker bij ADHD zijn er heel veel verschillende factoren die tot dezelfde klachten kunnen leiden en dus is een ‘one size fits all’ aanpak niet passend.

Desondanks is een deel van de cliënten achteraf tevreden. Op de website Zorgkaart.nl krijgt het bedrijf een 9,3 en schrijven oud-cliënten blij te zijn met een snelle diagnose en de aandacht van zorgverleners. “ADHDcentraal voldoet aan een behoefte. Mensen vinden het fijn om een pasklare oplossing te krijgen”, verklaart Scheepers.

Meer weten? Luister de reportage

Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke projecten.