Kringen rond het Koninklijk Huis hebben mogelijk getracht te interveniëren in het politieonderzoek naar de toenmalige Transavia-piloot Julio Poch. Een medewerker van het Kabinet van de Koningin belde met een vertegenwoordiger van Eurojust om te laten weten dat een onderzoek naar Poch ‘pijnlijk is voor Máxima’.

Dit schrijft de commissie die in opdracht van minister Grapperhaus van Justitie onderzoek deed naar mogelijke politieke beïnvloeding van de zaak-Poch. De commissie is daarentegen wel van oordeel dat het onderzoek naar Poch in alle fasen rechtmatig is geweest. Ook toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin heeft 'correct' gehandeld en 'zich niet inhoudelijk met het politieonderzoek bemoeid'.

De commissie citeert in haar rapport de toenmalige Nederlandse vertegenwoordiger van Eurojust, Roelof Jan Manschot. Die zegt in het voorjaar van 2007 een telefoontje te hebben ontvangen van het kabinet der koningin.

De dame aan de lijn zei tegen Manschot: ‘Die zaak tegen die Argentijnse piloot, is dat nou nodig?’ Op de wedervraag van Manschot waarom die vraag aan hem werd gesteld, antwoordde de vrouw: ‘Ja, het is zo pijnlijk voor Maxima.’

Tweede Kamerleden Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Michiel van Nispen (SP) willen dat premier Rutte dinsdag naar de Kamer komt om uitleg te geven. Sjoerdsma: ‘Beïnvloedde het Koninklijk Huis inderdaad een strafproces? Die indringende vraag wil ik morgen aan Rutte stellen.’

Van Nispen: ‘Hoe kan het dat kringen rondom het Koninklijk Huis al in zo’n vroeg stadium van het onderzoek wisten wat nog vrijwel niemand kon weten? Hierover is jarenlang niet de waarheid verteld aan de volksvertegenwoordiging. Het is tijd voor een eerlijke overheid.’

De bevindingen van de commissie onder leiding van oud-advocaat-generaal Ad Machielse bevestigen deels eerdere berichten van Argos en RTL Nieuws dat het Koninklijk Huis al in een vroeg stadium weet had van het strafrechtelijk onderzoek naar Poch.

Nu blijkt dat het koningshuis zelfs al op de hoogte was voordat de zaak voor het eerst – in bedekte termen – via Vrij Nederland in het nieuws kwam. En dat het dus mogelijk zelfs probeerde in te grijpen.

De Nederlands-Argentijnse piloot Julio Poch werd in 2009 met medewerking van Nederland gearresteerd in Spanje, omdat hij ervan werd verdacht tijdens de dictatuur in Argentinië tegenstanders van het regime uit vliegtuigen te hebben gegooid. Na acht jaar voorarrest werd Poch eind 2017 door Argentijnse rechters op alle punten vrijgesproken. Sindsdien probeert hij van de Nederlandse Staat een vergoeding te krijgen voor de geleden schade.

De commissie-Machielse schrijft dat het geen bevestiging heeft kunnen krijgen van het door Manschot gemelde voorval met het koningshuis. Ze heeft de kwestie voorgelegd aan het Kabinet van de Koning. De directeur van dit Kabinet heeft daarop ‘navraag gedaan bij mogelijk betrokkenen’ en heeft de commissie laten weten ‘dat dit tot niets heeft geleid’.

Volgens de commissie had de interventiepoging geen kans van slagen. ‘Los van het feit dat de benaderde functionaris van Eurojust niet ontvankelijk was voor deze poging, was Eurojust niet de instantie waar zo een beslissing kon worden genomen.’ Eurojust is het agentschap van de Europese Unie dat de samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten in de EU ondersteunt in de strijd tegen grensoverschrijdende zware criminaliteit.

Hoewel de commissie stelt dat de poging tot inmenging door kringen rond het Koninklijk Huis geen effect heeft gehad, blijkt uit het rapport wel dat korte tijd later een geplande dienstreis van Nederlandse politiemensen naar Argentinië is uitgesteld. De politie wilde in Argentinië nadere informatie over Poch vergaren. Maar een besluit over de voorgenomen reis werd om onduidelijke redenen op de lange baan geschoven.

Dit wekte argwaan bij de betrokken politie- en justitiefunctionarissen. ‘Het is ook voor mij een raadsel waarom in deze zaak de wielen in het zand worden getrokken’, schreef de toenmalige inlichtingen-officier van justitie in een intern memo. ‘Verschaffing van duidelijkheid zou meer dan welkom zijn.’

Volgens de commissie is deze duidelijkheid nooit verschaft – niet aan de toenmalige officier van justitie en niet aan betrokken rechercheurs. Een verklaring hiervoor heeft de commissie niet gevonden, ‘als gevolg van ontbrekende documentatie en gebrek aan herinneringen bij de betrokken leidinggevenden van zowel de Nationale Recherche als het Landelijk Parket’.

Volgens de rechercheurs en de inlichtingenofficier ontvingen zij ‘signalen dat er sprake was van een niet geëxpliciteerde politieke gevoeligheid’. Ook de commissie schrijft dat zij ‘aanwijzingen’ heeft gevonden en gekregen ‘dat specifiek de connectie met Argentinië gelet op de persoon van J. Zorreguieta binnen de Nationale Recherche als een gevoeligheid werd aangemerkt’.

Toch heeft de commissie niet kunnen vaststellen dat deze ‘gevoeligheid’ van invloed is geweest op het verloop van het onderzoek. Zij oordeelt dat het openbaar ministerie en de politie in de zaak-Poch ‘in alle fasen rechtmatig’ hebben gehandeld. Ook toenmalig minister Hirsch Ballin heeft ‘correct’ gehandeld. Hij heeft volgens de commissie ‘geen persoonlijke opdracht’ gegeven tot het onderzoek en ‘zich niet inhoudelijk met het politieonderzoek bemoeid’.

Volgens de commissie-Machielse waren de vermoedens tegen Poch van dien aard dat Nederland op grond van verdragen een onderzoek moest instellen. Sterker, Nederland was ‘verplicht’ om de Argentijnen informatie te leveren over de reisbewegingen van Poch, zodat hij in Spanje kon worden gearresteerd en uitgeleverd aan Argentinië. Van een verkapte uitlevering is volgens de commissie geen sprake geweest.

Julio Poch heeft ‘met verbazing’ kennis genomen van het rapport, meldt zijn advocatenteam onder leiding van Geert-Jan Knoops. De raadslieden hebben er vaak voor gewaarschuwd dat het onderzoek van Machielse ‘een rechtstreekse doorkruising’ zou zijn van de rechtszaak die Poch tegen de Nederlandse Staat voert. Daarin zijn inmiddels zes getuigen onder ede gehoord, onder wie oud-minister Hirsch Ballin, zaaksofficier Ward Ferdinandusse en toenmalig voorzitter van het college van procureurs-generaal Harm Brouwer. 

Met het uitbrengen van het rapport zijn de zorgen van Poch terecht gebleken, aldus Knoops. Met name omdat de commissie-Machielse onomwonden stelt dat het openbaar ministerie rechtmatigheid heeft gehandeld. ‘Een dergelijk juridisch oordeel dient in een rechtsstaat niet aan een ambtelijke commissie maar aan een onafhankelijke rechter te zijn voorbehouden, in het kader van een openbaar, transparant en eerlijk proces.’

Knoops vindt het vreemd dat de commissie talrijke leden van het openbaar ministerie heeft ondervraagd maar niet bij hem of Julio Poch heeft aangeklopt. ‘De Commissie laat zich voorstaan op een zogenaamde uitgebreide feitenreconstructie. Echter: vastgesteld moet worden dat de heer Poch noch zijn advocaten ooit door de Commissie zijn benaderd met het verzoek om stukken of het verzoek om de heer Poch te ondervragen, terwijl wij beschikken over cruciale bewijsmiddelen die wel degelijk het onrechtmatig karakter van het handelen van de Nederlandse Staat aantonen.’

Poch zou onder meer over notariële verklaringen beschikken waaruit zou blijken dat Hirsch Ballin wel degelijk persoonlijk aanwijzingen heeft gegeven in het kader van het opsporingsonderzoek.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid meldt in een reactie dat de Commissie ‘heldere conclusies’ trekt ‘over een aantal belangrijke rechtstatelijke vragen die leefden over deze kwestie’. Minister Grapperhaus noemt dat ‘belangrijk voor alle betrokkenen, in het bijzonder voor de heer Poch die langer in voorlopige hechtenis heeft gezeten dan voorzien’. Volgens Grapperhaus hebben de aangevers van de melding tegen Poch hun burgerplicht vervuld en hebben zij te goeder trouw gehandeld.