Kinderen in de jeugdzorg zijn een makkelijke prooi voor mensenhandelaren. Die pikken jongens en meisjes soms net buiten de poort op. Waarom kunnen we deze kinderen niet beschermen?

Hij zag het gebeuren. Op het terrein van de gesloten jeugdzorginstelling liep een meisje in een roze trainingspak. Het hek ging langzaam open en het meisje beende naar buiten. Ze keek schichtig om zich heen en verdween in de bosjes aan de overkant van de straat. Even later verscheen ze weer in hotpants en een weinig verhullend bloesje. Ze bleef staan, totdat haar telefoon ging. Vijf minuten later stopte een jongen op een scooter, vlak voor de poort. Ze sprong achterop en verdween. ‘Dan weet je het wel.’

Het is een van de vele voorbeelden die Peer van der Helm in zijn tijd als psycholoog, lector residentiële jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden en hoofd onderzoek bij expertise- en behandelcentrum Fier zag langskomen. De verhalen van de kinderen spreken boekdelen. ‘Het is meestal: ik ga naar mijn vriend toe’, legt Van der Helm uit. ‘Dan vraag ik: ‘Leent jouw vriend jou ook uit aan andere mannen tegen betaling?’ ‘’Ja”, zeggen ze dan.’ Mannen weten de kwetsbare meisjes er zo uit te pikken. ‘Het is alsof ze een vlaggetje op hun hoofd hebben met: ik ben te misbruiken.’

Ook hoogleraar mensenhandel en globalisering Conny Rijken hoort dat jongens en meisjes in de jeugdzorg worden geronseld voor ‘klusjes’. Het lijkt binnen de sector zelfs algemeen bekend. Toch zijn deze kinderen en hun problemen nauwelijks bekend bij de instanties die hen moeten helpen.

Hoe ziet een mensenhandelnetwerk eruit?

Argos ging op bezoek bij Floor van Lom, procesregisseur bij het Zorg- en Veiligheidshuis Noord-Holland Noord. Van Lom probeert slachtoffers van mensenhandel op te sporen en te helpen. Met onder meer de politie brengt ze mensenhandelnetwerken in kaart.

Meer weten? ▾Bekijk de video.

Verwaarlozing

CoMensha, de instantie die de aard en omvang van mensenhandel in Nederland in beeld brengt, kreeg vorig jaar 110 meldingen over minderjarige slachtoffers. Dat zijn meisjes en jongens die onder dwang stelen, drugs vervoeren of in de prostitutie werken. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel schat daarentegen dat jaarlijks 1.300 kinderen seksueel worden uitgebuit.

Die schatting vindt Van der Helm nog te laag. Veel kinderen in jeugdzorg hebben trauma’s door misbruik of verwaarlozing. ‘Deze kinderen voelen zich ontzettend eenzaam en ervaren weinig perspectief. Met drugs, alcohol en verkeerde vrienden proberen ze die leegte op te vullen. Dit gebeurt heel erg veel.’

Criminaliteit speelt zich af in het verborgene. Daardoor is mensenhandel lastig in cijfers te vangen. Maar dat is niet de enige reden voor de onderschatting, legt hoogleraar Rijken uit. Samen met collega’s deed zij onderzoek naar de problemen rondom het signaleren, melden en registreren van jonge slachtoffers van mensenhandel. Onder meer CoMensha en branchevereniging Jeugdzorg Nederland initieerden het onderzoek dat ze deze woensdag publiceren.

Rijken en haar team ontdekten dat jeugdhulpverleners nog altijd onvoldoende kennis hebben over mensenhandel en signalen niet herkennen. Ze vinden zichzelf niet vaardig genoeg om onderwerpen als seksualiteit en seksuele uitbuiting te bespreken. Kinderen krijgen daardoor niet de hulp die ze nodig hebben. Dat vinden hulpverleners zelf ook een probleem, blijkt uit een enquête die Rijken en collega's deden. ‘Ze schatten hun kennis over mensenhandel laag in, een 5,7 op een schaal van 10. Wanneer zij een training hebben gehad over mensenhandel ligt dit cijfer hoger, namelijk een 7,0.’

We moeten beginnen met onderkennen van vermoedens en daar alerter op zijn

Conny Rijken, hoogleraar mensenhandel en globalisering

Dat ene vriendje dat continu aan de telefoon hangt. Dat voelt niet pluis. Die jongen die simpelweg niet wil praten over seks. Zijn dat signalen of is het pubergedrag? Ook denken hulpverleners bij ‘mensenhandel’ vooral nog aan meisjes en gedwongen seks, terwijl het ook om jongens kan gaan of over criminele uitbuiting. Het gevolg is dat het ‘label’ niet zo gauw op kinderen wordt geplakt. Rijken: ‘Maar we moeten toch beginnen met het onderkennen van vermoedens en daar veel alerter op zijn.’

Die aanbeveling is niet nieuw. Een commissie onder leiding van oud-Kamerlid Naïma Azough constateerde in 2014 al dat jonge slachtoffers van mensenhandel in de jeugdzorg nauwelijks worden herkend en geregistreerd. Azough lanceerde een actieplan om dat te verbeteren. Zes jaar later is er nog steeds een beperkt beeld van de aard en omvang van het probleem. Dat deze kwetsbare jongeren, ondanks het beschermde regime waarin ze worden opgevangen, ten prooi kunnen vallen aan ernstige vormen van uitbuiting, blijkt uit een scan van gerechtelijke uitspraken.

Schaduwwereld

Uit een rechtbankuitspraak uit september 2019 wordt pijnlijk duidelijk hoe een man de vijftienjarige vriendin van zijn zoon wierf voor prostitutie. De destijds 41-jarige man had zelf ook seks met het meisje. Ze zat in een jeugdinstelling.

Het meisje beschrijft de voordelen van haar contact met de man. ‘Veel geld’. Ze kan goed sparen voor ‘grote dingen in de toekomst’, bijvoorbeeld een nieuwe scooter. Ook is haar moeder niet veel geld kwijt door haar en worden het meisje haar ‘pijpskills’ in de loop van de tijd ‘beter en beter’. Wanneer het meisje iets nodig heeft, maar het duur is, kan ze het geld zo bij elkaar krijgen. Voor bijvoorbeeld drie uurtjes werk. ‘Normaal in de winkel werken, is twee maanden sparen.’

Het meisje is niet het enige slachtoffer. Uit verklaringen van de drie andere vrouwen blijkt bovendien dat het niet vrijwillig gaat. De man chanteerde, vernederde of mishandelde de vrouwen. Het zijn momentopnames uit een schaduwwereld. De meeste mensenhandelzaken bereiken de politie niet, laat staan de strafrechter. Uit angst en schaamte doen slachtoffers vaak geen aangifte.

'Dit gaat slechts over één stad, kun je nagaan'

Nee, hulpverleners willen ook niet dat kinderen worden uitgebuit, zegt Van der Helm. Toch hebben zij niet altijd zicht op wat er buiten en binnen de muren van de instelling gebeurt. Het komt voor dat meisjes uit dezelfde leefgroep elkaar werven voor betaalde seks. ‘Dan spiegelt het ene meisje het andere voor dat ze geld en drugs krijgt als ze met een jongen meegaat.’ Maar zie maar eens te bewijzen dat die jongen in dat zwarte Golfje voor de poort van de instelling een mensenhandelaar is. ‘De jongen laat keurig zijn ID zien, de politie schrijft het op en that’s it. De politie zal echt hard bewijs moeten hebben, wil ze er iets mee kunnen. Dat kun je ze niet kwalijk nemen.’

Het ronselen wordt nog ongrijpbaarder door sociale media als Snapchat, Instagram en TikTok. Online plekken waar kinderen worden geworven. Dit jaar nog ontdekte het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel dat kinderen met een eetstoornis ‘getarget’ worden door mannen die zich voordoen als afvalcoach. Die sporen kinderen aan naaktfoto’s te sturen of hen te ontmoeten. Van der Helm: ‘Dan zegt zo’n man: ‘Ik moet toch zien of je mager genoeg bent?’ Vervolgens moet je je kleren uitdoen. Daar kun je weer mee gechanteerd worden.’

Perspectief

Mensenhandel in de jeugdzorg is een probleem waar we geen oplossing voor hebben, verzucht Van der Helm. ‘We hebben de kinderen niet aan een touwtje.’ Jongens en meisjes in jeugdzorg moeten perspectief hebben en leren om ‘normaal in de maatschappij te leven.’ Daar horen vrijheden bij, zoals een weekend uit de instelling op bezoek bij vader en moeder. Dat heet ‘verlof’ in hulpverleningstermen.

Soms gaan kinderen daar niet heen. In een andere rechtbankuitspraak is te lezen hoe mensenhandelaren een vijftienjarig meisje uit een instelling prostitueren. De mannen regelden afspraken voor als ze met verlof ging. ‘Zij haalden haar bij de gesloten instelling op en brachten haar na de prostitutie-afspraken terug.’

Peer van der Helm vertelt nog een verhaal. Over een meisje dat nu zeventien jaar is, maar ‘groter en sterker’ is dan haar leeftijd doet vermoeden. Ze verblijft in acht verschillende jeugdinstellingen en loopt tweeëntwintig keer weg. Keer op keer treft de politie haar in flats aan met volwassen mannen. ‘Dan zijn er filmpjes gemaakt.’ Ook dit meisje doet geen aangifte bij de politie.

Laatst belde ze Van der Helm ’s avonds op. Het was een kort telefoontje, vijf minuten of zoiets. Gewoon even kletsen over hoe het ging. ‘Nu moet ik ophangen hoor’, zei ze plotseling. ‘De taxi komt.’ Hij kon de angst in haar stem horen.

Reactie Jeugdzorg Nederland

Woordvoerder Eva de Vroome van branchevereniging Jeugdzorg Nederland meldt desgevraagd dat er sinds het actieplan van de Commissie Azough wel degelijk stappen zijn gezet om zicht te krijgen op de omvang van het probleem. Zo zijn er ‘producten’ ontwikkeld die organisaties en professionals helpen in de aanpak van mensenhandel. Denk bijvoorbeeld aan een handleiding voor het signaleren en screenen van slachtoffers. Omdat er nog zorgen waren over de ‘signalering en registratie’ van deze kinderen is Jeugdzorg Nederland in 2018 met verschillende partijen het onderzoek gestart dat deze woensdag is gepubliceerd.

Op de vraag hoe het kan dat het zicht op slachtoffers van mensenhandel in jeugdzorg nog steeds niet goed genoeg is, wil De Vroome de context schetsen waarin jeugdzorgprofessionals werken. ‘Niet omdat we vinden dat het niet beter kan (integendeel, daarom zijn we blij met het onderzoek en de aanbevelingen), maar om te verklaren waarom het moeilijk is.’

Hulpverleners moeten op veel signalen en (onderliggende) trauma’s letten. Om die te zien en erover te praten met een jongere, is het belangrijk om te investeren in de relatie en vertrouwensband. ‘Daarvoor is tijd nodig die er te vaak niet voldoende is.’ Ook moeten hulpverleners ‘continu laveren’ tussen enerzijds het opbouwen van die band met een jongere en anderzijds de meer ‘zakelijke kant’ van de aanpak van mensenhandel, zoals melden, registreren en het doen van aangifte. ‘Die zakelijke kant kan de relatie/vertrouwensband weer negatief beïnvloeden.’