Mogen we de samenleving terug?

, Chris Kijne

Rijken die rijker worden over de rug van de armen en een overheid die dat aanmoedigt: Chris Kijne trekt de lijn van Thatcher tot aan Trump.

Chris Kijne.

Het is inmiddels een gruwelijk cliché, maar je kunt er dezer dagen ook niet omheen, Margaret Thatchers adagium: ‘There is no such thing as society.’ Minder bekend is wat ze er achteraan zei, maar het is net zo veelzeggend:  ‘There are individual men and women, and there are families. And no government can do anything except through people, and people must look to themselves first. It's our duty to look after ourselves and then, also to look after our neighbour.’

Fijn dat die buren er toch nog achteraan komen. Maar het idee dat er geen samenleving is waar we gezamenlijk, laat ik zeggen als overheid, voor verantwoordelijk zijn, is sinds Thatchers uitspraak drie decennia lang voortvarend in praktijk gebracht door zowel conservatieve als Derde Weg-Labourregeringen. In de vorm van privatiseringen en afschaffing van de verzorgingsstaat.

De bewoners van Grenfelltoren, althans de nog levende, weten er inmiddels alles van.

superrijken en laagstbetaalden

Er loopt, zoals Patrick IJzendoorn hier (€) helder laat zien, een rechte lijn van Thatchers geloof in het extreme individualisme van de markt naar de vlammendood van tientallen Londense burgers. Dat die dood van voornamelijk armlastige Londonners zich voordeed in de Royal Borough of Kensington and Chelsea, de rijkste gemeente van het Verenigd Koninkrijk, voegt nog iets toe aan de schande.

Donald Trump en Jared Kushner.

Maar de Londense rampwijk met zijn neoliberale bevolkingssamenstelling van superrijken en laagstbetaalden deed me onmiddellijk aan een andere buurt denken: het  waterfrontdistrict van Jersey City, net aan de overkant van de Hudson tegenover lower Manhattan. Een van de duurste plekken van Amerika, met er vlak tegenaan een buurt die tot de armste en gewelddadigste van het land behoort.  Waar de werkloosheidscijfers net zo hoog reiken als de torenflats van de Bay Area.

Precies daar, op het snijvlak van die twee buurten, probeert Jared Kushner, de schoonzoon en adviseur-in-alles van Donald Trump, het Thatcheradagium naar een hoger niveau te tillen. Hij gebruikt wat er in de Verenigde Staten nog aan ‘society’ bestaat om vooral zichzelf en zijn steenrijke familie te helpen.

Lees het hier: door een handige manipulatie van de districtsgrens, waardoor een hele arme buurt iets verderop er wel bij hoort en het rijkere deel er vlak naast net niet, komt de bouw van een vijftig verdiepingen hoge luxe torenflat met uitzicht op en snelle toegang tot Manhattan in aanmerking voor het EB-5 visa-programma. Een sociaal programma dat buitenlandse investeerders sneller een visum verstrekt in ruil  voor een minimale investering van vijf ton in een gebied met hoge werkloosheid.

Nooit domme dingen gedaan van zijn uitkering, onze Jared.

hondsbrutaal

Als je dit hondsbrutale staaltje van modern graaien leest, begrijp je beter waarom de Amerikaanse president zo op zijn schoonzoon is gesteld. Onlangs las ik Trump Revealed, de boekversie van een onderzoeksproject waarin 25 topjournalisten van de Washington Post het leven en werk van Donald Trump minutieus in kaart brengen. Er valt veel over te zeggen. Maar het overheersende beeld is dat van een ‘zakenman’ die enerzijds altijd buitengewoon handig gebruik heeft gemaakt van zijn politieke connecties om overheidssteun voor zijn projecten te regelen – doorgaans in de vorm van belastingvoordeel – en anderzijds vooral een groot talent heeft om te zorgen dat hij niet zelf het slachtoffer wordt van de talloze en formidabele commerciële miskleunen die zijn carrière kenmerken.

Je zou het ook een meesteroplichter kunnen noemen.

He never did what was right, but always what he could get away with.

Trump Revealed (2016)

Het meest saillante verhaal in dat verband: als eind jaren tachtig alle drie de casino’s van Trump in Atlantic City feitelijk failliet zijn, heeft hij inmiddels zoveel geleend dat de banken maar één uitweg zien. Voor de buitenwereld blijft Trump de baas, omdat hij inmiddels zijn echte talent, het uitbaten van zijn imago, al ver heeft ontwikkeld. En met dat Trumpstempel hopen de banken in de toekomst misschien nog iets terug te zien van hun centen, terwijl een faillissement hen miljoenen dollars gaat kosten.

Zo – en er staan echt héél veel voorbeelden in het boek – ontspringt Trump zelf voortdurend de dans, terwijl om hem heen de bedrijven waarmee hij zaken doet als gevolg van zijn idiote risico’s en megalomane mislukkingen omvallen als kegels op de bowlingbaan.

Het interesseert The Donald geen zier. Zoals iemand in het boek het treffend formuleert:  ‘He never did what was right, but always what he could get away with.

blessing in disguise

Er zijn inmiddels analisten die Trump al als een blessing in disguise zien. Niet in de laatste plaats mijn favoriete NRC-columnist, Caroline de Gruyter, die onder meer hier betoogt dat het onder anderen Trump is die Europa weer bij elkaar brengt en de Europese samenwerking weer in de versnelling zet.

Ik ben het eens met Caroline. Maar wil even waarschuwen voor een te beperkte focus op het individu Trump in deze analyse. Want uiteindelijk is Donald Trump niet meer dan een niet eens zo heel extreem voorbeeld van iemand die handig gebruikmaakt van een sociaal-economisch systeem. Een systeem waarin zoiets als ‘society’ inderdaad  praktisch is afgeschaft en de hele structuur, zowel moreel als juridisch, vooral het eigenbelang faciliteert.

Een doodziek systeem, als je het mij vraagt. Wanneer Europa werkelijk weer vooruit wil, dan moet het beginnen met een grondige sanering van die maatschappelijke orde.

Europa, geef ons onze samenleving terug.