steun vpro

hoe radicaal is donald trump?

, Chris Kijne

Donald Trump staat op eenzame hoogte in de peilingen. Ondanks of dankzij zijn extreme uitspraken? Buitenissige denkbeelden horen helaas bij het hart van de rechtse achterban in de VS, constateert Chris Kijne.

Chris Kijne

Het is een boeiend allegaartje dat The Donald om zich heen heeft verzameld in de jacht op de Republikeinse nominatie voor het Amerikaanse presidentschap. Moeilijk kiezen wanneer je de context van zijn campagne wil duiden:

Campagneleider Corey Lewandowski is interessant vanwege zijn agressieve en media-savvy stijl – het zou me niet verbazen als zo’n moslim-ban door hem is bedacht louter omdat hij weet hoeveel media-aandacht dat genereert. Een stijl die hij ontwikkelde in de jaren dat hij namens de even rijke als rechtse Koch-brothers, via hun 'Americans for Prosperity', veel Republikeinse voorverkiezingen op hun kop zette door vanuit de bodemloze zakken van die olie- en chemie-broertjes overal radicale kandidaten te financieren. Hij is daarmee een frontsoldaat in het gevecht dat die libertaire activisten al jaren voeren om de Republikeinse partij naar rechts te trekken. In hun streven uiteindelijk een land zonder noemenswaardige overheid te creëren – en natuurlijk zonder onhandige milieuregels die hun bedrijven in de weg zitten.

Sam Clovis, de vice-voorzitter van de campagne, nog zo’n tiep. Belangrijk voor de eerste winst in Iowa waar de professor furore maakte als ultra-conservatieve talkshow-host op de radio. Waar hij ooit zei dat het moeilijk zou worden om Obama af te zetten omdat die 'claimde zwart te zijn'. Weet dus ook van oneliners.

Frank Gaffney is interessant. ‘Denker’ over moslim-activiteiten in de Verenigde Staten, een van de vaders van de mythe dat Obama een moslim is en met zijn 'Center for Security Policy' roeptoeteraar van moslimvijandige opiniepolls waarvan serieuze media beweren dat ze ze nooit zouden publiceren vanwege hun onbetrouwbaarheid, maar waar Trump zich met alle soorten van genoegen op baseert.

Maar ik kom toch vooral uit op Katrina Pierson, veelgevraagd woordvoerder namens de campagne de laatste weken. Niet eens vanwege de juicy details – gevalletje winkeldiefstal, gevalletje uitkeringsfraude toen ze tegelijkertijd een adviseurssalaris opstreek tijdens de campagne van Texas-senator Ted Cruz en een werkloosheidsuitkering van elfduizend dollar ontving. Foutje, kan iedereen maken. Nee, Pierson is vooral interessant vanwege de onheilsboodschap waarmee ze de afgelopen jaren rondtoert door het land: de Verenigde Naties staan op het punt het land over te nemen waarna gewone Amerikanen feitelijk zullen worden opgesloten in sombere woonkazernes onder bewaking van door de VN aangestelde kampcommandanten.

Gestoord? Dacht het niet.

ultra-conservatief

Ergens in de jaren negentig deed ik voor de VPRO-radio verslag van de campagne van Pete Hoekstra, een toenmalige ultra-conservatieve Republikein uit Michigan. Een spectaculaire ervaring die begon in Holland, Michigan, waar ik Hoekstra’s streng-gereformeerde ouders - na de oorlog naar Amerika geëmigreerd - bezocht op de dag dat de lokale krant opende met een schisma in de lokale kerk. Niets veranderd sinds de dagen van dominee Van Raalte.

Ik vergezelde Hoekstra, die het later nog zou schoppen tot voorzitter van de Inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden, de commissie-stiekem zeg maar, en die ooit furore maakte door in 2006 nog te claimen dat er vijfhonderd chemische wapens waren gevonden in Irak – quod non. We toerden over het platteland van Michigan waar niet weinig boerenfamilies met Nederlandse wortels ons ontvingen in opkamers met Perzische tapijtjes en staande klokken, waar de kopjes koffie met een plakje cake of stroopwafels een warm gevoel van thuiskomen gaven.

Ik reed mee met de politieke assistent van Hoekstra, de jonge politicoloog David. Gestudeerd iemand dus, absoluut niet dom, keurige jongen, strak in het Harvard-pak. We hadden prettige gesprekken op de lange ritten door het lege platteland boven Grand Rapids. Langs de kaarsrechte highways stonden af en toe kleine gele bordjes met een letter en een nummer er op. Ik hield ze voor afstandsaanduidingen, of markeringen van ondergrondse buizen of kabels. Tot de jonge politicoloog me opeens vroeg of ik wist waar die bordjes voor dienden. Ik uitte mijn vermoedens.

‘Nee’, zei hij, ‘Die zijn er neergezet door de VN, zodat ze precies weten waar ze hun tanks moeten neerzetten wanneer ze de macht in ons land over gaan nemen.’

geen grapje

Toen mijn hartelijke lach langzaam wegstierf in het besef dat hij helemaal geen grapje had gemaakt, werd het nogal stil in de auto. Ik kende de VS nog niet zo goed als ik het land nu ken, en was toen nog verbijsterd door een gedachtengoed waarvan ik inmiddels weet dat het weliswaar niet mainstream is, maar dat het wel degelijk karakteristiek is voor een stroming in de Amerikaanse politiek die al decennia ook geworteld is in de Republikeinse Partij.

Die militia-fractie, het als-de–overheid-op-mijn erf-komt-schiet-ik-ze d’r-af-smaldeel in de blanke Amerikaanse bevolking, is de afgelopen decennia een steeds bepalender kracht geworden in de Republikeinse Partij. Door het niet aflatende werk van mannen als Charles en David Koch, door de herindeling van kiesdistricten die steeds meer ruimte gaf aan radicale kandidaten, door het politiek opportunisme van lui als Newt Gingrich en door de groeiende angst onder die laagopgeleide blanke bevolking die zichzelf langzaam in een minderheid ziet veranderen en de prijs betaalt van de globalisering. En door het politieke onvermogen en de foute keuzes van het ‘country-club’-establishment in die partij.

Hoewel de vrij briljante politieke analyst Nate Cohn hier nog eens uitlegt waarom Trump weliswaar meer kans maakt dan iedereen verwachtte, maar vermoedelijk toch niet zal winnen, is het dus onzin om hem te zien als een kandidaat die eigenlijk vreemd is aan de partij. Hij zit zeker nog niet in het hart, maar ‘fringe’ is hij helaas ook niet.

Al kan ik werkelijk niet bedenken wat op dit moment in rechts Amerika dan wél fringe genoemd kan worden.