Een ‘quickscan’ van terrorismewetenschappers had gevolgen voor het Amsterdamse antiradicaliseringsbeleid. Uit een vertrouwelijk document blijkt nu dat bij de NCTV stevige kanttekeningen zijn geplaatst bij het rapport.

De Amsterdamse antiradicaliseringsaanpak ging vanaf 2018 op de schop, mede door een zeer kritisch rapport van wetenschappers. In een interne nota van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) - in handen van Argos - hebben ambtenaren flinke aanmerkingen op dit rapport van terrorismewetenschappers Beatrice de Graaf en Daan Weggemans. Eén van de kritiekpunten: de wetenschappers lijken experts alleen te erkennen als zij ook wetenschapper zijn. 

In Argos gaat het zaterdag over de invloed van terrorismewetenschappers op het beleid en het publieke debat. Hoe groot is de kloof tussen praktijk en wetenschap? 

Download hierde interne NCTV Nota

Quickscan

Het radicaliseringsbeleid van Amsterdam was in 2017 onder een vergrootglas komen te liggen na de affaire rond deradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb. Zij verloor haar baan nadat ze was beschuldigd van fraude, maar werd later van blaam gezuiverd. De spanningen leidden tot leegloop van de antiradicaliseringsafdeling van de gemeente Amsterdam en een breuk met de zogeheten sleutelfiguren. Deze vrijwilligers met vaak een informatiepositie in de islamitische gemeenschap waren een belangrijke pijler in de Amsterdamse aanpak. De problemen waren voor toenmalig waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen reden om opdracht te geven tot een zogeheten quickscan van het Amsterdamse beleid door terrorismewetenschappers Beatrice de Graaf en Daan Weggemans. Meelezers van de quickscan waren de bekende wetenschappers Edwin Bakker en Bart Schuurman. 

Bevindingen

In februari 2018 komen de wetenschappers na twee maanden onderzoek met hun bevindingen. De conclusies zijn stevig. Zo zijn er volgens De Graaf en Weggemans te weinig checks and balances: ‘Te denken valt aan achtergrondchecks bij het inschakelen van externe adviseurs en deradicaliseringsexperts’. Ook is er forse kritiek op het sleutelfigurenbeleid. Dat zou onder meer niet voldoende ‘in het bestaande Nederlandse onderzoekslandschap zijn besproken’. 

In de quickscan van de wetenschappers staat ook dat het sleutelfigurenbeleid in Amsterdam ‘een eigen agenda’ was gaan volgen. ‘Dat wil zeggen dat het onderhouden van het sleutelfigurennetwerk en het verdelen van (kleine) projecten tussen netwerken en figuren onderling een doel op zichzelf leek te worden.’ De wetenschappers vragen zich af of er genoeg controle, evaluatie en monitoring heeft plaatsgevonden.

Gevolgen

De bevindingen hadden gevolgen voor het beleid. Van Aartsen meldde in een brief aan de gemeenteraad na de quickscan dat ‘de onderzoekers niet alleen achteromkijken, maar ook de weg naar de toekomst wijzen. Het vormt naar onze overtuiging een richtsnoer voor de komende periode.’ In deze brief staat ook dat zal worden gewerkt aan het verbreden van het netwerk van sleutelfiguren, maar het mede door Ait-Taleb opgetuigde netwerk van sleutelfiguren kwam niet meer terug. En hoewel de gemeente Amsterdam stelt nog steeds ‘een goed beeld’ te hebben van wat er speelt in de stad, betwisten critici dit

Vraagtekens

Bij de quickscan zijn flinke vraagtekens te plaatsen, blijkt uit een interne nota van de NCTV uit maart 2018. Het gaat om een analyse in opdracht van de NCTV om zicht te krijgen op wat er van de quickscan is te leren. In de nota staat dat bevindingen weliswaar ‘erg voorzichtig’ zijn opgeschreven’ en dat soms ‘alleen wordt gesuggereerd dat bepaalde zaken aan de hand zouden kunnen zijn’, maar volgens de opstellers van de NCTV-nota is het daarom des te opmerkelijker dat er in de quickscan conclusies en aanbevelingen staan. ‘Die bovendien zonder dezelfde voorzichtigheid te betrachten worden opgeschreven.’

Wetenschap vs. praktijk

‘Het lijkt alsof de onderzoekers zich op het standpunt stellen dat een expert alleen expert is als hij ook wetenschapper is’, aldus de NCTV-nota. ‘Hiermee miskennen zij de vaak grote afstand tussen wetenschappers en wetenschappelijke inzichten enerzijds en de praktijk van terrorismebestrijding anderzijds.’ Ook het verwijt dat er te weinig achtergrondchecks plaatsvonden bij het inschakelen van externe experts is volgens de makers niet juist: ‘De experts van Amsterdam waren zeker geen onbekenden in het veld. Sterker nog, de belangrijkste adviseurs (onder wie Scholten & Partners en David Kenning), zijn allen ook door de NCTV ingezet. Voor Amsterdam mag dit gelden als een achtergrondcheck.’

Over een door De Graaf en Weggemans geopperde commissie van onbezoldigde wetenschappelijke toezichthouders zeggen de opstellers van de NCTV- nota dat ‘dergelijke expertise in het counter terrorism-veld verre van zaligmakend’ is. ‘Veel belangrijke adviseurs in dat veld hebben een dergelijke achtergrond niet, en voor de wetenschap blijft het een onderwerp waar gezien de gebrekkige toegang tot (overheids)bronnen weinig onderzoek met directe beleidsrelevantie op gedaan kan worden.’

De NCTV-nota kraakt ook de observatie dat het sleutelfigurenbeleid een eigen agenda was gaan volgen: ‘In deze paragraaf worden een aantal veronderstellingen over sleutelfiguren in het algemeen gecombineerd met een aantal suggestieve vragen over de Amsterdamse aanpak.’ 

Adviseurs

Argos sprak met twee van de antiradicaliseringsadviseurs die de in oktober 2017 overleden burgemeester Eberhart van der Laan had aangesteld. Peter Scholten, die met zijn team het netwerk van sleutelfiguren heeft opgezet en David Kenning, de bedenker van de zogenaamde grijze campagne, een geheime campagne zonder afzender om jongeren via sociale media te beïnvloeden om niet naar IS-gebied af te reizen. Uiteindelijk zou de campagne nooit van de grond komen. De wetenschappers van de quickscan hebben met beide adviseurs geen contact gezocht voor hun onderzoek. Zowel Scholten als Kenning zijn daar verbaasd over. Peter Scholten geeft als reactie: ‘Deze vragen hebben ze dus niet aan mij gesteld, ik denk dat er een politieke reden is om dit niet te willen weten, want je kan geen onderzoek naar sleutelfiguren in Amsterdam doen, zonder dat aan de makers te vragen’.

‘Reëel risico’

Scholten denkt dat door het opheffen van de sleutelfiguren in de wijk mogelijk minder geradicaliseerden in beeld zijn: ‘Het gaat om ontsporende jongeren en dat je daar zicht op wilt krijgen en daar mis je nu een groot deel van je doelgroep’. Oud-politiechef Najib Tuzani van onderzoeksbureau NTA - eveneens actief in het veld van deradicalisering - wil geen commentaar geven op specifiek de ‘Amsterdamse kwestie’ maar sluit niet uit dat de gevolgen groot kunnen zijn. ‘Op het moment dat je vanuit verkeerde aannames of incomplete aannames beleid ontwikkelt, leidt dat tot keuzes die uiteindelijk niet goed gegrond, beargumenteerd en onwenselijk zijn. Daar zit echt een probleem. Het uiterste risico is dat we dingen missen, dat we mensen die levensgevaarlijk zijn verkeerd inschatten en dat we dat niet zien.” Tuzani spreekt over een reëel risico.

Zowel De Graaf als Weggemans laten weten niet te willen reageren, ook niet na herhaaldelijke verzoeken door Argos, sinds januari. Wel wordt de eindredacteur gebeld door een collega-onderzoeker van De Graaf, die beweert dat de nota van de NCTV, die Argos in handen heeft, een ‘losse flodder’ is, geschreven door een ‘junior medewerker’. 

De gemeente Amsterdam laat weten dat burgemeester Femke Halsema, de opvolger van Van Aartsen, zich ‘bewust was van het commentaar van de NCTV op de quickscan’ en de deze ‘dan ook niet actief heeft gebruikt bij de herijking van het beleid’ in 2019. 

Reactie NCTV

Een woordvoerder van de NCTV zegt dat ‘de nota is geschreven als interne toelichting en reactie op externe rapporten die interessant zijn voor het werk van de NCTV. Het is gebruikelijk dat ambtenaren van de NCTV relevante ontwikkelingen binnen hun taakveld volgen en vervolgens de aandachtspunten middels interne nota’s met collega’s delen. De rapporten zijn niet bedoeld voor openbaarmaking en de NCTV zal er geen toelichting op geven. De NCTV heeft geenszins twijfels over de wetenschappelijke kwaliteit van de beide onderzoekers (De Graaf en Weggemans, red.), en alle vertrouwen in de professionaliteit en kwaliteit van de onderzoekers. Om dat nog eens te onderstrepen: we werken op regelmatige basis samen met deze onderzoekers en hebben ook opdrachten gegeven zoals het boek Radicale Verlossing, geschreven door De Graaf, dat binnenkort uitkomt.’