de laatsten der Amerikanen

, Arnout Arens (9 minuten)

Vanaf de Russische lanceerbasis in Bajkonoer, Kazachstan, gaan al sinds de jaren negentig raketten met Nasa-astronauten de lucht in. Maar die samenwerking met de Amerikanen komt ten einde. 'Als straks iedereen weer zijn eigen weg gaat, dan wordt de wereld daar niet beter van.'

Bill Gerstenmeier heeft kleine oogjes gekregen van de slaap. Hij heeft samen met tientallen Nasa-medewerkers, familieleden van astronauten en journalisten in een chartervliegtuig gezeten dat achttien uur deed over de vlucht van Moskou naar Kazachstan. Een vlucht die eigenlijk maar drie uur had moeten duren. Nu staat de hoogste ambtenaar verantwoordelijk voor de Amerikaanse bemande ruimtevaart midden in de nacht op een verlaten vliegveld in Kazachstan te wachten op een bus die ons naar de Russische lanceerbasis Bajkonoer zal brengen.

'Bill is not amused,' wordt er gefluisterd door de Nasa-medewerkers om me heen: over zes uur rolt de raket uit en Bill heeft nog nooit van zijn leven een lancering gemist. Bill móét er altijd bij zijn, iedere keer als ze zijn mensen omhoog schieten. Hij komt hier al zo lang als de Amerikanen astronauten met de Russen mee lanceren: in 1995 was hij er voor het eerst. Al sinds Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte, doen de de Russen dat vanaf Kosmodroom Bajkonoer, midden op de Kazachstaanse steppe.

Als je voor het eerst vanuit het stadje Bajkonoer naar de lanceerbasis met dezelfde naam rijdt, is het alsof je op een andere planeet bent. De steppe is onvoorstelbaar vlak en er is van horizon tot horizon geen boom of berg te zien. Rijdend in dat landschap zie je dan aan je rechterhand een verzameling barakken en gigantische schotelantennes opdoemen die maar op een ding lijkt: een basis op een andere planeet. Sciencefiction, maar dan in het echt.

Dat sciencefictiongevoel maakt al snel plaats voor verbazing over de belabberde staat van alle gebouwen op het 6000 vierkante kilometer grote terrein. De bebouwde stukken van de lanceerbasis lijken op een spookstad vol leegstaande fabriekshallen en kantoren. Als we tussen twee gebouwen door rijden, moet onze chauffeur stoppen voor blaffende zwerfhonden die in de lege gebouwen blijken te wonen. 'Ik geloof dat ze gevoerd worden door de militaire politie,' vertelt Sasha, mijn door de Russisch ruimtevaartorganisatie toegewezen escorte. (tekst gaat verder onder de foto's)

Voor gids Sasha is de belabberde staat van de gebouwen niets bijzonders.

De Russische militaire politie die het terrein bewaakt heeft het er maar druk mee, die leegstaande gebouwen. De nacht voor de lancering worden we aangehouden door twee marechaussees die hulp nodig hebben met het vervangen van een lekke band. Een van hen deelt zijn laatste Russische Fruittella met me en vertelt dat ze de lekke band opliepen toen ze off-road achter een stel ijzerdieven aan zaten. Iedere nacht gaan er wel een aantal Kazachen uit de omgeving op strooptocht in de lokale leegstand.

De volgende ochtend rijden we langs een gebouw met afbladderende verf en verroeste opslagtanks. 'Dat zal ook wel zo’n leegstaande fabriek zijn?' opper ik vrolijk tegen Sasha. 'Nee,' zegt hij, een beetje gekwetst dat ik blijkbaar het verschil niet zie. 'Dat is de fabriek voor vloeibare zuurstof die we als brandstof gebruiken in al onze raketten.' En die op het eerste gezicht afbrokkelende fabriek is dus nog volop in bedrijf – al bijna veertig jaar. Want hier in Bajkonoer is het devies: als het werkt, waarom zou je er dan iets aan doen?

Dat is misschien ook wel het geheim achter het succes van de Soyuz: de raket en het ruimteschip waarmee de Russen al sinds de late jaren zestig mensen in een baan om de aarde schieten, en die in die zestig jaar maar mondjesmaat zijn gemoderniseerd. De Soyuz staat te boek als betrouwbaar, degelijk en veilig. Een schril contrast met de Amerikaanse spaceshuttles, waarvan er twee van de vijf verongelukten. Toen de shuttles uit dienst ging, werden de Amerikanen voor hun ruimtereizen volledig afhankelijk van oude aartsrivaal Rusland.  (tekst gaat verder onder de foto's)

In Bajkonoer wijst Lenin nog altijd de weg.

Die afhankelijkheid is Nasa een doorn in het oog, en daarom gaat daar dit jaar verandering in komen. In opdracht van Nasa gaat het Amerikaanse bedrijf SpaceX dit jaar met zijn Dragon 2 voor het eerst in bijna tien jaar weer Amerikaanse astronauten vanaf Amerikaanse bodem de ruimte in schieten. En Nasa heeft Boeing ingehuurd voor de bouw van een alternatieve capsule: de Starliner.

Zijn ze in Bajkonoer niet verdrietig dat de Amerikanen niet meer zullen komen? De persattaché van de Russische ruimtevaartorganisatie Igor Chodarkovski beweert stellig van niet. 'Wij hebben nog steeds de Protonraket waarmee we hiervandaan satellieten lanceren, en natuurlijk onze eigen bemande ruimtevaart. De toekomst van het kosmodroom wordt niet bepaald door onze samenwerking met de Amerikanen.'

Maar die Amerikanen betalen de Russen jaarlijks wel zo’n half miljard dollar voor het vervoer van hun astronauten. Als je dat vergelijkt met het budget dat de Russische ruimtevaartorganisatie Roscosmos van het Kremlin krijgt, komt de Amerikaanse bijdrage neer op bijna een vijfde van hun totale budget. Het vertrek van de Amerikanen moet dus wel degelijk een aderlating zijn.

Als dat geld wegvalt, is het maar de vraag of er nog veel werk overblijft in Bajkonoer. Maar Sasha maakt zich niet zo druk. Het is niet de eerste keer dat hier harde klappen vallen. Hij was tien toen de Sovjetunie viel. Zijn beide ouders, allebei werkzaam op de basis, kregen maandenlang niet betaald. Hij werd op pad gestuurd om hout te sprokkelen, want stroom en warm water waren er niet. Sasha woont nog altijd bij zijn moeder in het stadje Bajkonoer, buiten de lanceerbasis.  (tekst gaat verder onder de foto's)

Bijna klaar voor de lancering.

De delegatie Russische officials die het museum bezoekt heeft geen oog voor Tatiana’s tentoonstelling. Ze lopen rechtstreeks door naar een ander topstuk, achterin de zaal: de back-up van de spoetnik. Ze werden tegelijk gebouwd, maar deze spoetnik bleef achter in Bajkonoer terwijl zijn broertje in 1957 wereldgeschiedenis schreef als het eerste door mensen gemaakte object in een baan om de aarde. Met zijn gelijkmatig piepende radiosignaal wist hij de Amerikanen de stuipen op het lijf te jagen: het startsein van de ruimterace.

Op het moment dat de raket gelanceerd wordt, verbaast het me hoe erg dat op een vuurpijl lijkt. Maar dan wel eentje met drie mensen in de top. Als de baan van de raket opzij begint te buigen, zie ik dat een van de gigantische roestbruine antennes op het terrein begint mee te draaien: hij volgt de baan van de raket. Alweer blijkt iets waarvan ik dacht dat het een stoffig relikwie was een prima functionerend stukje Russische hardware. Ach ja, waarom zou je iets dat werkt moeten verruilen voor iets nieuws?

Bill Gerstenmeier komt vrolijk lachend met een Russische kosmonaut langslopen, op weg naar de bussen die terug naar de stad gaan. Iedereen gaat naar de bioscoop van Bajkonoer waar Marx, Lenin en Gagarin socialistisch-realistisch op de muur geschilderd zijn. Daar ziet Bill op een groot scherm hoe de bemanning aankomt op het ISS. Hij glimlacht. De vrouw van de Canadese astronaut zegt dat ze zo opgelucht is. De vader van de Amerikaanse kijkt trots en de vrouw van de Rus moet huilen. Een gek idee, dat dit onooglijke theatertje in Kazachstan zo ongeveer de laatste plek op aarde is waar de Russen en de Amerikanen nog harmonieus samenwerken. 

klaar voor de start...

af!

advertentie