terugkijken

VPRO Thema: Game of Phones

terugkijken

VPRO Thema: Game of Phones

De smartphone lijkt ons leven tot één groot spel te maken. Het spelelement dringt op veel vlakken door: in de liefde, op de werkvloer, in de zorg en bij de politie. Wat zijn de gevolgen van die tendens? En wat is het spel dat tegelijkertijd aan de achterkant – door de bedrijven die deze apps bedenken – met ons gespeeld wordt?

dit filmpje kaapt je mobiel

De korte smartphone film MarkyMark87 speelt zich geheel op je telefoon af en geeft een kijkje in de ongelooflijke hoeveelheid aan informatie die per dag op ons afkomt via de mobiele telefoon. 

Deze unieke mobiele film die je verticaal bekijkt op je smartphone, neemt jouw telefoon voor 7 minuten over. Het lijkt of jouw mobiel de smartphone van MarkyMark87 wordt. Ervaar zijn online dating verhaal aan de hand van Whatsapp chats, Happn chats, foto’s en video’s.

Regisseur Kurt Platvoet: 'Je smartphone is je wereld. Je brengt er dagelijks uren mee door, ontmoet er vrienden, onbekenden, kletst over onzin, deelt er je diepste gedachten. Daarom is een smartphone als vorm ook een geschikte plek om een verhaal in te vertellen. Een verhaal dat heel dichtbij voelt omdat het zich letterlijk in je eigen hand, je eigen vertrouwde telefoonomgeving afspeelt.'

thema-uitzending

Het is nog maar tien jaar geleden dat de smartphone werd gelanceerd. Daardoor is de manier waarop we ons leven leiden en de manier waarop we veel dingen ervaren enorm veranderd. Met de komst van de smartphone werd ook het begrip gamification geïntroduceerd: het fenomeen waarbij elementen uit de gamewereld worden toegepast buiten games om. De spelende mens wordt graag uitgedaagd om zichzelf te overtreffen, om doelen te halen, om de competitie aan te gaan – met anderen, maar ook met zichzelf. Een hogere rate, meer likes, een volgend level. De smartphone is daarvoor het ideale instrument en de smartphone en gamification vormen een bijzonder goed huwelijk. De smartphone is er immers altijd voor je.

Het thema wordt in een caleidoscopische uitzending op verschillende manieren belicht. Zo vertelt de 15-jarige Thaliyah over hoe Instagram (en de ongeschreven regeltjes die met de app gepaard gaan) een ongelooflijk belangrijke rol speelt in haar leven. Daarnaast ook een portret van Tonia, een 69-jarige oud-stewardess die zich in haar huidige beroep als Uber-chauffeur laat leiden door een app die werkt met een score-en puntensysteem. Wat doet het met je als je de hele dag door wordt beoordeeld?

Tonia is een 69-jarige oud-stewardess die zich in haar huidige beroep als Uber-chauffeur laat leiden door een app die werkt met een score-en puntensysteem. Wat doet het met je als je de hele dag door wordt beoordeeld?

Ik heb liever een app als baas dan een persoon. Geen functioneringsgesprekken meer en je weet waar je aan toe bent.
Ja
Nee

Ook is er ruime aandacht voor de snel toenemende mogelijkheden met gezichtsherkenning. Documentairemaker Eef Hilgers onderzoekt een Russische app die het mogelijk maakt om op straat een fotootje van iemand te maken om hem of haar vervolgens met gezichtsherkenningstechniek te traceren, zodat binnen een mum van tijd persoonsgegevens bekend zijn. (NB. Het is in Nederland (nog) niet toegestaan omwille van privacy).

Aan de achterkant van al die apps wordt ook een 'spel' gespeeld: het spel met onze data. In het filmpje I Accept maakt programmamaker Anthony van der Meer (bekend van de documentaire Find my Phone) inzichtelijk waar men nu precies ‘ja’ op zegt bij het installeren van een app. Hiervoor doet een aantal mensen mee aan een experiment. De deelnemers hebben een app geïnstalleerd op hun telefoon die geen functie heeft, maar wel precies dezelfde toegang geeft tot je data als andere apps. Door al die gegevens te bekijken en te analyseren onderzoekt Anthony van der Meer als een soort menselijk algoritme wat voor gegevens aan elkaar gekoppeld kunnen worden en hoe door al die gegevens een interessant profiel opgesteld kan worden.

Verder laten app-ontwerpers zien hoe zij ons verleiden om zo veel mogelijk met de smartphone in de weer te zijn, en wordt inzichtelijk gemaakt hoe groot de invloed van smartphones is bij het politiewerk.

Programmamaker Maarten Slagboom:

'Het fascineert me dat veel dingen die voorheen als kinderachtig werden weggezet steeds meer geaccepteerd raken voor volwassenen. Het begon met hartjes en duimpjes, maar je ziet dat nu ook in de gezondheidszorg en bij de politie wordt geëxperimenteerd met apps die op een spelletje lijken. Ongemerkt lijkt gamification de manier waarop we met elkaar omgaan en in de wereld staan te veranderen. Met deze uitzending wilde ik onderzoeken wat daaraan ten grondslag ligt en wat de gevolgen zijn.' 

We moeten ons zorgen maken om de manier waarop gamification in de toekomst wordt ingezet door bedrijven.
Ja
Nee

hoog spel

Tekst: Maarten Slagboom

Met de komst van de smartphone deed het begrip gamification zijn intrede. Apps lijken één groot spel van ons leven te maken, maar in werkelijkheid gaat het er vaak serieuzer aan toe. Onze data zijn namelijk goud waard. 

Lees het hele artikel door op 'open' te klikken.

Als Homo ludens wordt aangehaald, de klassieker van historicus Johan Huizinga die precies tachtig jaar geleden verscheen, wordt nog wel eens vergeten dat dit boek een uitgesproken waarschuwend karakter had. Homo Ludens (‘de spelende mens’) was niet alleen een ode aan het spelelement in onze cultuur, de historicus wees er in 1938 ook op dat de samenleving aan spelerosie leed en steeds meer ‘verernstigde’. Spelen is een van de belangrijkste fundamenten van de samenleving, redeneerde hij, en de teloorgang daarvan was onder meer te wijten aan de voortschrijdende technologie. 

Het ironische is dat het juist diezelfde technologie is die het spelelement in ons leven vandaag de dag sterker lijkt te maken dan ooit. Ongeveer gelijktijdig met de introductie van de eerste smartphone (2007) deed het begrip gamification zijn intrede. Je kunt bijna geen app bedenken of je kunt er likes mee genereren en scores, rates of hogere levels mee halen, en de badges worden steeds frivoler. Oppervlakkig gezien lijkt de gamification-hype over z’n hoogtepunt heen, maar wie beter kijkt, ziet dat dit alleen maar komt doordat het inmiddels de nórm is geworden bij de designers van al die apps die ons de hele dag door naar die smartphone doen grijpen. Er is bijna geen terrein meer over dat niet op de een of andere wijze gamified is. Van de datingwereld tot de werkvloer, van de gezondheidszorg tot de politie. Veel gedrag dat we een paar decennia geleden nog als ronduit kinderachtig zouden bestempelen, lijkt in onze tijd vrij algemeen geaccepteerd onder volwassenen. 

gouden medaille

In het programma VPRO Thema: Game of Phones laten we een aantal pregnante voorbeelden zien. Zo portretteren we de 69-jarige oud-stewardess Tonia, die sinds enige tijd Uber-chauffeur is om haar karige pensioentje aan te vullen. Ouderwetse functioneringsgesprekken hoeft ze niet meer te voeren, ze wordt de godganse dag beoordeeld door een app die bijhoudt of ze haar diamanten icoontje nog wel verdient. ‘Hoe sta jij met je rating?’ vraagt ze aan een collega-chauffeur, eveneens een zestiger. ‘Ik heb 4,89,’ zegt Tonia. ‘O, maar dat is ook hartstikke goed hoor,’ reageert hij monter, ‘dan heb jij een gouden medaille volgens mij.’ We zien ook een ernstig getraumatiseerde vrouw die zich door de dag loodst met behulp van een app die haar spanningsniveau bijhoudt en suggesties doet om haar score te verbeteren. Ook organisaties, instanties en overheden hebben in de gaten dat we er met z’n allen meer en meer op vertrouwen dat hun diensten leuk en uitdagend zijn. Zo werkt de politie, daarbij onder meer geïnspireerd door Pokémon, aan een app die burgers op speelse wijze moet stimuleren om te helpen zoeken naar gestolen auto’s. Nieuwe technieken, in het bijzonder die rond gezichtsherkenning, staan te trappelen om ons nieuwste speeltje te worden. Gamification gaat allang niet alleen meer over likes, punten en badges, ook in overdrachtelijke zin nodigt nieuwe technologie ons steeds vaker uit tot speels gedrag. We swipen op Tinder langs foto’s van potentiële nieuwe liefdespartners, gebruiken bonte emoji’s om onze gevoelens te uiten en houden onze prestaties bij via hartslag-apps en stappentellers. En onze prestatie kan altijd beter. Een dag niet uitgedaagd, zo lijkt het, is een dag niet geleefd.

puppet master

Huizinga kon er alleen van dromen, ware het niet dat hij nadrukkelijk schreef dat aan ‘spel’ geen direct nut of materieel belang verbonden zou mogen zijn. En daar wringt de schoen natuurlijk. Want aan de achterzijde van al die apps die ons leven tot een groot spel lijken te maken, wordt in veel gevallen natuurlijk ook een heel ander spel gespeeld: het spel met onze data. Het Cambridge Analyticaschandaal eerder dit jaar, waarbij een databedrijf miljoenen profielen van Facebookgebruikers inzette voor verkiezingscampagnes, is nog maar het topje van de ijsberg; al onze data zijn de legoblokjes van datahandelaars, die driftig profielen opstellen met behulp van algoritmes. In onze uitzending laten we zien hoe dat er in het klein uitziet, wanneer een programmamaker, als ware hij een soort puppet master, gaat goochelen met al die data en zo een menselijk algoritme nabootst. In no time kent hij de vrijwilligers die onze app installeren – en hem daarmee dezelfde toegang tot hun data verschaffen als populaire apps als Instagram of Candy Crush – beter dan z’n beste vrienden. 

geliefde

Dankzij privacyschandalen groeit onze bewustwording over het spel dat met ons smartphonegebruikers gespeeld wordt. Maar het is de vraag of we het spelletje daarom niet meer willen spelen. Want hoewel ‘minder op de smartphone zitten’ bij de jaarlijkse goede voornemens de klassiekers ‘stoppen met roken’ en ‘minder drinken’ inmiddels bijna van de troon stoot, wijst niks er nog op dat we de smartphone daadwerkelijk minder gebruiken. Er kan altijd nog een level bij, een paar likes, een hogere rating, een mooie badge. De smartphone is in tien jaar tijd uitgegroeid tot een intieme vriend, een personal assistant, een zakcomputertje, een wapen (vooral dankzij de camera waarmee we continu alles kunnen vastleggen) en uiteindelijk vooral ook tot ons permanente infuus voor gelukshormonen als dopamine en serotonine. ‘De smartphone heeft het in zich om een geliefde te worden,’ schreef filosoof en mediaonderzoeker Miriam Rasch vorig jaar in haar essaybundel over het digitale tijdperk, ‘hij is altijd bij je, hij ligt op het kussen naast je in bed, hij vlijt zich in je broekzak, klaar om te trillen, net naast de schaamstreek.’ Toch lijkt er langzaam maar zeker iets te kenteren. Er zijn spelbrekers die hun smartphone inruilen voor een basale dumbphone en het fenomeen digitale detox neemt in populariteit toe. Maar of die rimpelingen in de vijver het begin zijn van een omwenteling laat zich nog moeilijk raden. Huizinga schreef al: ‘De spelstemming is uit haar aard een labiele. Elk oogenblik kan het “gewone leven” zijn rechten hernemen, hetzij door een schok van buiten, die het spel stoort, of door een vergrijp tegen de regels, of van binnenuit door een bezwijking van het spelbewustzijn, een ontgoocheling, een ontnuchtering.’

in de ban van de app

Tekst: Han Ceelen

VPRO Thema is deze week gewijd aan de smartphone, een apparaat waarmee we spelen, maar het bespeelt ons ook. Wie heeft de controle, wij of de appmakers?

Lees het hele artikel door op 'open' te klikken.

 

In 2006 verscheen in dagblad Trouw een artikel over tv-verslaving. Journalist Mark Traa beschreef een experiment waarbij 150 Amerikaanse studenten een halfuur naar een leeg tv-scherm moesten kijken. De resultaten stelden niet teleur: ‘Menig proefpersoon bezweek bijna aan verveling en eenzaamheid, of greep vanuit een automatisme naar de afstandsbediening, om die vervolgens weer moedeloos weg te leggen.’ Het maakte nog eens duidelijk, concludeerde de krant, ‘dat mens en televisie op een bijna angstaanjagende manier met elkaar zijn verknoopt’. 

Twaalf jaar later komt die conclusie ons lachwekkend voor, zeker als het studenten betreft. Maar vervang het woord ‘televisie’ door ‘smartphone’ en ze klinkt ineens weer razendactueel. Volgens het CBS beschouwt 29 procent van de achttien- tot en met 25-jarige Nederlanders zich intussen als verslaafd aan (de apps op) het apparaat. Wie googelt op ‘smartphoneverslaving’ wordt overspoeld met tips, boeken en cursussen. En onlangs nog startte NRC een reeks over mensen die hun smartphone een halfjaar inruilen voor een ‘ouderwetse’ Nokia.

Voor VPRO Thema was het aanleiding om een uitzending te wijden aan de manier waarop de smartphone in het afgelopen decennium onze levens heeft veranderd. Daarbij zoomen de makers onder meer in op gamification: de manier waarop speltechnieken als likes, levels en ratings worden toegepast bij – in dit geval – telefoons en apps. 

‘Games zijn voor de smartphone de kanarie in de kolenmijn,’ zegt David Nieborg, die onderzoek doet naar de game-industrie aan de University of Toronto. ‘Gamemakers zoeken net als Facebook alle 
mogelijke grenzen op. Technologische, maar ook sociale en economische. In de onlinegamesector zijn dingen gebeurd die veel verdergingen dan wat Facebook deed met Cambridge Analytica.’

Skinner-box

Veel van de foefjes die onze smartphone zo onweerstaanbaar maken, komen voort uit de gedragspsychologie. Al in 1930 ontwierp Harvardpsycholoog B.F. Skinner een kistje waarin ratten en duiven werden beloond met eten als ze op een knopje drukten. Een van Skinners conclusies was dat dieren die slechts af en toe werden beloond het langst doorgingen met drukken. 

Hoewel veel van Skinners theorieën later uit de mode raakten, maakte men in de spellen- en gokindustrie dankbaar gebruik van de inzichten die zijn ‘Skinner-box’ opleverde. Casino-eigenaren zagen er een bevestiging in van iets wat zij allang wisten: mensen blijven het langst aan de speeltafel zitten en krijgen de grootste dopaminekick als je ze slechts af en toe een beloning geeft. 

In 2007 raakte ook Silicon Valley in de ban van Skinners ideeën. In dat jaar gaf gedragspsycholoog B.J. Fogg aan Stanford University een inmiddels legendarische cursus gedragsdesign. Hierin leerde hij zijn 75 studenten hoe ze software konden bouwen die de gebruiker onbewust liet doen wat de maker wilde, onder meer door zich te bedienen van een wisselende beloning. 
Foggs cursus kwam op exact het juiste moment, zo schreef het tijdschrift Wired. De eerste iPhone was net van de band gerold, de appstore zou het jaar daarop volgen en Facebook – toen drie jaar oud – was net begonnen met het promoten van apps van derden in zijn Newsfeed. Veel van Foggs cursisten gingen zelf apps ontwikkelen, zoals Mike Krieger, die Instagram oprichtte. Anderen brachten hun kennis in de praktijk bij Facebook, Google of Uber. Een groot gedeelte werd miljonair. 

zelfbeheersing

Toch waren er ook deelnemers die twijfels hadden bij Foggs methoden. Tristan Harris ging nog wel aan de slag bij Google, maar kreeg steeds meer ethische bezwaren tegen de overredingstechnieken die het bedrijf toepaste. Hij schreef er een spraakmakend memo over, werd gevraagd om productfilosoof te worden bij Google, maar vertrok in 2015 toch bij het bedrijf. Sindsdien strijdt hij met zijn organisatie Time Well Spent voor moreel integer sofwaredesign. ‘Je kunt wel zeggen dat het een kwestie is van zelfbeheersing,’ zo verklaarde hij tegen het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic. ‘Maar dan vergeet je dat er aan de andere kant van het scherm duizend mensen aan de ondermijning van jouw zelfbeheersing zitten te werken.’

Nieborg vindt dat Harris een beetje overdrijft. ‘Niemand dwingt ons om telefoons of apps te gebruiken. Natuurlijk worden er trucjes gebruikt om onze aandacht vast te houden, maar het is heus niet zo dat er mensen in een geheime bunker in Palo Alto zitten te denken: haha, we gaan al die domme mensen eens verslaafd maken. Ze proberen een zo aantrekkelijk mogelijk product te maken, en dat kun je ze niet kwalijk gaan nemen. Je gaat een filmmaker of een autofabrikant toch ook niet vragen om een minder leuke film of auto te maken?’ 

verdienmodellen

Excessief smartphonegebruik kun je volgens Nieborg dan ook het beste tegengaan met praktische oplossingen. ‘Zet je telefoon ’s avonds uit, of spreek als je naar de kroeg gaat af dat iedereen hem van tevoren inlevert.’
Het echte pijnpunt is volgens Nieborg het advertentiemodel van platforms als Facebook en Google. ‘Daardoor lopen we nu allemaal met een apparaatje dat op een telefoon lijkt, terwijl het in feite een hypergeavanceerd afluisterapparaat is dat vooral bezig is jou advertenties voor te schotelen. Mensen spreken over het Cambridge Analyticaschandaal, maar dat was geen schandaal. Het is het systeem. Dit is hoe Facebook opereert. En aangezien Facebook bijna een publieke dienst is geworden, die voor een groot deel de infrastructuur van de smartphone bepaalt, doen we er allemaal aan mee.’
De oplossing voor het probleem ligt deels bij onszelf, stelt Nieborg. ‘Wij willen niet betalen voor Facebook en dan word je zelf het product, zoals al vaak is gesteld. Maar het kan ook anders: we zouden een maatschappelijk debat moeten voeren over alternatieve verdienmodellen voor dit soort bedrijven, zoals een abonneemodel of open source.’

Daarnaast moeten techreuzen als Facebook volgens hem keihard worden gereguleerd. ‘We hebben in Nederland een wat naïeve bewondering voor mensen als Mark Zuckerberg, Steve Jobs en Jeff Bezos. Maar het zijn nietsontziende zakenlui met een extreem rechtse economische agenda, die er alles aan doen om aan publieke controle te ontsnappen. Als we die niet aanpakken, was de manipulatie die we bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gezien nog maar het begin.’ 

duurzaam door Buitenveldert

Tekst: Elja Looijestijn

Een speciale app met spelelementen moet oudere inwoners van de Amsterdamse wijk Buitenveldert stimuleren duurzamere vervoerskeuzen te maken. 

Lees het hele artikel door op 'open' te klikken.

‘Het leuke van oud worden, is dat je zoveel ziet veranderen,’ zegt Cisca Griffioen (74). ‘Toen de eerste computer kwam, dacht ik: ga ik dat nog wel leren? Nu kan ik me geen leven zonder internet meer voorstellen.’ Griffioen doet mee aan het project Spaar de Buurt in haar Amsterdamse wijk Buitenveldert. Kennisinstituut Waag, dat de sociale en culturele impact van nieuwe technologieën verkent, ontwikkelt samen met de bewoners een app om mobiliteit in de buurt te verbeteren. Conceptontwikkelaar Judith Veenkamp (29) legt uit hoe het zit. ‘Spaar de Buurt is onderdeel van een groot, meerjarig Europees project, Mobility Urban Values (MUV). Dat draait om de vraag hoe je met technologische interventies en gamification duurzame vervoerskeuzes kunt stimuleren bij mensen in de stad. Steden raken steeds voller, dus is het belangrijk om te zorgen dat ze leefbaar blijven. Je moet makkelijk van A naar B kunnen komen zonder in de smog en in de file te staan. Dit mobiliteitsvraagstuk wordt in zes Europese pilotsteden uitgewerkt, allemaal met een andere context. Wij werken samen met het stadsdeel Zuid, in de buurt Buitenveldert, een gebied waar veel ouderen wonen.’ Uiteindelijk wordt er samen met de buurtbewoners een app ontwikkeld. ‘Het wordt een algemene app voor heel Europa, met buurtspecifieke elementen. Je geeft erin aan wanneer je je verplaatst. Vervolgens maakt de app een inschatting van hoe je reist: lopend, met de auto of met openbaar vervoer. Voor duurzame vervoerskeuzes kun je punten krijgen. Die zijn in te wisselen bij lokale ondernemers, maar het was een wens van de Buitenveldertse ouderen dat er met de punten ook iets toe te voegen is aan de buurt, zoals bankjes of onderhoud van parken. We willen dat de app aansluit bij de belevingswereld van ouderen, en dat zij er ook waarde uit halen.’

mobiliteit

Begin dit jaar werden vier workshops georganiseerd. Daarin konden buurtbewoners hun behoefte kenbaar maken, verzonnen ze creatieve oplossingen voor knelpunten in de wijk en maakten ze een eerste opzet voor de app. ‘Die bijeenkomsten op zich voorzagen al in een behoefte,’ merkte Veenkamp. ‘De buurtbewoners vonden het erg leuk om bij elkaar te komen en samen ergens aan te werken. Bij alle workshops bleek dat ze graag veel sociaal contact willen. Daarnaast kwamen we erachter dat mobiliteit voor ouderen ingewikkelder ligt dan voor andere groepen in de samenleving. Mobiliteit is een belangrijke manier om sociaal verbonden te blijven en deel te nemen aan de maatschappij. En door bewegen blijft men langer gezond. Maar ouderen vinden het soms lastig om te fietsen in de drukte, komen met de rollator obstakels tegen, hebben last van losse stoeptegels of slecht verlichte wegen.’

Buurtbewoonster Griffioen vond de bijeenkomsten ‘heel aardig’, vertelt ze. ‘Ze hebben zich flink ingespannen om ons aan het werk te krijgen. Er kwamen veel leuke ideeën naar voren om de sociale cohesie te verbeteren. Tegelijkertijd denk ik wel dat je met zo’n app vooral de mensen bereikt die handig zijn met technologie en die zelf het initiatief nemen om mee te doen aan zo’n project. Eenzame mensen en digibeten zul je niet snel meekrijgen.’ 
‘Ik was bang dat mensen zich misschien zouden laten weerhouden door het technische verhaal,’ zegt ook Veenkamp. ‘Maar de meeste moderne ouderen hebben een smartphone en kunnen soepel met apps overweg. De eerste bijeenkomsten gingen ook nog niet over de technologie, maar meer over de vraagstukken en ideeën die de bewoners hadden.’

stappenteller

De MUV-app, waarvan de eerste versie in september wordt gelanceerd, maakt ook gebruik van gamification, wat betekent dat elementen uit games worden ingezet om mensen in de echte wereld tot bepaald gedrag aan te zetten. ‘Ik denk dat gamification op veel maatschappelijke vlakken interessant kan zijn,’ zegt Veenkamp. ‘Zelf denk ik altijd dat ik er niet gevoelig voor ben, maar als ik de stappenteller op mijn iPhone aanzet, probeer ik toch extra stappen te zetten en vergelijk ik mezelf met mijn vriend. Om bijvoorbeeld inzicht te krijgen in hoeveel je beweegt, kunnen spelelementen en een beetje competitie heel nuttig zijn. Natuurlijk gaat gamification niet alle wereldproblemen oplossen, en ik heb soms ook mijn twijfels bij de sturende component. Je kunt je afvragen in hoeverre het wenselijk is dat je als mens wordt gestuurd door de technologie, ook al zijn die keuzes uiteindelijk misschien beter voor je. Veel apps en platforms zijn erop gericht om je zo vaak mogelijk terug te laten komen, dat is het businessmodel. Het is niet de bedoeling van onze app dat hij ook zo verslavend is. We streven ernaar dat hij een verlengde is van de buurt en aansluit op de behoeften van de mensen die er wonen. Dat kan denk ik alleen door hem samen met de mensen te ontwikkelen. Ze moeten er iets positiefs voor terugkrijgen, en niet die bevrediging van de verslaving.’ 

‘Ik ben geen spelletjesmens,’ zegt mevrouw Griffioen, die tot haar pensioen hoofddocent anatomie was bij het AMC. ‘Ik heb wel een smartphone, maar probeer het aantal apps te beperken, anders ben ik er de hele dag mee bezig. Voor mij zijn de smartphone en laptop echte gebruiksvoorwerpen. Ik speel geen spelletjes, maar e-mail ontzettend veel. Je staat buiten de wereld als je geen computergebruiker bent. Veel van mijn buurtgenoten zijn niet zo handig met de technologie. Je moet mensen een reden geven het te gebruiken, heb ik gemerkt. Het helpt bijvoorbeeld als ze kleinkinderen hebben met wie ze foto’s uitwisselen. En je moet het bijhouden, anders zakt de vaardigheid weer weg.’ 

smart citizens

Als na de zomer de eerste versie van de app klaar is, wordt die samen met de buurtbewoners getest. ‘Dan gaan we ook bespreken hoe ze het vinden om door de technologie gevolgd te worden,’ zegt Veenkamp. ‘We willen het hebben over het idee dat ze hun data afstaan en gestuurd worden in hun keuzes door een app. Bij Waag vinden we het belangrijk om de technologie kritisch te bevragen. De gebruikers moeten ook zelf beschikking hebben over de gegevens.’ Er komen naast de app ook monitoring stations in de wijk: kastjes die gegevens verzamelen met sensoren. Ook die ontwerpen we in samenspraak met de bewoners. ‘Ze kunnen bijvoorbeeld luchtvervuiling, beweging, verlichting, geluidsoverlast of drukte meten. Ze brengen de buurt in kaart en vullen de informatie uit de app aan.’ 

Zo worden de bewoners van Buitenveldert hopelijk smart citizens. ‘Het overkoepelende doel is om mensen bewust te maken van hun vervoerskeuzen,’ zegt conceptontwikkelaar Veenkamp. ‘Daarnaast vinden we het belangrijk dat de gebruikers van de technologie er ook grip op hebben, en iets kunnen met de informatie die ze zelf genereren. We hopen dat ze gesterkt worden in de onderbouwing van wat ze willen met de buurt, en dat de technologie ze daarbij helpt.’ 

Mevrouw Griffioen is een zeer betrokken bewoner van Buitenveldert, de buurt waar ze al vijftig jaar woont. ‘Ik ben voorzitter van een huurdersvereniging en van bewonersplatform Zuidas en betrokken bij Ouderenvriendelijk Buitenveldert. Er wordt ontzettend veel georganiseerd in de buurt, het lijkt wel of iedereen iets met deze wijk wil.’ Een extra app heeft ze dus niet nodig om meer de deur uit te komen. ‘Ik ben dan wel bejaard, maar ik heb een ontzettend druk leven, dus ik heb niet per se behoefte aan extra afleiding. Het belangrijkste, maar ook het lastigst, is om de meer geïsoleerde bewoners ook te bereiken.’ Daarvoor moet de app in elk geval zeer eenvoudig zijn, vindt ze. ‘Hij moet door iedereen makkelijk en in kleine stapjes te bedienen zijn. Het is belangrijk mensen mobiel te houden, maar het openbaar vervoer is hier niet al te best. Dus alle beetjes die hieraan kunnen bijdragen, helpen.’ 

James, voor al uw horecawensen

Tekst: Hugo Hoes

Ervaren horecaman Tijl Verschuur (39) van The Hospitality Factory presenteert binnenkort James, een app die voor meer flexibiliteit en kwaliteit in de horeca moet zorgen, maar zonder uitzendkrachten. Hoe werkt dit?

Lees het hele interview door op 'open' te klikken.

Hoe is dit idee ontstaan?
Tijl Verschuur (39): ‘Anderhalf jaar geleden heb ik mijn drie horecazaken in Nijmegen verkocht en ben ik gaan adviseren in de hospitality-wereld. Daar zag ik veel flexwerkers van nogal laag niveau. Mensen bij de ingang die met een dienblad met daarop een jus d’orange en een rode wijn staan te wachten tot het laatste glas van hun blad is gepakt. Horecastandbeelden. Daar viel zoveel te winnen in kwaliteit. Daarnaast zocht ik iets dat inkomsten zou kunnen genereren zonder dat ik daar lijfelijk bij aanwezig zou hoeven zijn. Ik dacht: hé, een app voor horecapersoneel. Er zijn mensen nodig en er is personeel. Ga maar matchen en vind elkaar in die app. Beide partijen kunnen elkaar daar over en weer raten en je pakt een marge op het uurtarief. Ik dacht: potverdomme, dát is een goed idee. En het ís een goed idee.’

Waarom?
‘Als je nu belt naar een horeca-uitzendbureau zijn er van de twintig mensen die je uitvraagt vijf goed, tien middelmatig en vijf niet zo goed. Als opdrachtgever wil je twintig goede en zelf kiezen wie tegen welk tarief voor je komt werken. En ook dat bewezen is dat iemand kan bladlopen, kennis heeft van speciaalbier of barista is. Daar heb ik de app James voor ontwikkeld.’

Hoe werkt die?
‘De opdrachtgever zet een opdracht uit. Die heeft twee mensen nodig. Een barman met verstand van speciaalbier en een ober voor het terras. Dan gaat de app filteren. Iedere medewerker mag reageren op de vacature, maar als er geen aantoonbare kennis is over speciaalbier plopt direct een examen over speciaalbier op. Vijftien vragen die je alleen goed kunt beantwoorden als je er echt mee gewerkt hebt. Hij zet de opdracht uit voor een minimumtarief van zeventien euro en het maximum bepaalt hij zelf. James pakt een vaste fee, een percentage over het uurtarief. Heel transparant. Als de medewerker aan zijn dienst begint, klokt hij in met James en na afloop klokt hij weer uit. Op dat moment krijgen beide partijen een bericht. Jullie hebben met elkaar gewerkt. Wat vond je ervan? De medewerker mag vijf sterren verdelen over onder meer ontvangst, beleving, teamspirit en begeleiding van de werkgever. Die op zijn beurt inventiviteit, flexibiliteit, enthousiasme en uitstraling beoordeelt. Alles wordt automatisch doorgestuurd en de uren worden uitbetaald. Iedereen blij.’

En de klant?
‘De gast houdt wat hij heeft. Ik kom uit de horeca en ben bekend met het feit dat ik door iedereen beoordeeld werd. In Iens, allerlei eet-apps, noem maar op. Altijd wordt er op ongezouten wijze van alles over ons gezegd. Niet altijd leuk en het kan best pijnlijk zijn als iemand een slechte recensie over je zaak schrijft of je volledig afzeikt, maar het zijn wel leermomenten. Elke klacht is een cadeautje. In mijn zaken werkten veel studenten. Die hadden allemaal tegelijk tentamenperiodes en dan konden ze niet werken. Heb je een probleem. Daarna wilden ze allemaal tegelijk werken. Weer een probleem, want dan heb je niet genoeg werk. Gooi de mensen in James, spreek vaste dagen met hen af en haal ze uit James als ze tentamens hebben.’

Als het slaagt is het een goudmijn.
‘Het kan financieel interessant zijn. Als de markt hiermee wordt geholpen zou het helemaal te gek zijn, want ik draag de hospitality-wereld een warm hart toe.’

Dit systeem lijkt ook buiten de horeca toepasbaar.
‘Er zijn wel initiatieven die hier op lijken, bijvoorbeeld voor klusbedrijven. In de zorg of het onderwijs kan het ook werken. Daar heb je ook veel te maken met invallers. Noem je het Teach-in plaats van James.’

Het is gewoon matchen.
‘Ja, maar wel met oog voor kwaliteit. Bij een uitzendbureau kost een gewone barman twintig euro per uur en eentje die kan tappen en om zich heen kan kijken 24 euro. Bij ons gaat het leeuwendeel naar de medewerker en wij pakken nog steeds een percentage op het uurtarief.’

James is slecht nieuws voor uitzendbureaus.
‘De markt verandert toch. Het levert een vluchtigere personeelswereld op.’

Vluchtiger?
‘Ja, zoals in: iemand werkt vandaag bij mij, maar morgen elders. Daardoor verandert de binding met je personeel, dat in de oude situatie meer uit een vast team bestond.’

Klinkt niet positief.
‘Nou, de wereld verandert en dit kan een gevolg zijn. Zelf vond ik het ook altijd leuk om een team te hebben en daarmee mee te groeien, maar goed. Aan de andere kant, als je allemaal in James zit, is het ook een grote familie die samen groeit.’

Een app is geen familie.
‘Hoezo niet? Je kunt via James ook steeds dezelfde mensen uitvragen.’

Ja, de ene dag hier, de andere dag daar. 
‘Dat is voor de medewerker hartstikke fijn. Die kan kiezen en staat centraal door de app. Vroeger lag die macht alleen bij de opdrachtgever. Het is gewoon marktwerking. Als je nu een auto zou maken zoals in 1918…’

...krijg je een T-Ford.
‘Daar mag je de stad niet eens meer mee in.’

Waarom heeft de klant geen rol in James?
‘De gast. Die heeft al zoveel te doen. Opletten of hij wel gezien wordt en honderd keer antwoorden of het lekker is. En dan ook nog eens raten? Laat die gast lekker met rust en genieten. Wat vind jij eigenlijk van de naam James?’

Mooi.
‘En ook passen bij het bedrijf?’

James klinkt iets te onderdanig. Het heeft te weinig…
‘...ballen.’

James doet altijd wat je vraagt.
‘Dat is ook eigenlijk het idee erachter.’

Ik deel mijn biometrische data graag als dat mijn gezondheid verbetert, of zelfs mijn leven kan redden.
Ja
Nee

Documentairemaker Eef Hilgers onderzoekt een Russische app die het mogelijk maakt om op straat een fotootje van iemand te maken om hem of haar vervolgens met gezichtsherkenningstechniek te traceren, zodat binnen een mum van tijd persoonsgegevens bekend zijn.

Ik zou een app als Findface, waarmee je een persoon kan vinden op basis van een zelfgemaakte foto, gebruiken als dat in Nederland mogelijk wordt.
Ja
Nee

afleveringen van Tegenlicht met vergelijkbare thema's

Klik op open om dit segment uit te vouwen.

gezichtsherkenning en sociaal krediet in China

Door het hart van China, de tweede reisserie van Ruben Terlou, sluit af met een aflevering over de toekomstplannen van president Xi Jinping. Zijn doel is onder andere dat China tegen 2025 wereldleider is op het gebied van kunstmatige intelligentie en er is een recordaantal aan industriële robots geïnstalleerd.

Maar het technologisch vooruitstrevende China kent ook een negatieve zijde: de overheid blokkeert regelmatig websites en online diensten en in vanaf 2020 gaat er een sociaal krediet systeem in werking, wat er op neer komt dat je punten krijgt voor (in Xi Jinpings ogen) goed gedrag, en strafpunten voor slecht gedrag. Next level gamification dus.

Ook gezichtsherkenning is massaal in opkomst in de straten van China. Ruben Terlou ervaart dit zelf wanneer hij wordt gescand bij het oversteken van een zebrapad. Als je geen Chinees burger bent hoef je je geen zorgen te maken, maar anders is je sociale krediet na vijf keer door rood lopen zodanig gezakt dat je mogelijk geen hypotheek meer kunt aanvragen.

Waar ga je mee akkoord als je bij een app op 'ik accepteer' tikt? Als experiment onderzoekt Anthony van der Meer wat voor telefoongegevens aan elkaar gekoppeld kunnen worden en hoe door al die gegevens een interessant profiel opgesteld kan worden.

Na het zien van de thema-uitzending doe ik meer aan zelfcensuur op mijn smartphone.
Ja
Nee

tweets

Dit vonden de Twitteraars tijdens de uitzending ervan.

Klik op 'open' om meer tweets te lezen.

colofon

Klik op 'open' om het segment te openen.

samenstelling & interviews
Maarten Slagboom

regie
Jorien van Nes
Arnout Arens
Anthony van der Meer
Eef Hilgers
Willem Timmers
Halil Özpamuk

research
Arnout Arens
Soraya Pol

stagiar
Sade Williams

camera     
Jaap Veldhoen
Pim Hawinkels

geluid 
Mike van der Sluijs
Benny Janssen
Anneloes Pabbruwee           

montage
Remi van der Heiden
Rinze Schuurman
Daan weijdeveld

animatie
Lilian Stolk
Hortence Lauras

geluidsmixage
Mark Meewis

kleurcorrectie
Gerhard van der Beek

productie
Nicoline Tania

eindredactie
Maarten Slagboom